Article NL
15.06.2022

Hoewel Un monde bij momenten valse hoop wekt, zeker wanneer het spookbeeld van het personage Ana Torrent uit Spirit of the Beehive (Victor Erice, 1973) wordt opgeroepen, is de film uiteindelijk weinig meer dan de zoveelste “mokerslagfilm”, waarvan de zogenaamd ingenieuze insteek in wezen afgezaagd en verstikkend blijkt en het einde als enige doel heeft de toeschouwer een flinke klap te verkopen.

Article NL EN
8.06.2022

Serge Daney is the force of a surprising opening gambit. In the form of a question, or the negation of obviousness, as a rhyme of ideas or right away with a brutal argumentation that stalemates you, “if... then”. The strategy of the brusque but also panicky outburst. The ground is not prepared, the argument not introduced. He parachutes the reader straight into the war zone. Bullets whizz around his ears, mines surround him. But the author says: I will lead you through it!

Article NL EN
8.06.2022

Serge Daney, dat is de kracht van de verrassende openingszet. In vraagvorm, of de ontkenning van een evidentie, als een ideeënrijm of meteen met een brutale redenering die je klemzet: “si … alors”. Een strategie van de bruuske, maar ook plankerige uitval, Het terrein wordt niet voorbereid, het argument niet aangebracht. Hij parachuteert de lezer meteen in het oorlogsveld. Kogels fluiten hem om de oren, mijnen liggen alom. Maar de schrijver zegt: lk leid je er door heen!

Conversation NL
8.06.2022

Eind 1991 verscheen het eerste nummer van Trafic, het testamentaire geesteskind van de vorig jaar overleden criticus Serge Daney. Voor Daney vormden “wereld” en “cinema” een onlosmakelijk geheel. (...) Met Trafic wou hij onderzoeken of vanuit cinema opnieuw een kritische distantie ontwikkeld kon worden. (...) Een gesprek met drie van de vier redactieleden: Raymond Bellour, Patrice Rollet, Jean-Claude Biette, beheerders van een zware erflast. Rollet: “We vertrekken vanuit de overtuiging dat de film moet blijven bestaan omdat ze een unieke ervaring is en blijft. Indien de film zou verdwijnen zou een deel van de mensheid verdwijnen want de cinematografische ervaring kan niet worden omgeschakeld naar een andere.”

Article NL
8.06.2022

Twee of drie dingen die u moet weten over Serge Daney. Geboren in 1944, aan het einde van de oorlog – voor Daney het jaar dat Roberto Rossellini de opnames start voor Roma, città aperta en dus het begin van de moderne cinema. [...] In tegenstelling tot vele critici bij de Cahiers wordt Daney niet zelf filmmaker. Daarvoor heeft hij te weinig verbeelding. Als criticus leidt hij de ene film naar de andere. Zo komt Daney terecht op de plaats die hij eerst zo verafschuwde: de tussenruimte. Het is zijn manier van film maken. Dit handelen met beelden is zijn vorm van verbeelden.

Article NL FR EN
1.06.2022

Je découvre cet entretien à 21 ans, sur le chemin qui me conduit d’une cinéphilie classique, principalement américaine (pour ne pas dire hollywoodienne), vers un cinéma moderne et politique (cette découverte vient après celle d’Europe ’51, mais aussi des films militants tournés autour de mai 68). Peu importe si Rossellini exagère, si son constat manque de nuance : son mérite est de cristalliser une interrogation sur ce que l’on peut attendre au juste de l’art en général et du cinéma en particulier. Lui a tranché.

Article NL FR EN
1.06.2022

Ik stoot op dit interview op eenentwintigjarige leeftijd, onderweg van een klassieke, hoofdzakelijk Amerikaanse (om niet te zeggen hollywoodiaanse) opvatting van cinefilie naar een moderne en politieke cinema (deze ontdekking komt na die van Europa ’51, maar ook van de militante films gemaakt rond mei ’68). Het doet er niet toe of Rossellini overdrijft of dat zijn observatie nuance mist: zijn verdienste is dat hij tot een concrete vraagstelling komt over wat men precies kan verwachten van kunst in het algemeen en van cinema in het bijzonder. Hij heeft op zijn minst de knoop doorgehakt

Article NL FR EN
1.06.2022

I discover this interview at the age of twenty-one, on my way from classic, mainly American (not to say Hollywoodian) cinephilia to modern and political cinema (this discovery comes after that of Europe ’51, but also of the militant films made around May ’68). It doesn’t matter if Rossellini is exaggerating, if his observation lacks nuance: his merit is that he crystallises a question about what exactly one can expect from art in general and from cinema in particular. He has come to a decision.

