In memoriam: Frank Vande Veire (1958-2026)

Vorige week overleed Frank Vande Veire, Belgisch cultuur- en kunstfilosoof, auteur en docent aan KASK / School of Arts in Gent, waar veel oprichters en redactieleden van Sabzian film studeerden. We leerden er Frank kennen als een bijzondere geest en schrijver, die mede dankzij zijn grote cinefilie een belangrijke inspiratiebron vormde voor het ontstaan en de ontwikkeling van Sabzian. Frank was in 2015 ook de spreker op onze jaarlijkse Sabzian-avond, de voorloper op de State of Cinema, waar hij Vincente Minnelli’s Some Came Running (1958) inleidde. Hij zou meerdere teksten voor Sabzian schrijven.

Het is niet eenvoudig onder woorden te brengen wat Frank voor ons heeft betekend. Als jonge studenten aan het KASK confronteerde hij ons met de kritische kunstfilosofie van Adorno, het muzikale gepiep van Kafka’s Josefine, de blik van Orpheus bij Blanchot, het bochelmannetje van Benjamin, de rijpe en onrijpe vormen van Gombrowicz, Batailles zonne-anus, Friedrich Nietzsches dolle mens, Žižeks mensbeeld, en zo veel meer. Frank was in de eerste plaats een kritische maar ook gretige toeschouwer, met een grote liefde voor cinema, wat ook blijkt uit zijn vele teksten over de filmkunst. Ook zijn talloze essays, verschenen in tijdschriften als De Witte Raaf, Yang en andere bladen, blijven belangrijke aanknopingspunten voor een fundamentele reflectie over kunst. Bekend zijn zijn “pamfletten” ‘I Love Art, You Love Art, We All Love Art, This Is Love’ en ‘Men neemt de kunst haar crisis af’, verschenen in Yang/De Morgen en in De Witte Raaf in 2003. In deze teksten keerde hij zich fel tegen de toenmalige kunstwereld, wat in Vlaanderen tot heel wat polemiek leidde. Tegenover hedendaagse tendensen die kunst bij voorbaat als iets positiefs en verbindends beschouwen, die stellen dat kunst en cultuur in wezen “goed” voor ons zijn, benadrukte Frank Vande Veire juist dat zulke benaderingen de ervaring van kunst dreigen te neutraliseren. Kunst hoeft helemaal niets. Kunst is een ervaring die radicaal open blijft, en elke inkapseling, anticipatie of voorafgaande legitimering maakt het kunstwerk de facto onmogelijk. Ook het vaak herhaalde discours dat kunst per definitie uitdagend moet zijn of onaangename waarheden moet onthullen, dreigt een vorm van neutralisering te worden. De moderne conditie van de kunst houdt juist in dat “niets wat de kunst aangaat nog vanzelfsprekend is, zelfs niet haar bestaansrecht,” zoals hij Adorno citeert. Het waren juist die kunstwerken die zich op de rand van hun eigen mogelijkheid bevinden en waarin de innerlijke spanning van het moderne subject voelbaar wordt, die hem bleven bezighouden. Het was ook wat hem aantrok in cinema: de kunstvorm waarin obsessie en de blik bij uitstek centraal staan, en die een “vreemde zichtbaarheid” mogelijk maakt, “een nabijheid die tegelijk een oneindige afstand is, een nabijheid die mogelijk is door die oneindige afstand.”1 Ook zijn schrijven zelf wist zich te handhaven “op de rand van zichzelf” en werd gekenmerkt door een obsessieve maar onmogelijke drang om “alles” tot het uiterste uit te zoeken, om schijnbaar niets onbeproefd te laten, in het volle besef dat wie spreekt “alles overslaat”.

In 1997 ontving hij, naar aanleiding van De geplooide voorstelling: essays over kunst de Vlaamse cultuurprijs voor kunstkritiek. Daarnaast publiceerde hij onder meer het overzichtswerk Als in een donkere spiegel: de kunst in de moderne filosofie (2002) en de cultuurfilosofische essaybundel Neem en eet, dit is je lichaam: fascinatie en intimidatie in de hedendaagse cultuur (2005). In 2013 debuteerde hij als romancier met het pornografisch-filosofisch Bloeiende Agatha, gevolgd door de liefdesroman Het einde van alle straten in 2022. Vorig jaar maakte musicoloog Björn Schmelzer nog Een donkere spiegel, een film waarin Frank Vande Veire fragmenten van schrijvers en denkers leest die hem hebben gevormd en die hij in verband brengt met eigen werk en favoriete kunstwerken.2

Met het overlijden van Frank worden we eraan herinnerd hoe ideeën een plaats in nemen in de werkelijkheid en het vermogen bevatten schoonheid toe te voegen. Het was een voorrecht om via zijn denken een unieke blik op kunst, mens en wereld te ervaren. Wanneer iemand vertrekt lijkt hij ook die blik en de mogelijkheid van zijn denken met zich mee te nemen. Maar die manier van kijken blijft niet enkel als gemis bestaan. Ze leeft voort in de teksten die hij schreef, in de lezingen die hij gaf en in de sporen die hij achterliet bij wie hem heeft gelezen of gehoord. Zijn denken is niet afgerond, maar zindert na en verschijnt als een uitnodiging om verder te blijven kijken en denken.

L'Enigme d'Isidore Ducasse (Man Ray, 1920)
Obituaries
NL
Sabzian's seasonal roundup of recently published and forthcoming film publications.
Each month, Sabzian lists upcoming Belgian premieres, releases and festivals.