note NL
31.08.2020
Robbe De Hert (1942-2020)

DOCIP-archief, tournage Le filet américain (1981), fotograaf onbekend

Filmmaker Robbe De Hert is maandag 24 augustus op 77-jarige leeftijd overleden. 

 

“Bij zijn overlijden werd Robbe De Hert (1942 - 24 augustus 2020) in Vlaanderen door collega’s en journalisten bejubeld en omschreven als een kleurrijk figuur en pionier. Lofzangen op maat van het romantische imago van getormenteerde, immer strijdende kunstenaar dat de cineast gretig mee cultiveerde. Vreemd en wat wrang aangezien De Hert bij leven vooral uitgespuwd en uitgelachen werd. Hij vocht vaak vruchteloos om zijn droomprojecten gefinancierd te krijgen. Botste steevast met de subsidiërende overheid en producenten. Om uiteindelijk weggezet te worden als een mediagenieke schertsfiguur, iemand die een fetisj-handdoek meezeulde, iedereen ‘schat’ noemde (omdat hij geen namen kon onthouden) en treurde wanneer hij door zijn falend lichaam niet meer dronken kon (lees: mocht) zijn. Waarbij vergeten raakte dat De Hert iets kon en iets te zeggen had, dat zijn werk de stempel van de rebelse sixties droeg. Kortom, dat de verteller van straffe anekdotes als fan van Amerikaanse cinema en James Dean ook a rebel with a cause was en bleef. Tussen 1963 en 2018 draaide de in het Engelse Farnborough op 20 september 1942 geboren filmmaker zo’n veertigtal korte en lange films, documentaires en speelfilms. Met als resultaat een breed uitlopend oeuvre, chaotisch als het enfant-terrible-uit-noodzaak, ongelijk van kwaliteit maar vaak verontrustend, soms revolutionair en altijd markant. Met Robbe De Hert stierf niet enkel een stukje Vlaamse filmgeschiedenis maar verdween ook een enthousiasteling die zowel zijn eigen dromen bleef najagen als een groep mensen wist te inspireren.”

Ivo De Kock1

 

“Robbe De Hert is dertig. Hij behoort tot mijn generatie. Ik behoor tot zijn generatie. We hebben dezelfde dingen meegemaakt. We hebben dezelfde dingen niet meer meegemaakt. We verstaan elkaar beter, dan mensen van 35 of van 25. We verstaan elkaar te goed.

Ik neem me voor de volgende dingen niet te schrijven over de eerste langspeelfilm van Robbe De Hert [Camera Sutra, 1973]:

– dat de film slordig is;
– dat het een film is over jongen mensen en door jonge mensen gemaakt (en dus veel vergeven moet worden);
– dat de film niet overtuigend is;
– dat de film een kritiek is op België (Vlaanderen) (welke kritiek?);
– dat het een anti-repressie-film is;
– dat het een contestatie-film is;
– dat het een (mislukte/geslaagde al naar gelang) politieke film is (welke politiek?);
– dat het publiek er hard bij zit te lachen (er zijn veel manieren om te lachen);
– dat ‘het volk’ de film wel graag zal zien omdat de film ‘hun taal’ spreekt, de taal van de volksjongen;
– dat De Hert het slachtoffer van zijn generositeit is geworden (‘Watte?’ vraagt Robbe me);
– dat De Hert niet weet wat hij doet.

Ik heb dat allemaal al ergens gelezen en gehoord, bij mezelf zitten denken en aan Robbe De Hert verteld. Laten we niet in veilige herhaling vervallen.

ONVEILIG: Ik heb me bij het schrijven van dit stuk allerellendigst gevoeld. Het liefst had ik niets geschreven. Proberen te vergeten. Proberen te vergeten hoe dichtbij, hoe reëel Camera Sutra is. Dat geldt niet voor alle toeschouwers, wel voor bijna iedereen van mijn generatie. We herkennen ons in deze film. (Kijk, daar loop ik! Kijk, die zin heb ik ooit gezegd! Hoor, zo dacht ik toen! Nee, zeg, zou ik nu ook nog zo denken?)”

Dirk Lauwaert2

 

« Robbe De Hert choisit le cinéma après avoir été plongeur dans un restaurant, docker, forgeron et trafiquant d'alcool. D'abord cameraman à la BRT en 1964 et 1965, il est renvoyé pour insubordination. Il collabore ensuite à de nombreux films en qualité de comédien, de monteur, de directeur de la photographie et de producteur.

Avec Camera Sutra (of de bleekgezichten), Robbe De Hert réalise son oeuvre la plus ambitieuse. (...) [C]ette fresque de 130 minutes est construit sur plusieurs plans qui mêlant la fiction à des reportages et documents d'actualités. Dans ce portrait de la Belgique en 1970, une bande de jeunes gens, voyous et révoltés (anarchistes ou révolutionnaires ?) – ici commence la fiction – traversent ces événements de part en part. Dans ce mélange irritant, ce tourbillon plein de heurts, ces passages parfois incohérents du futur dans le présent, maints sujets généralement tabous ou presque dans notre cinéma national sont abordés: les jeux du pouvoir et les profits de l'Etat, les luttes linguistiques, le doping, la misère des travailleurs... Brouillon griffonné, mille fois raturé, fourre-tout qui use parfois des pires clichés du cinéma commercial, cette éjaculation brutale oblige à regarder la Belgique autrement que ne l'ont fait, trente ou quarante ans durant, tous les documentaires ethnographiques et folkloriques qui firent la réputation de notre cinéma.

La grande époque de Robbe De Hert se termine. »

Boris Lehman3

 

CINEMATEK plant een eerbetoon aan Robbe De Hert in Flagey tussen 23 en 26 september.

 

(Afbeelding: DOCIP-archief, tournage Le filet américain (1981), fotograaf onbekend.)