Article NL FR EN
1.06.2022

Beaucoup de choses me plaisent dans ‘A Free Replay’ : des idées clés sur la logique du film comprimées en quelques phrases puissantes, une audacieuse tentative d’interprétation qui est en même temps un manifeste pour l’imagination (et peut-être aussi une ruse sophistiquée), une apparence faussement décousue (« notes » ?) qui cache un travail analytique exhaustif et une forte cohérence interne, des tonnes de recherches obsessionnelles intégrées avec grâce (et parfois de façon fantaisiste) à l’argument principal, une dépendance à la rhétorique et un goût pour ses plaisirs, et un haut degré de performativité, Marker mettant continuellement en scène et exécutant précisément ces idées (l’ellipse, le miroir, la relation espace-temps, la ruse, le replay...) comme un jeu qui alimente sa discussion de Vertigo.

Article NL FR EN
1.06.2022

There are many things I love in ‘A Free Replay’: core ideas about the film’s logic condensed in a few strong formulations; a daring attempt at interpretation that is also a manifesto for the imaginary (and, perhaps, a sophisticated ruse); a deceptively meandering appearance (“notes”?) under which lies an exhaustive analytical work and a strong internal cohesion; tons of obsessive research gracefully (sometimes whimsically) threaded into the main argument; a trust in rhetoric and a taste for its pleasures; and a high degree of performativity, since Marker is constantly staging, executing and playing with the very ideas (the elliptical, the mirroring, the space-time relation, the stratagem, the replay…) that inform his discussion of Vertigo.

Article NL FR EN
1.06.2022

Er zitten in ‘A Free Replay’ veel dingen waar ik van hou: kernideeën over de logica van de film samengebald in een paar krachtige formuleringen, een gewaagde poging tot interpretatie die eveneens een manifest voor de verbeelding is (en misschien ook een geraffineerde list), een bedrieglijk meanderend voorkomen (“notes”?) waaronder exhaustief analytisch werk en een sterke interne samenhang schuilgaan, tonnen obsessief onderzoek die op sierlijke (soms grillige) wijze in de hoofdredenering worden verweven, een vertrouwen in retoriek en een voorliefde voor de genoegens ervan en een hoge mate van performativiteit, aangezien Marker voortdurend precies die ideeën als een spel opvoert en uitvoert die zijn behandeling van Vertigo voeden (het elliptische, het spiegelen, de ruimte-tijdrelatie, de list, het herafspelen...).

Article NL FR EN
1.06.2022

The words drop in the flow of a larger sentence, a larger point. They occur between parentheses. Is this why – to my knowledge – no one has ever cited them? They are devoted to Alfred Hitchcock’s Marnie (1964) by Raymond Bellour in his major 1977 text “Énoncer”, later included in his collection L’Analyse du film. I first read them ... when I was 18 years old. And then I went around quoting these words – in classrooms, in articles, in conferences – for two decades or more: … that unreal film we call film …

Article NL FR EN
1.06.2022

De woorden vallen in de stroom van een ruimere zin, een ruimer punt. Ze staan tussen haakjes. Is dat waarom – bij mijn weten – niemand ze ooit heeft geciteerd? Ze zijn gewijd aan Alfred Hitchcocks Marnie (1964) en komen uit Raymond Bellours belangrijke tekst “Énoncer” uit 1977, die later werd opgenomen in de bundeling L’Analyse du film. Ik las ze voor het eerst (...) toen ik achttien was. En ik bleef de woorden daarna meer dan twee decennia lang citeren – in klaslokalen, in artikels, op conferenties: ... die onwerkelijke film die we film noemen ...

Article NL FR EN
1.06.2022

Les mots tombent dans le flux d’une phrase plus large, d’une idée plus large. Ils sont entre parenthèses. Est-ce la raison pour laquelle – à ma connaissance – personne ne les a jamais cités ? Ils concernent le film Marnie (1964) d’Alfred Hitchcock et proviennent de l’important texte « Énoncer », écrit par Raymond Bellour en 1977 et repris ensuite dans la collection L'Analyse du film. Je les ai découverts dans une traduction anglaise de Bertrand Augst et Hilary Radner pour l’un des premiers numéros du magazine féministe américain Camera Obscura – j’avais dix-huit ans.

