screening
FILM
Farrebique ou les quatre saisons
,
,
90’

« Je me souviens de Farrebique. »

Georges Perec

 

« Les films de Rouquier sont la continuelle illustration d’une phrase écrite naguère par Claude Chabrol : … plus un sujet est petit, plus on peut le traiter avec grandeur. »

François Porcile1

 

“There is no lack of so-called realistic films about some insignificant event or other or some slice of life. There is no lack of peasant movies, either. Why is Farrebique labeled as the ugly duckling among them, then? In my opinion, this is due to Rouquier’s genius, to his ability, if you will, to stand an egg on one end. He has understood that verisimilitude had slowly taken the place of truth, that reality had slowly dissolved into realism. So he painfully undertook to rediscover reality, to return it to the light of day, to retrieve it naked from the drowning pool of art. […] There is no story here, or very little, and there are no stars, no actors: only a reality that everyone, in the secrecy of his good or bad conscience, personally recognizes.”

André Bazin2

 

“Er is geen gebrek aan zogenaamd realistische films over één of andere onbeduidende gebeurtenis of één of ander uit het leven gegrepen verhaal. Evenmin is er een gebrek aan boerenfilms. Waarom dan toch wordt Farrebique als het lelijke eendje in deze filmcategorieën bestempeld? Volgens mij is dit toe te schrijven aan het talent van Rouquier, aan zijn vermogen te brengen wat vanzelfsprekend lijkt, maar dat bij nader inzien helemaal niet is. Hij heeft begrepen dat aannemelijkheid en waarschijnlijkheid langzaam de plaats van waarheid hebben ingenomen, dat realiteit langzaam het veld heeft geruimd voor realisme. En dus ondernam hij een moeizame tocht om de realiteit te herontdekken, om haar terug aan het licht te brengen, om haar te redden uit het moeras van de kunst. [...] In deze film is er geen, of zeer weinig, verhaal en zijn er geen sterren, geen acteurs. Er is enkel een realiteit die ieder voor zich, in de verborgenheid van zijn goed of slecht geweten, herkent. ‘Kijk’, schreeuwden de eerste kijkers van de cinematograaf van de Lumières, terwijl ze wezen naar de blaadjes aan de bomen, ‘kijk, ze bewegen’. De cinema heeft een lange weg afgelegd sinds de illustere tijden toen de menigte nog tevreden was met een schetsmatige afbeelding van een ruisende tak in de wind! En toch. Na vijftig jaar van filmisch realisme en een enorme technologische vooruitgang, was er niet meer nodig dan een klein beetje genialiteit om het publiek de simpele en elementaire vreugde terug te geven waarin de gefictionaliseerde en gedramatiseerde cinema niet langer kon voorzien, namelijk herkenning.”

André Bazin3

 

« Une grande partie de la poésie qui jaillit de ce film tient à ce qui n'est pas dit, à ces visages don la vie intérieure se laisse à peine deviner. Il faillait pour réaliser ce tour de force un metteur en scène imprégné de la vie des fermes et des champs. »

Jean Painlevé4

 

Farrebique chronicles the lives of a peasant family in Farrebique during one year after the war. In 1983 Rouquier went back to the region, this time to nearby village of Biquefarre and shot the second part of his diptych on rural life with some of the original characters from the first film shot some 40 years earlier.

 

  • 1. François Porcile, « A propos de trois courts métrages : Le Tonnelier , Le Charron et Le Chaudronnier », Images Documentaire n°64, 3e et 4e trimestres de 2008.
  • 2. André Bazin, “Farrebique or the paradox of realism,” Bazin at work. Major Essays and Reviews From the Fourties and Fifties, trans. Allain Piette and Bert Cardullo, (New York: Routledge, 1997).
  • 3. Idem. vertaling Courtisane.
  • 4. Jean Painlevé, “Le film qui ne sera pas présenté au festival de Cannes: FARREBIQUE,” Les Etoiles, 24 septembre 1946.
Wed 13 Dec 2017, 20:00
STUK, Leuven
PART OF Courtisane
FILM
Farrebique ou les quatre saisons
,
,
90’

