Sabzian

Wachten op Wonder Woman

19/07/2017
Anton Jaeger
PRINTER-FRIENDLY VERSION

 

Ergens tegen het einde van Patty Jenkins’ Wonder Woman komt de vrouwelijke superheld oog in oog te staan met een Vlaamse boerenvrouw. Het gesprek tussen beide figuren kent een eerder chaotisch verloop. Wonder Woman, niet alleen een talentvolle krijgster in de Eerste Wereldoorlog, maar tevens een duizelingwekkende polyglot, probeert de boerin in elegant Nederlands uit te leggen dat ze maar beter een schuilplaats kan zoeken in het aankomende gevecht tussen Duitse soldaten en de persoonlijke entourage van de heldin. Het antwoord van het Vlaamse boerinnetje is eerder vreemd te noemen. Zeker, haar Nederlands klinkt ongewoon, misschien zelfs aangenaam exotisch voor de gemiddelde Engelstalige kijker. Voor een taalgenoot is dergelijk exhibitionisme echter bevreemdend. Het Vlaams van het vrouwtje is nagenoeg onverstaanbaar, zelfs voor de meest begaafde linguïsten, en klinkt eerder als een mengeling van middeleeuws Diets en schoolachtig Algemeen Nederlands. “Sij hebben de keirk bezet”, prevelt ze Wonder Woman toe, die voor de gelegenheid haar schild bovenhaalt en wat verbaasd rondkijkt. De scène wil historisch accuraat zijn, ma non troppo; een formele geste tot linguïstische tegemoetkoming volstaat, om de duizeling van de geschiedenis toch enigszins te veinzen. De Nederlandstalige kijker staat erbij en kijkt ernaar, tastend naar enige contextuele bijstand. 

Wonder Woman presenteert zich als de meest recente epigoon in een lange stoet commerciële mastodonten. Na de collectieve rehabilitatie van het DC Comics-universum (met figuren zoals Thor, Loki en Iron Man) lijkt nu het moment aangebroken voor een feministisch nummertje. Van bij aanvang blijft Wonder Woman die ambitie trouw: een forse vrouwelijkheid vormt de crux van Jenkins’ werkstuk. Haar film begint op een arcadisch eiland, waar een groep Amazones een streng regime heeft ingesteld om hun jongste dochter voor te bereiden op een mogelijke invasie van de oorlogsgod Ares. Deze zou, in nasleep van een vadervete met Zeus, de wereld van de Olympische goden zijn ontvlucht (de Amazones zelf, zo laat de inleiding uitschijnen, zijn door Zeus gecreëerd om de schepping tegen Ares’ wrok te wapenen). De jonge Amazone Diana (later geprofileerd als Wonder Woman) wordt door de vrouwelijke oversten geïnstrueerd in de oorlogskunde. Tegen het einde van haar spartaanse opvoeding krijgt deze Diana van haar moeder te horen dat ze zich moet voorbereiden op een confrontatie met diezelfde Ares, die na zijn verbanning op wraak zint. De ontmoeting tussen beiden zal echter niet in de wereld der Amazones plaatsvinden, maar in lagere regionen: de mensenwereld, die zich in het jaar 1918 in een eerder vervelende oorlogssituatie bevindt.

Zo opereert Wonder Woman op twee historische trajecten: het tijdloze vacuüm van de Olympus, waarin de geschiedenis geheel afwezig is, en het jammere milieu van het mensenras, veroordeeld tot de grillen van het historische lot. Dergelijke décalage wordt des te duidelijker wanneer het Amazoneneiland opgeschrikt wordt door de aankomst van een groep indringers. Een Amerikaanse spion, werkzaam voor de Britse overheid, is op de vlucht voor de Duitse strijdmacht. Al peddelend in zijn bootje, midden in de Atlantische oceaan, ondergaat de soldaat een plotse teleportatie naar het eiland der Amazonen. Een bloedige slag tussen het bataljon Duitse soldaten en de mythische krijgsters volgt. De Amazones overwinnen, en de spion krijgt na ondervraging onderdak bij hen. De ontmoeting met Wonder Woman, waarin de Amerikaan over het droeve lot van het mensenras anno 1918 rapporteert, maakt één zaak duidelijk over de verhouding tussen de goden- en de mensenwereld: “wij voeren een oorlog om alle oorlogen te beëindigen”, deelt de spion de vrouwen mee. Diana ziet al snel in waar het om draait: de oorlogsgod Ares heeft zich onder de mensen gemengd om hun finale vernietiging te voltrekken. Als antwoord trekt Diana spontaan haar wapenrusting aan. Haar arsenaal bestaat uit een stel ijzeren polsbeschermers, pijl en boog, en bovenal een vuurlasso die haar slachtoffers ertoe dwingt de waarheid te spreken. (Die instrumenten waren al aanwezig in de oorspronkelijke strip, en bezaten toen reeds een niet te miskennen sadomasochistische ondertoon. De originele bedenker van het personage, zo merkten critici op, modelleerde zijn eigen ‘Wonder Woman’ op het archetype van de bevrijde, seksueel onverzadigbare vrouw; de belle dame sans merci die ook figureert in het werk van schrijvers zoals Hemingway en Nabokov.) Samen met de slinkse spion zal Diana de hegemonie van de oorlogsgod proberen te breken.