Article NL EN DE
1.06.2022
1 2 3 4

The title of the text “Straschek 1963–74 West Berlin” is as simple as it is informative: it is a subjective, self-reflective insight into Günter Peter Straschek’s eleven years in West Berlin. Straschek: “Making movies is, for me, just one means of expressing myself. The idea of blustering my way around this trade to the end of my days (in line with the TV­formula: regular staff editor marries secretary while secretly supporting film editor girlfriend) scares me. If, for example, I really stood no chance of making films for TV, I would move to another country or work in an institute or publish a book or go off somewhere for a couple of years and do manual work or take a civil service job. I’d like to live in as unalienated a way as possible; things are awful enough as they are.”

Article NL EN DE
1.06.2022
1 2 3 4

De titel van de tekst “Straschek 1963 – 74 West-Berlijn”, die hier voor het eerst in een Nederlandse vertaling verschijnt, is even eenvoudig als informatief: het is een subjectieve, zelfreflexieve inkijk in Günter Peter Strascheks elf jaar in West-Berlijn. Straschek: “Filmmaken is voor mij gewoon een manier van uitdrukken. Het idee een leven lang in dit vak rond te hangen (volgens de tv-formule: redacteur in loondienst trouwt met secretaresse en heeft monteuse als geheime vriendin) boezemt mij wel angst in. Mocht ik bijvoorbeeld bij de televisie geen productiekansen zien, dan zou ik naar een ander land gaan of in een instituut werken of een boek uitgeven of mij ergens een paar jaar terugtrekken en lichamelijk werk doen of een functie aannemen. Ik wil zo onvervreemd mogelijk leven, het is al klote genoeg.”

Article NL EN DE
1.06.2022
1 2 3 4

Elf ereignisreiche Jahre in Westberlin hinterließen deutliche Spuren im Leben von Günter Peter Straschek. Er verarbeitet sie in dem Text “Straschek 1963 -74 Westberlin”. Der Titel in der dritten Person verweist auf den selbstreflexiven Charakter des Essays. Straschek: “Filmemachen ist mir nur eine Artikulationsmöglichkeit. Die Vorstellung, ein ganzes Leben in diesem Metier herumzuschlawinern (nach der Fernsehformel: festangestellter Redakteur heiratet Sekretärin und unterhält Cutterin als heimliche Freundin), erschreckt mich doch. Sollte ich beispielsweise beim TV ohne jegliche Realisationschancen sein, würde ich in ein anderes Land gehen oder in einem Institut arbeiten oder ein Buch veröffentlichen oder mich für ein paar Jahre irgendwohin zurückziehen und körperliche Arbeit leisten oder eine Funktionärstätigkeit übernehmen. Ich möchte so wenig wie möglich entfremdet leben, es ist immer noch beschissen genug.”

Conversation EN
25.05.2022

Helke Misselwitz (1947) distinguished herself as a documenter of lives in disarray and utmost ordinariness with great warmth in the years around German reunification. What is vividly clear in her first feature-length documentary, Winter Adé (1988), which sees the filmmaker travel the country by train one year before the fall of the Berlin Wall, is the interest in women’s societal and social roles in particular. Misselwitz: “I think every life is worth telling. It’s just that not all people can tell interesting stories about it. One becomes a kind of helper. You help to describe the lives of others.”

Conversation NL
25.05.2022

A Strange Love Affair (1985), de meest narratieve film van Eric de Kuyper, is een liefdesverhaal tussen een student en zijn veertigjarige professor in filmstudies (zoals De Kuyper destijds zelf was), gespecialiseerd in Hollywooddrama’s. Eric de Kuyper: “We willen dat de toeschouwer zich beelden, of een sfeer herinnert uit de film. Ik ben ook criticus geweest, en je ziet zoveel films waar je je achteraf geen beeld meer van herinnert. Ik dacht dan, als ik films maak, dan moeten de mensen zich er toch nog enkele beelden van herinneren. Zodat er toch nog iets overblijft. Dàt moet cinema zijn: je moet beelden overhouden. En dat is de kracht van grote cineasten: dat ze je beelden inprenten zodat je twintig jaar later nog altijd kunt zeggen: ‘lk heb die film gezien.’”

