note
29.03.2019
Agnès Varda (1928-2019)

The French filmmaker Agnes Varda has passed away on 29 March 2019. She was 90 years old. She has made films for the past sixty-four years, starting out in 1955 with La Pointe Courte – considered by Georges Sadoul to be “certainly the first film of the French nouvelle vague” – Cléo de 5 à 7 (1962) and Le Bonheur (1965). In 1964 she made Salut les Cubains!, a political documentary mostly made of animated photographs from a trip Varda took to Cuba. In 1967 she co-directed the militant anti-imperialist film Loin du Vietnam together with Chris Marker, Jean-Luc Godard and many other engaged filmmakers. Her film Black Panthers (1968) is another example of Varda’s explicitly political work. At the end of the fifties she met filmmaker Jacques Demy to whom she was to remain married until his death in 1990. Varda had a prolific carreer going on to make Sans toit ni loi (1985), Les glaneurs et la glaneuse (2000) and Les plages d'Agnès (2008) among many other films.

Le bonheur (Agnes Varda, 1965)

 

« Je ne veux pas montrer, mais donner aux gens l’envie de voir. »

Agnes Varda

 

“Het idee om een film te maken over ‘het geluk’ is bij Agnès Varda opgekomen, toen zij eens een familiefoto zag waarop alle aanwezigen gelukkig schenen te zijn. Allen op hetzelfde ogenblik, is dat mogelijk? Is het beeld van het geluk reeds geluk? Of: is een fles ‘Vittel’ hetzelfde als ‘de frisheid van de berglucht?’ Deze initiële vraag beheerst de hele film. Merkwaardig is, dat Varda de dingen om zich heen zo kritisch bekijkt, zonder zelf ooit te kritiseren. Zij stelt slechts vragen. Zij is nooit teder: haar film is beslist geen loflied op onze maatschappij. Maar zij wordt ook nooit wrang: nergens is de film een aanklacht. Misschien is dit een andere, om niet te zeggen nieuwe vorm van kritiek. Er wordt geen afstand genomen van het bekritiseerde object; integendeel, er wordt kritiek geleverd met en aan de hand van de bekritiseerde vormen. Varda spreekt over de cliché's waarmee we leven en zij gebruikt daarvoor diezelfde cliché's. (Heel duidelijk - bijna symbolisch - is dit naar voren getreden in de pop-art). Deze werkwijze lijkt me veel meer ‘geëngageerd’ dan de nogal gebruikelijke paternalistische betweterij. Ze impliceert namelijk dat iedereen, ook hij die kritiek levert, deel uitmaakt van het bekritiseerde. In Le Bonheur geeft Varda kritiek op Le Bonheur.”

Eric De Kuyper1

 

Cahiers du cinémaPour parler de façon très simpliste, on peut distinguer dans le film [Le bonheur, 1965] « une face vie » et « une face mort », d’un bout à l’autre, et ce, continûment.

Agnes Varda: C’est à peu près ce que m’a dit Rivette. Pour lui, l’élément « mort » entre dans l’histoire sous les traits de Marie- France Boyer, avec son regard bleu-clair, sa pâleur. A partir de là, la mort fait son che­min, opère ses substitutions, jusqu’à la fin. Cette interprétation m’a surprise et m’a ravie. C’est comme si l’on m’offrait un kaléidoscope : ça n’a pas été écrit avec cette idée, mais si elle est dans le film, cela me plaît bien... Resnais, lui, dit qu’il a senti la mort parce qu’on entendait du Mozart. 

Agnes Varda dans un entretien dans Cahiers du cinéma, 19652

 

MUBI is currently having a Special on Agnes Varda’s work with 7 films of her films still available for streaming in the next couple of weeks.

 

 

Elsa la rose (Agnès Varda, 1966) 1

Elsa la rose (Agnès Varda, 1966) 2

Elsa la rose (Agnès Varda, 1966) 3

Elsa la rose (Agnès Varda, 1966) 4

Elsa la rose (Agnès Varda, 1966) 5Elsa la rose (Agnès Varda, 1966) 6

Elsa la rose (Agnès Varda, 1966) 7

  • 1. Eric De Kuyper, “Agnès Varda en Le Bonheur,” Streven, Jaargang 19, (1965-1966), p. 1074. Via Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Lettern, dbnl.org. 
  • 2. Jean-André Fieschi, Clauder Ollier, « La grâce laïque, entretien avec Agnes Varda, Cahiers du cinéma, n°165, avril 1965, p. 42.