De Groote Oorlog dus. Net zoals de Amazones dit deden werd in de late negentiende eeuw gespeculeerd over een nakende godendeemstering. In 1894 schreef Friedrich Engels dat “de enige oorlog die overblijft een wereldoorlog zal zijn, van een geweld en grootte tot nog toe onvoorstelbaar. Acht tot tien miljoen soldaten zullen elkaar naar de keel grijpen […] Hongersnood, ziekte, een universele sprong in de barbarij, zowel militair als demografisch... De ineenstorting van het oude statensysteem en hun aanvaarde politieke wijsheden tot het moment waar koningskronen met dozijnen de goot zullen in rollen, en niemand het zich zal getroosten hen er ooit uit te halen.” [1]

Dergelijke oorlog is in het geval van Wonder Woman imminent. Nadat ze het Amazoneneiland heeft verlaten, reist Diana samen met de geheimagent naar het Vlaamse front. Daar is de situatie rampzalig. De Duitse legertop is van plan een ultimatum te ondertekenen dat na zovele jaren een einde zal maken aan het nodeloze slachten. Eén figuur – de bloeddorstige generaal Ludendorff – weigert mee te werken; naar zijn mening is de strijd allerminst tevergeefs, en ligt er voor de Duitsers zelfs een overwinning in het verschiet. In samenwerking met een kwaadaardige chemicus probeert hij een gif te ontwerpen dat de beschermende gasmaskers vernielt, een wapen dat het bloedvergieten in een schrikwekkend tempo zou doen toenemen. Als vrouwelijk tegengewicht voor de mannelijke doodsdrift (samen met een multiculturele groep strijders, onder wie een Algerijnse émigré, een inheemse Amerikaan die ons meedeelt dat hij in deze oorlog vecht omdat de blanken zijn volk uitgeroeid hebben, en een Schotse scherpschutter) tracht Diana samen met haar geheimagent de mensheid te redden.

Wonder Woman schippert tussen wereldvisies, van een lesje Griekse mythologie voor creatievelingen naar een geschiedkundige fabulering. Het is echter onduidelijk wat de uiteindelijke filosofische terminus van Wonder Woman is. De Eerste Wereldoorlog is in de film zowel een symptomatische uitdrukking van een eeuwig menselijke conditie als een bovenmenselijke vloek. In een gesprek met Wonder Woman geeft de Amerikaanse agent te kennen dat haar antropologische optimisme (Wonder Woman denkt dat na de dood van oorlogsgod Ares de mensheid het slachten zal staken) onterecht is. “Kan je je dan niet voorstellen”, vraagt de man ontmoedigd, “dat mensen elkaar van nature zullen bestrijden? Dat ze nu eenmaal zo zijn? Dat oorlog onvermijdelijk is?” Tegelijkertijd wordt het oorlogsgegeven op een vreemde wijze gedehistoriseerd. Engels gaf in 1894 al aan dat zijn nieuwe oorlog vooral het gevolg van kapitalistische competitie zou zijn. Voor Europese elites was het de enige mogelijkheid om zich van een recalcitrante arbeidersklasse te ontdoen, die zelf weinig voelde voor een volkerenslacht van dergelijke proporties. Lenin deelde Engels’ mening toen hij in 1915 stelde dat de bedoeling van de wereldoorlog vooral was om een ‘burgeroorlog’ binnen naties om te vormen tot een ‘statenoorlog’ tussen naties. Net zoals Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht dacht de Russische communist dat de wereldoorlog noch een historische onvermijdelijkheid noch een goddelijke machinatie was. Het was eerder de doodszucht van een misvormde wereld, de collectieve zelfmoord van het Europese burgerdom, die enkel door een sociale omwenteling verholpen kon worden (2017 is om vele redenen een interessant eeuwfeest). Dergelijke revolutie zou verre van ‘goddelijk’ moeten zijn. Ze zou een sprong vormen van “het rijk der noodzaak” naar “het rijk der vrijheid”, door mensen zelf uitgevoerd; de menselijke toe-eigening van het lot zelf.