Conversation NL
25.05.2022

Na in 1983 te debuteren met Casta Diva maakte Eric de Kuyper in 1984 meteen Naughty Boys, een film die hij zelf omschreef als “a sad musical comedy” en waarin hij hulde brengt aan de oude musicals en komedies. De Kuyper: “Naughty Boys heeft iets anachronistisch, iets ouderwets, iets blasé. Maar die musicals, die stukken toen hadden die langdradigheid, die verveling niet. Het was een uitdaging om met gevoelens van nu in een genre van toen iets te vertellen... alsof een Antonioni een musical zou maken...”

Conversation NL
25.05.2022

Casta Diva was de debuutfilm van de Belgische filmcriticus/docent/academicus/televisieproducent en -programmator Eric de Kuyper, een film die in 1983 internationaal meteen werd opgemerkt. De Kuyper: “Het is een moeilijke film omdat het moeilijk is om aandachtig naar eenvoudige beelden te kijken; je bent met zeer elementaire cinema bezig, met beeld en geluid (muziek). Hoe minder je in werking zet bij film, hoe eenvoudiger het wordt maar hoe meer inspanning je van de toeschouwer verlangt omdat het bijna Art brut is, bijna naïef. Eigenlijk nodig ik de toeschouwers uit om hun kijkgedrag te wijzigen.”

Article NL
18.05.2022
Fernand Deligny 1978
Vertaald door
Introductie door

Sabzian publiceert de komende maanden de eerste Nederlandstalige vertalingen van enkele teksten van Fernand Deligny over de notie van het camereren. Deligny’s filmproducties en audiovisuele experimenten gingen samen met geschreven reflecties over de camera. Zijn schriftuur wordt gekenmerkt door vormelijke wildheid en raadselachtigheid, vol woordspelingen, provocaties en boutades. Hij schreef verschillende teksten over camereren, een werkwoord dat zich onderscheidt van wat we doorgaans filmen noemen. Via dit neologisme opende hij een uniek perspectief op de camera. Deligny: “Woorden hebben een geschiedenis. Wat het woordenboek ons zegt over projecteren, eertijds, roept ‘buitengooien’ op, terwijl het woord project, dat dezelfde oorsprong heeft, ‘alles waarmee de mens beoogt de wereld of zichzelf op een bepaalde manier te wijzigen’ voor de geest haalt.”

Article NL
11.05.2022

Met Eric de Kuyper als rug en spilfiguur heeft de Nijmeegse school in 1986 al vier films afgeleverd: Casta Diva, Naughty Boys, Mathilde (van Emile Poppe) en A Strange Love Affair (samen met Paul Verstraten). Constanten zijn dat deze films heel snel zijn gemaakt, met weinig geld, dat er gretig uit films in wordt geciteerd, dat ze in zwart-wit zijn en dat ze andere visuele en auditieve prikkels uitsturen dan de doorsnee speelfilm. Een bloemlezing uit de Kuypers mijmeringen.

Conversation NL
11.05.2022

Na zijn debuut Casta Diva (1982) leverde Eric de Kuyper in 1984 Naughty Boys af. Een nieuwe film van de Belgische regisseur die tot dan toe vooral actief was geweest als televisieproducent- en programmator, schrijver, docent en onderzoeker. “Ik weet uit ervaring hoe veel andere mensen films maken of gemaakt hebben en ik had voor mezelf besloten: nou, op die manier maak ik vast geen films! Alleen wist ik niet zo meteen hoe eraan te ontsnappen. Maar voor mij, zoals ik eerder ook al aangaf, is een film maken een soort feestje, een soort plezierige samenwerking van verschillende mensen die graag met elkaar werken. En dat is de basis geworden.”

Article NL
11.05.2022

In 1982 debuteerde de Belgische filmcriticus/docent/academicus/televisieproducent en -programmator Eric de Kuyper met Casta Diva, een film die internationaal meteen werd opgemerkt. Deze tekst is zijn toelichting bij de subsidieaanvraag voor het Nederlands filmfonds, waarin hij vooral tracht zijn fascinatie te omschrijven en niet via woorden de beelden te evoceren. “Mijn weigering om een klassiek scenario te schrijven [mag] geïnterpreteerd worden als functioneel. In die zin dat ik van mening ben dat: 1. niet alle films ‘klassieke speelfilms’ hoeven te zijn; 2. men in bepaalde contextuele (voornamelijk financiële) omstandigheden naar andere filmvormen moet streven. Geen speelfilm betekent dus niet automatisch een ‘documentaire’ of ‘dus, een experimentele film’.”