« Je me souviens de Farrebique. »

Georges Perec

 

« Les films de Rouquier sont la continuelle illustration d’une phrase écrite naguère par Claude Chabrol : … plus un sujet est petit, plus on peut le traiter avec grandeur. »

François Porcile1

 

“There is no lack of so-called realistic films about some insignificant event or other or some slice of life. There is no lack of peasant movies, either. Why is Farrebique labeled as the ugly duckling among them, then? In my opinion, this is due to Rouquier’s genius, to his ability, if you will, to stand an egg on one end. He has understood that verisimilitude had slowly taken the place of truth, that reality had slowly dissolved into realism. So he painfully undertook to rediscover reality, to return it to the light of day, to retrieve it naked from the drowning pool of art. […] There is no story here, or very little, and there are no stars, no actors: only a reality that everyone, in the secrecy of his good or bad conscience, personally recognizes.”

André Bazin2

 

“Er is geen gebrek aan zogenaamd realistische films over één of andere onbeduidende gebeurtenis of één of ander uit het leven gegrepen verhaal. Evenmin is er een gebrek aan boerenfilms. Waarom dan toch wordt Farrebique als het lelijke eendje in deze filmcategorieën bestempeld? Volgens mij is dit toe te schrijven aan het talent van Rouquier, aan zijn vermogen te brengen wat vanzelfsprekend lijkt, maar dat bij nader inzien helemaal niet is. Hij heeft begrepen dat aannemelijkheid en waarschijnlijkheid langzaam de plaats van waarheid hebben ingenomen, dat realiteit langzaam het veld heeft geruimd voor realisme. En dus ondernam hij een moeizame tocht om de realiteit te herontdekken, om haar terug aan het licht te brengen, om haar te redden uit het moeras van de kunst. [...] In deze film is er geen, of zeer weinig, verhaal en zijn er geen sterren, geen acteurs. Er is enkel een realiteit die ieder voor zich, in de verborgenheid van zijn goed of slecht geweten, herkent. ‘Kijk’, schreeuwden de eerste kijkers van de cinematograaf van de Lumières, terwijl ze wezen naar de blaadjes aan de bomen, ‘kijk, ze bewegen’. De cinema heeft een lange weg afgelegd sinds de illustere tijden toen de menigte nog tevreden was met een schetsmatige afbeelding van een ruisende tak in de wind! En toch. Na vijftig jaar van filmisch realisme en een enorme technologische vooruitgang, was er niet meer nodig dan een klein beetje genialiteit om het publiek de simpele en elementaire vreugde terug te geven waarin de gefictionaliseerde en gedramatiseerde cinema niet langer kon voorzien, namelijk herkenning.”

André Bazin3

 

« Une grande partie de la poésie qui jaillit de ce film tient à ce qui n'est pas dit, à ces visages don la vie intérieure se laisse à peine deviner. Il faillait pour réaliser ce tour de force un metteur en scène imprégné de la vie des fermes et des champs. »

Jean Painlevé4

 

Farrebique chronicles the lives of a peasant family in Farrebique during one year after the war. In 1983 Rouquier went back to the region, this time to nearby village of Biquefarre and shot the second part of his diptych on rural life with some of the original characters from the first film shot some 40 years earlier.

 

  • 1. François Porcile, « A propos de trois courts métrages : Le Tonnelier , Le Charron et Le Chaudronnier », Images Documentaire n°64, 3e et 4e trimestres de 2008.
  • 2. André Bazin, “Farrebique or the paradox of realism,” Bazin at work. Major Essays and Reviews From the Fourties and Fifties, trans. Allain Piette and Bert Cardullo, (New York: Routledge, 1997).
  • 3. Idem. vertaling Courtisane.
  • 4. Jean Painlevé, “Le film qui ne sera pas présenté au festival de Cannes: FARREBIQUE,” Les Etoiles, 24 septembre 1946.