De blinde filmmaker

Het eenzijdige genie van Orson Welles

(1) Othello (Orson Welles, 1951)

Orson Welles, Othello. De film is vier jaar in productie: van 1949 tot 1952. Welles begint onder dat gesternte als filmmaker een tweede, nu uitsluitend Europese carrière. Een banneling (zoals Chaplin, Von Stroheim, Fuller). Welles loopt verloren in het versnipperde Europese productieapparaat. Zijn natuurlijke megalomanie wordt hier sterk gevoed, maar zelden bevredigd. Geen kapitalistische vaderfiguur houdt hem nog in het gareel. Europa is voor hem als een fata morgana: mateloze beloftes die systematisch vervluchtigen. Van dat misverstand maakt hij een levensstijl en een esthetiek. Welles is bij uitstek een beeldregisseur. Voor scenische continuïteit en ruimtelijke natuurlijkheid heeft hij geen geduld. Iedere opname draagt obsessioneel zijn signatuur: een exuberant maniërisme. Aan de hand van zijn films schreef men in de jaren vijftig de schoolse filmgrammatica’s, met hommages aan vogel- en kikvorsperspectieven, beschouwingen over de plasticiteit van het filmbeeld en beschrijvingen van beeldovergangen die moeten zinderen van elliptische expressiviteit. Maar deze schoolvoorbeelden van hét filmische werden kort daarna reeds aangevochten door de Nouvelle Vague. Het realisme van Renoir, Visconti en Rossellini had de trukendoos van de Grote Cinema al enkele jaren eerder definitief gesloten. De cinema construeert niet – zoals de artistiek ambitieuze speelfilm pretendeerde – maar registreert, zo luidde de nieuwe boodschap.

In zekere zin zet Welles tot zijn laatste films een verouderd en misleidend filmideaal voort, dat in de stille film nog triomfeerde maar daarna verdwenen was. Zoals zo vaak speelt zijn niet aflatende experimenteerlust hem parten: niets veroudert immers zo snel als de vernieuwing; niets vermoeit zozeer als de inspanning om vooral niet natuurlijk te zijn.

En juist hier begint Welles boeiend te worden: de koppige knutselaar, de perfectionistische amateur, de grootheidswaan zonder middelen – financiële, productietechnische, intellectuele en zelfkritische middelen. Welles behoort niet tot de mainstreamfilm, noch tot het klassieke patrimonium maar tot de exotische periferie. Zulke films vervullen je vaak met enige weerzin: ze zijn zo ongemanierd. Ze misprijzen een beetje het publiek. Niet om te beleren maar om te overdonderen; niet om te verleiden maar om de mond te snoeren.

Morsdood

Het meest teleurstellende in Welles – Othello bevestigt dat – is het gebrek aan sensualiteit. Geen enkele morbide of sentimentele emotie is van het scherm af te lezen. Jaloezie en lust zijn in composities, licht en decor verpakt; nooit in het lichaam zichtbaar gemaakt. Er zit meer erotiek in één plan van Straub of Bresson (toch niet de meest vanzelfsprekende betreders van dit gebied) dan in een hele film van Welles! Dat lijkt te wijten aan zijn onvermogen om een beeld te laten zijn wat het is, om rustig te kijken naar wat er gebeurt. Nee, hij wil alles construeren, ieder detail, iedere nuance bewust en gewild in dat beeld zetten. Er bestaat geen snellere manier om de ziel uit het beeld te verjagen! Uiteraard verbazen zijn beelden ons niet: deze formalistische constructeur dacht ze morsdood.

Ieder plan krijgt uiteindelijk de kwaliteit van een stilleven, het gepolijste van een uitgeslepen natuurvorm. Misschien is Welles vooral dat: niet een dramatisch maar een kosmologisch schepper; niet een manipulator van geschiedenissen maar van de materie en zijn vormen. Hij deelt die kwaliteiten met de allergrootsten: Eisenstein, Gance, Murnau, Von Sternberg. Alleen was het filmtijdperk waarin hij werkte daartoe niet meer geschikt. De film was al lang genezen van haar verwondering over zichzelf, over het vermogen van haar kinderlijke magie om grandioze synthesen te maken. Welles is een karikatuur van die traditie, een alibi voor verlate en provinciale filmpuristen, een natte droom voor creatieve adolescenten die zich in zijn onerotische wereld van louter mannelijke, narcistische ambities herkennen.

Welles is een blinde – want visionair en bovenmenselijk. Zijn eenzijdigheid is niet alleen ergerlijk maar ook ontroerend. Zijn narcisme maakt hem tot een buitenaards en buitensporig wezen dat de film in banen stuurde die vandaag vitaal lijken. Zijn steriele aandacht voor het beeld is nu kostbaarder dan de onverschilligheid waarmee men vandaag het beeld hanteert, op televisie en in film. De imponerende allure waarmee hij emoties in zijn composities metst, koestert men vandaag niet langer als ambitie. Dat laat men nu aan de klank over. Het heroïsche knutselwerk van zijn tournages leidde in het uiteindelijke resultaat tot een verbrokkelde structuur. Die verklaart echter wel hoe hij in ieder plan zijn hele project wil samenballen. Als je Othello uit elkaar neemt, houd je minstens twintig tot dertig filmfragmenten over die als meesterwerkjes van enkele seconden of een minuut het oog blijvend fascineren. Ook dat is film: de kunst om een golf, een zeil, een vaandel, een massa gehelmde soldaten, een kasteel of een portiek in beeld te brengen alsof je het voor de allereerste keer te zien krijgt. We zullen met de steeds duidelijker wordende beperkingen van Welles moeten leren leven, want de kwaliteiten die hij uit het verleden van het beeld tot bij ons sleepte zijn onmisbaar.

(2) Othello (Orson Welles, 1951)

Beelden uit Othello (Orson Welles, 1951)

 

Deze tekst verscheen oorspronkelijk in Kunst & Cultuur, juni 1993.

Met dank aan Reinhilde Weyns en Bart Meuleman.

Met steun van LUCA School of Arts, LUCA.breakoutproject.

ARTICLE
22.03.2023
NL EN
In Passage, Sabzian invites film critics, authors, filmmakers and spectators to send a text or fragment on cinema that left a lasting impression.
Pour Passage, Sabzian demande à des critiques de cinéma, auteurs, cinéastes et spectateurs un texte ou un fragment qui les a marqués.
In Passage vraagt Sabzian filmcritici, auteurs, filmmakers en toeschouwers naar een tekst of een fragment dat ooit een blijvende indruk op hen achterliet.
The Prisma section is a series of short reflections on cinema. A Prisma always has the same length – exactly 2000 characters – and is accompanied by one image. It is a short-distance exercise, a miniature text in which one detail or element is refracted into the spectrum of a larger idea or observation.
La rubrique Prisma est une série de courtes réflexions sur le cinéma. Tous les Prisma ont la même longueur – exactement 2000 caractères – et sont accompagnés d'une seule image. Exercices à courte distance, les Prisma consistent en un texte miniature dans lequel un détail ou élément se détache du spectre d'une penséée ou observation plus large.
De Prisma-rubriek is een reeks korte reflecties over cinema. Een Prisma heeft altijd dezelfde lengte – precies 2000 tekens – en wordt begeleid door één beeld. Een Prisma is een oefening op de korte afstand, een miniatuurtekst waarin één detail of element in het spectrum van een grotere gedachte of observatie breekt.