Wonder Woman heeft natuurlijk geen tijd voor zulke reflecties, en is er geenszins toe verplicht. Toch duidt ook Jenkins’ film op het bestaan een historische impasse. Op onbehaaglijke wijze twijfelt de film tussen een visie van de Eerste Wereldoorlog als een manicheïstische strijd tussen kosmische krachten of een onvermijdelijk teken van menselijk onvermogen. Beide opties duiden bovenal op een historische hulpeloosheid, die al te evenredig is met het hedendaagse onvermogen om zich historisch te situeren. Enkel een god kan ons verlossen uit de nachtmerrie genaamd geschiedenis.

Dergelijke lezing laat zich nog het best illustreren aan de hand van de politieke recuperatie van de film. In verscheidene commentaren werd Wonder Woman opgevoerd als een reddingsfiguur voor Amerikaanse progressieven, die de hoop lijken te koesteren op eenzelfde messias (een tweede Clinton? Een nieuwe Trudeau? Een zoveelste Macron?) die het Westen kan verlossen van zijn demonen. In krantencartoons wordt Trump afgebeeld als gewillige gevangene van Diana, die hem met haar vuurkoord dwingt om zijn politieke misdaden op te biechten (“Ik geef het toe”, schreeuwt de Amerikaanse oger in deze taferelen, “ik heb mijn verkiezingsoverwinning aan de Russen te danken! Ik ben een Russische agent! Ik ben een chauvinistisch zwijn!”). De assertieve vrouwelijkheid van Wonder Woman is tevens doortrokken met impliciet paternalisme: enkel een vrouw van goddelijke proporties kan een wereldschokkende daad verrichten; de andere vrouwen in de film hebben genoeg aan een leven als secretaresse. Voor het weldenkende Westen zijn de laatste opties nu oftewel een totaal fatalisme, dat de geschiedenis als een reeks blunders vanwege het mensenras voorstelt, of een koortsachtig messianisme, dat krampachtig de aankomst van een heiland (hier, de bevallige Wonder Woman) afwacht. Als er al ‘vrijheid’ is in zo’n wereld, dan is deze een goddelijk voorrecht. Op een knekelberg van acht miljoen lijken kan “enkel nog een God ons redden”, zo wist Heidegger al.

In een betere wereld, echter, zou de ontmoeting tussen Wonder Woman en het Vlaamse vrouwtje een voorbeeldige scène kunnen zijn. Het boerenmens staat eensklaps oog in oog met een gezant van de Geschiedenis; Wonder Woman is een entiteit die de Vlaming voor eens en voor altijd de vaart der volkeren zal intrekken, gewild of niet. De jaren 1914-1918 zijn niet voor niets het tijdperk der Vlaamse bewustwording, het moment waarop de Vlaming zijn plaats opeist binnen het Europese volkerenstelsel. Te midden van de flamingantische Frontbeweging en sociale strijd ziet het Vlaamse boerinnetje opeens de historie zelf voorbij schrijden – een beetje zoals Hegel in 1806 de Geschiedenis meende te ontwaren in Napoleon op zijn paard.

Jenkins’ film geeft een andere indruk. Wonder Woman is bovenal een extrahistorische kracht, die enkel als godheid de mensheid uit haar lijdenscyclus kan verlossen. Ze is de deus ex machina van een mensheid die elke hoop op autonome emancipatie heeft opgegeven, verslaafd aan een politieke alternatiefloosheid met slogans als “En marche!”, “I’m with her” en “Donald Trump is not my president”. In 1922 gaf de Ierse schrijver James Joyce al een correcte beschrijving voor dergelijk mensdom. “Ons tijdperk is er een van een uitgeput hoerendom,” stelde hij in zijn Ulysses, “hopeloos grijpend naar zijn god.”

 

Anton Jaeger

  

-------

  

[1] Friedrich Engels geciteerd in Prophetic Words van V. I. Lenin