Article NL EN DE
4.05.2022
1 2 3 4

The title of the text “Straschek 1963–74 West Berlin” is as simple as it is informative: it is a subjective, self-reflective insight into Günter Peter Straschek’s eleven years in West Berlin. Straschek: “I’ve never enjoyed teaching or gained anything from it, least of all in a state college of fine arts, those state-run breeding grounds for irrationality, where teachers and students are out to do each other one better at cooking up pretentious ideas.”

Article NL EN DE
4.05.2022
1 2 3 4

De titel van de tekst “Straschek 1963 – 74 West-Berlijn”, die hier voor het eerst in een Nederlandse vertaling verschijnt, is even eenvoudig als informatief: het is een subjectieve, zelfreflexieve inkijk in Günter Peter Strascheks elf jaar in West-Berlijn. Straschek: “Ik heb lesgeven nooit leuk gevonden, ik heb er nooit veel aan gehad. Zeker niet op een hogeschool voor beeldende kunsten, die door de staat gerunde broeinesten van irrationaliteit waar docenten en studenten elkaar met hun pretentieuze ideeën de loef proberen af te steken.”

Article NL EN DE
4.05.2022
1 2 3 4

Elf ereignisreiche Jahre in Westberlin hinterließen deutliche Spuren im Leben von Günter Peter Straschek. Er verarbeitet sie in dem Text “Straschek 1963 -74 Westberlin”. Der Titel in der dritten Person verweist auf den selbstreflexiven Charakter des Essays. Straschek: “Unterrichten hat mir nie Spass gemacht, mir nie etwas gegeben. Am wenigsten an einer Staatlichen Hochschule für Bildende Künste, diesen staatlichen Brutstatten der Irrationalität, wo Lehrer und Schüler sich an verschmockten Ideen zu übertreffen versuchen.”

Article EN
27.04.2022

Asked about his use of sound, Apichatpong has this to say: “I want it to resonate in the heart.” Does it resonate in the world? “What's that sound?” Apichatpong's films suggest many answers to this recurring question, or no answers at all, only openings. Loud bang in sleep, subliminal roar, deep groaning voices of howler monkeys; all inchoate, the invisible entity that stalks us through life. Sound is here on earth with us, calling to another place, beyond physical life.

Article NL EN
20.04.2022

Schrijven over Ophüls of Ozu op een hoekje van de keukentafel... omgeven door de geur van het dagelijks leven. Koken, “eten maken” – en zich zo beschermen tegen de kwelling van het schrijven. Een houding die voor mij moeilijk te begrijpen is, zo verschillend is mijn eigen benadering van het schrijven. (En waarschijnlijk ook die van het koken.) Dat deze prachtige teksten zijn ontstaan tussen pruttelende boeuf bourguignon en flan caramel die nog bereid moet worden, blijft voor mij een raadsel.

Article NL EN
20.04.2022

Writing about Ophüls or Ozu on a corner of the kitchen table... surrounded by the smell of everyday life. Cooking, “making food” – thus protecting herself from the torment of writing. An attitude that is difficult for me to understand, my own approach to writing being quite different. (The same goes for my approach of cooking.) It remains a mystery to me that these beautiful texts originated between simmering boeuf bourguignon and caramel flan, still to be prepared. 

Article NL EN DE
13.04.2022
1 2 3 4

De titel van de tekst “Straschek 1963 – 74 West-Berlijn”, die hier voor het eerst in een Nederlandse vertaling verschijnt, is even eenvoudig als informatief: het is een subjectieve, zelfreflexieve inkijk in Günter Peter Strascheks elf jaar in West-Berlijn. Straschek: “In de herfst van ’63 was ik vastbesloten om naar de DDR te verhuizen. In een fabriek wilde ik werken. Meer zelfs, ik vond dat ik mijn bestaan fundamenteel moest veranderen. In Berlijn (DDR) stuurden ze me echter dagenlang van het ene ministerie naar het andere en weigerden ze beleefd. Een kritiek rondbazuinende, werkloze Oostenrijker kon deze eerste Duitse arbeiders- en boerenstaat niet gebruiken. Daar zal ik hen eeuwig dankbaar voor zijn.”

