in theatres
FILM
Ghost Tropic
,
,
85’

After a long day at work, 58-year-old Khadija falls asleep on the last subway train. When she wakes up at the end of the line, she has no choice but to make her way home on foot. On her nocturnal journey she finds herself compelled to ask for and give help to the other inhabitants of the night.

 

“‘Tijdens de productieperiode van Hellhole heb ik veel gewerkt met jongens in de kwetsbare wijken van Brussel. Ik zag hun moeders door de straten stappen en in liften verdwijnen en vroeg me af wie zij waren. Zij worden slechts zelden in beeld gebracht’, verklaarde Devos de keuze voor zijn hoofdpersonage. ‘Ze leven vaak tussen twee werelden in: zij kijken naar hun land van afkomst terwijl hun kinderen werkelijk in Brussel leven. Soms zijn ze een beetje jaloers op hoe hun kinderen hier in Brussel hun leven kunnen opbouwen.’ Naast een andere narratieve insteek slaat Ghost Tropic ook stilistisch andere wegen in. Na de imponerende, soms afstandelijk maniëristische fotografie van DoP Nicolas Karakatsanis zien we nu warmere beelden van DoP Grimm Vandekerckhove. Die combineren Chantal Akermans statisch observerende stijl (zie bijvoorbeeld het donker wordende interieur waarmee de film opent) met een droomachtige kwaliteit die aandacht heeft voor onder meer rode kleuraccenten. ‘In Hellhole was Brussel een politieke ruimte met een onderlaag van angst. Ghost Tropicis daar een antwoord op en staat meer open tegenover de stad. Het was mijn bedoeling om met deze film de cirkel van angst te doorbreken.’”

Bjorn Gabriels1

 

Olivia Rochette: Jullie hebben gekozen om op 16mm te draaien, wat voor een specifieke scherptediepte en textuur zorgt. In je vorige films is de achtergrond, de ruimte rondom het personage, flou, in Ghost Tropic is die ruimte wel zichtbaar. Was de keuze voor 16mm een financiële overweging of was het voor jou belangrijk om Khadija in de ruimte, in Brussel, te plaatsen?

Bas Devos: Ik wilde Ghost Tropic met een klein budget maken maar ik wilde wel absoluut op pellicule draaien. Nostalgie speelt geen rol in die keuze. Met een beperkt budget is het doorgaans vanzelfsprekend om digitaal te draaien, zeker ’s nachts. Digitale camera’s zijn erg lichtgevoelig, met de juiste lens zie je gewoon meer dan met het oog. Maar het digitale beeld heft ook een nachtelijke stemming op. Wat ik zo mooi vind aan pellicule, zeker aan 16mm, is dat de materialiteit van de film in de low lights zichtbaar wordt en in de high lights oplost. Als je een beeld maakt van iemand die ’s nachts onder een lantaarn staat, zal de donkerte rond het personage leven en het licht als het ware kristalliseren. Dat was voor mij de belangrijkste reden. Ik wilde dat de nacht letterlijk tot leven kwam en als een deken over Khadija lag.”

Olivia Rochette in gesprek met Bas Devos2

 

“Just like in Charles Dickens’ famous story Night Walks the end of daylight brings the woman into sympathetic relationships with the people of the night. (...) An almost utopian togetherness becomes visible. It is as if all the people of the night, all those stray dogs inhabiting deserted streets, hold together. (...) As Dickens wrote: ‘And then the yearning of the houseless mind would be for any sign of company, any lighted place, any movement, anything suggestive of anyone being up...’”  

Patrick Holzapfel3

 

PART OF
FILM
Ghost Tropic
,
,
85’

After a long day at work, 58-year-old Khadija falls asleep on the last subway train. When she wakes up at the end of the line, she has no choice but to make her way home on foot. On her nocturnal journey she finds herself compelled to ask for and give help to the other inhabitants of the night.

 

“‘Tijdens de productieperiode van Hellhole heb ik veel gewerkt met jongens in de kwetsbare wijken van Brussel. Ik zag hun moeders door de straten stappen en in liften verdwijnen en vroeg me af wie zij waren. Zij worden slechts zelden in beeld gebracht’, verklaarde Devos de keuze voor zijn hoofdpersonage. ‘Ze leven vaak tussen twee werelden in: zij kijken naar hun land van afkomst terwijl hun kinderen werkelijk in Brussel leven. Soms zijn ze een beetje jaloers op hoe hun kinderen hier in Brussel hun leven kunnen opbouwen.’ Naast een andere narratieve insteek slaat Ghost Tropic ook stilistisch andere wegen in. Na de imponerende, soms afstandelijk maniëristische fotografie van DoP Nicolas Karakatsanis zien we nu warmere beelden van DoP Grimm Vandekerckhove. Die combineren Chantal Akermans statisch observerende stijl (zie bijvoorbeeld het donker wordende interieur waarmee de film opent) met een droomachtige kwaliteit die aandacht heeft voor onder meer rode kleuraccenten. ‘In Hellhole was Brussel een politieke ruimte met een onderlaag van angst. Ghost Tropicis daar een antwoord op en staat meer open tegenover de stad. Het was mijn bedoeling om met deze film de cirkel van angst te doorbreken.’”

Bjorn Gabriels1

 

Olivia Rochette: Jullie hebben gekozen om op 16mm te draaien, wat voor een specifieke scherptediepte en textuur zorgt. In je vorige films is de achtergrond, de ruimte rondom het personage, flou, in Ghost Tropic is die ruimte wel zichtbaar. Was de keuze voor 16mm een financiële overweging of was het voor jou belangrijk om Khadija in de ruimte, in Brussel, te plaatsen?

Bas Devos: Ik wilde Ghost Tropic met een klein budget maken maar ik wilde wel absoluut op pellicule draaien. Nostalgie speelt geen rol in die keuze. Met een beperkt budget is het doorgaans vanzelfsprekend om digitaal te draaien, zeker ’s nachts. Digitale camera’s zijn erg lichtgevoelig, met de juiste lens zie je gewoon meer dan met het oog. Maar het digitale beeld heft ook een nachtelijke stemming op. Wat ik zo mooi vind aan pellicule, zeker aan 16mm, is dat de materialiteit van de film in de low lights zichtbaar wordt en in de high lights oplost. Als je een beeld maakt van iemand die ’s nachts onder een lantaarn staat, zal de donkerte rond het personage leven en het licht als het ware kristalliseren. Dat was voor mij de belangrijkste reden. Ik wilde dat de nacht letterlijk tot leven kwam en als een deken over Khadija lag.”

Olivia Rochette in gesprek met Bas Devos2

 

“Just like in Charles Dickens’ famous story Night Walks the end of daylight brings the woman into sympathetic relationships with the people of the night. (...) An almost utopian togetherness becomes visible. It is as if all the people of the night, all those stray dogs inhabiting deserted streets, hold together. (...) As Dickens wrote: ‘And then the yearning of the houseless mind would be for any sign of company, any lighted place, any movement, anything suggestive of anyone being up...’”  

Patrick Holzapfel3