Article NL EN DE
13.04.2022
1 2 3 4

Elf ereignisreiche Jahre in Westberlin hinterließen deutliche Spuren im Leben von Günter Peter Straschek. Er verarbeitet sie in dem Text “Straschek 1963 -74 Westberlin”. Der Titel in der dritten Person verweist auf den selbstreflexiven Charakter des Essays. Straschek: “Im Herbst ’63 war ich entschlossen, in die DDR zu übersiedeln. In einer Fabrik wollte ich arbeiten, mehr noch: ich meinte mein Dasein grundsätzlich verändern zu müssen. Doch in Berlin (DDR) schickte man mich tagelang von einem Ministerium zum anderen, lehnte höflich ab. Einen herumkritisierenden berufslosen Österreicher konnte dieser erste deutsche Arbeiter- und Bauernstaat nicht gebrauchen. Dafür will ich ihm ewig dankbar sein.”

Article NL EN DE
13.04.2022
1 2 3 4

The title of the text “Straschek 1963–74 West Berlin” is as simple as it is informative: it is a subjective, self-reflective insight into Günter Peter Straschek’s eleven years in West Berlin. Straschek: “In fall 1963, I was determined to settle in the German Democratic Republic. I wanted to work in a factory. More: I was convinced that I had radically to alter my existence. In East Berlin, however, I was sent from one ministry to the other for days on end, and my request was politely declined. The first German workers’ and peasants’ state had no use for an Austrian without a profession who went around criticizing everything. I will be forever grateful to it for that.”

Conversation NL EN
6.04.2022

This year, the American film director Gus Van Sant created his first stage production called Trouble, a musical about Andy Warhol. On the occasion of the premiere in De Singel in Antwerp, Sabzian has a conversation with Van Sant to talk about four films that marked a period of formal experimentation in his oeuvre: Gerry (2002), Elephant (2003), Last Days (2005) and Paranoid Park (2007). Gus Van Sant: “The blocking itself is the main feature of the scene. When you’re using a storyboard, you’re adapting the locations and the actors to the storyboard, which is already fixed when the characters come in the frame. This is the main reason I started to work without a storyboard because the characters can work the scene better. They can make things happen within that timeframe as opposed to working with single shots.”

Conversation NL EN
6.04.2022

De Amerikaanse filmregisseur Gus Van Sant maakte vorig jaar zijn eerste theaterproductie, Trouble, een musical over Andy Warhol. Bij de première van het stuk in De Singel in Antwerpen sprak Sabzian met Van Sant over vier van zijn films die samen een periode van vormelijk experiment betekenen binnen zijn oeuvre: Gerry (2002), Elephant (2003), Last Days (2005) en Paranoid Park (2007). Gus Van Sant: “Het afbakenen is het belangrijkste kenmerk van een scène. Wanneer je een storyboard gebruikt, pas je de locaties en de acteurs aan aan het storyboard, dat al vastligt wanneer de personages in beeld komen. Dat is de belangrijkste reden waarom ik zonder storyboard ben gaan werken, omdat de personages dan beter in de scène zitten. Ze kunnen dingen laten gebeuren binnen een tijdsbestek en dat lukt niet wanneer je met losse shots werkt.”

Article NL
6.04.2022

Anno 2022 zijn geluid en luisteren een essentieel onderdeel geworden van het creatief proces van films maken. Sinds de digitale revolutie ligt het monteren van klank  en beeld binnen handbereik van de filmmaker zelf. Hierdoor is een werkelijk audiovisuele aanpak in de montage meer dan ooit mogelijk, met fascinerende gevolgen. (...) In Paranoid Park verknoopt Van Sant de vele draden uit Alex’ innerlijke wereld. De film is opgebouwd vanuit zorgvuldig uitgekozen visueel en auditief materiaal en uitgewerkt tot een polyfone en multispatiale audiovisuele compositie. 

Article EN
30.03.2022

Encounters (2006), directed and edited by Pierre-Marie Goulet, is a film whose 105 minutes unfold much longer periods of time, counted in years and decades, through voices, places, natures and faces. The filmmaker himself readily accepts that he is one of those travellers called smugglers [passeurs], had the term not been sullied by other connotations.

Article NL
23.03.2022

Nomadland is opgedragen aan “zij die moesten vertrekken”, een groeiende groep mensen in Amerika die niet genoeg verdienen voor een huis en zo tot een nomadische levensstijl zijn gekomen. Naast vloeiende tracking shots van de Amazon-fabriek bevat Nomadland adembenemende natuurbeelden en intimistische portretten van mensen die van hun noodlot een levensstijl hebben gemaakt. De ontroering van de toeschouwer heeft maar een klein rouwrandje. De gedachte dat er iets mis is met een samenleving waarin mensen in extreem precaire situaties terechtkomen dooft al snel uit in de paarse avondschemering. Ze zijn arm maar gelukkig. En ergens sluimert de gedachte “ze zijn gelukkig omdat ze arm zijn”.

Article NL
16.03.2022
Fernand Deligny 1975
Vertaald door
Introductie door

Sabzian publiceert de komende maanden de eerste Nederlandstalige vertalingen van enkele teksten van Fernand Deligny over de notie van het camereren. Deligny’s filmproducties en audiovisuele experimenten gingen samen met geschreven reflecties over de camera. Zijn schriftuur wordt gekenmerkt door vormelijke wildheid en raadselachtigheid, vol woordspelingen, provocaties en boutades. Hij schreef verschillende teksten over camereren, een werkwoord dat zich onderscheidt van wat we doorgaans filmen noemen. Via dit neologisme opende hij een uniek perspectief op de camera. Deligny: “‘Filmen’ lijkt me een merkwaardig werkwoord. Als het op het schrijven van een boek aankomt, zeg je niet ‘boeken’. En peindre heet niet tableauter. Hieruit blijkt dat, wat film betreft, het eindproduct de overhand neemt en een werkwoord wordt.”

Correspondence EN
9.03.2022

“When we left the theatre at the Viennale after seeing Cow by Andrea Arnold, I was brushing the tears away from my eyes. Is an insightful conversation possible when one is clouded by emotions? I do think this is possible, because what happened during this film might be of interest to us.”

Article NL EN DE
2.03.2022
1 2 3 4

The title of the text “Straschek 1963–74 West Berlin” is as simple as it is informative: it is a subjective, self-reflective insight into Günter Peter Straschek’s eleven years in West Berlin. Straschek: “The discrepancy between subjective pleasure and objective cognition troubles me less where movies are involved than anywhere else. I never have been able to understand the constructions and contortions of certain, usually “conscious,” movie fans who go to great lengths to transcend impressions based on their own likes and dislikes by means of quasi-objective judgments. I, in contrast, don’t find it embarrassing to exploit precisely this subjective freedom. Everyone has (in cinema too) his or her favourite tearjerker.”

Article NL EN DE
2.03.2022
1 2 3 4

De titel van de tekst “Straschek 1963 – 74 West-Berlijn”, die hier voor het eerst in een Nederlandse vertaling verschijnt, is even eenvoudig als informatief: het is een subjectieve, zelfreflexieve inkijk in Günter Peter Strascheks elf jaar in West-Berlijn. Straschek: “Bij film baart de discrepantie tussen subjectief genoegen en objectieve kennis mij minder zorgen. Ik heb nooit de gedachteconstructies en buitelingen kunnen begrijpen van sommige “bewuste” filmfans die moeite doen om hun persoonlijke smaak te overstijgen door een quasi-geobjectiveerd oordeel. Ik geneer mij in het geheel niet om precies van deze subjectieve ruimte gebruik te maken – tenslotte heeft iedereen (ook in de bioscoop) zijn tranentrekkers.”

Article NL EN DE
2.03.2022
1 2 3 4

Elf ereignisreiche Jahre in Westberlin hinterließen deutliche Spuren im Leben von Günter Peter Straschek. Er verarbeitet sie in dem Text “Straschek 1963 -74 Westberlin”. Der Titel in der dritten Person verweist auf den selbstreflexiven Charakter des Essays. Straschek: “Die Diskrepanz zwischen subjektivem Gefallen und objektiver Erkenntnis würde mich überall mehr als beim Movie beunruhigen. Nie konnte ich die Konstruktionen und Purzelbäumer einzelner, meist “bewusster” Kinofans verstehen, angestrengt Ihren persönlichen Geschmackseindruck durch ein quasiobjektiviertes Urteil zu transzendieren. Ich hingegen geniere mich nicht im Ausnützen gerade dieses subjektivierten Freiraums - es hat doch jeder (auch im Kino) seine Heuler.”

Article NL EN DE
2.03.2022
Julian Volz 2022
Translated by

At the end of the 1960s, there was a change of generations at the magazine [Filmkritik] and the editorial work was henceforth led by a collective, the film critics’ co-operative. From that moment, the magazine stopped being a film magazine oriented towards current cinema events and, instead, published thematic issues devoted entirely to one subject and without any formal guidelines. The issues’ respective guest authors and designers were free from editorial intervention. Only these conditions made it possible for literary and film personalities such as Straschek to cover an entire issue with a thoroughly composed biographical essay.

Article NL EN DE
2.03.2022
Julian Volz 2022
Vertaald door

Aan het eind van de jaren zestig vond er een generatiewisseling plaats bij het tijdschrift [Filmkritik]. Voortaan werd de redactie geleid door een collectief, de coöperatieve van filmcritici. Het blad verloor zijn karakter als filmtijdschrift gericht op de filmactualiteit. In plaats daarvan verschenen er themanummers die volledig gewijd waren aan één onderwerp en waarvoor geen vormelijke richtlijnen bestonden. De betreffende gastauteurs en ontwerpers van de nummers waren niet onderworpen aan enige tussenkomst van de redactie. Alleen deze omstandigheden maakten het mogelijk dat een literaire en filmpersoonlijkheid als Straschek een heel nummer voor zijn rekening nam met een grondig gecomponeerd biografisch essay.

Article NL EN DE
2.03.2022

Zu Ende der 1960er Jahre stand ein Generationswechsel in der Zeitschrift [Filmkritik] an und die redaktionelle Arbeit wurde seitdem von einem Kollektiv, der Filmkritiker-Kooperative, geleitet. Ab diesem Zeitpunkt verlor das Heft vollständig seinen Charakter als einer am aktuellen Kinogeschehen orientierten Filmzeitschrift. Stattdessen erschienen Themenhefte, die sich voll und ganz einem Sujet widmeten und für die keinerlei formalen Vorgaben bestanden. Die jeweiligen Gastautor*innen und Gestalter*innen der Nummern unterlagen keinen Eingriffen der Redaktion. Nur unter diesen Bedingungen war es dann auch möglich, dass literarisch und filmisch bewanderte Persönlichkeiten wie Straschek ein ganzes Heft mit einem durchkomponierten biographischen Essay bespielen konnten.

Article NL
23.02.2022

In het Westen wordt het werk van Ozu meestal in verband gebracht met de cultuur waartoe hij behoorde en waarmee hij zonder twijfel een grote affiniteit had: het zenboeddhisme. Volgens de drie meest toonaangevende commentatoren, Donald Richie, Noël Burch en Paul Schrader, draaien de films van Ozu rond een verzoening met het onherroepelijke. (...) Toch is er ook een totaal andere interpretatie van Ozu’s werk mogelijk. (...) In de interpretatie van Deleuze en Hasumi is Ozu niet langer slechts een regisseur van de leegte of de reductie, en wil hij ons niet zonder meer aanmanen tot de aanvaarding van onze eindigheid. Volgens hen is het er Ozu allerminst om te doen verschillen uit te wissen maar wil hij ze net zichtbaar maken.

Conversation NL
16.02.2022
Zach Sokol 2021
Vertaald door

John Wilson is een documentairemaker en voormalig privédetective. Zijn idiosyncratische manier van verhalen vertellen navigeert door zijn eigen neuroses en vat tegelijkertijd de uitgestrekte essentie van New York en haar inwoners.  Wilson: “Zelfs in de meest nauwkeurige narratieve voorstellingen van New York City is er precies nog steeds iets dat ontbreekt. (...) De stad zelf biedt al de rijkste taferelen op de planeet. Het feit dat mensen het vervolgens verdunnen met kunstmatig spul is jammer. Ik wil zoveel mogelijk van New York filmen omdat dingen hier zo snel verdwijnen. Die impuls is nooit echt weggegaan.”

Article NL
16.02.2022

“Als je maar lang genoeg alles filmt wat je aandacht trekt, vormen er zich langzaamaan patronen in je beelden. Maar de beelden wijzen ook terug. In dit geval tonen ze ons niet alleen Manhattan, ze tonen net zo goed John Wilson: een introverte man van in de dertig die met zijn cameraatje door New York trekt. Filmen is voor hem een manier om naar buiten te treden, om met mensen in contact te komen, om te spreken. Het lijkt alsof hij op een gegeven moment in zijn leven besefte dat hij zijn schuchtere karakter, dat hem tot dan toe zo vaak in de weg had gezeten, ook ten goede kon gebruiken. Op zijn eigen manier zette hij vervolgens zijn verlegenheid in – als een wapen en als een schild.”