Bijdrage tot een “televisie-erotologie”

Als je de kenmerken van een televisie-seksuologie probeert te bepalen, ligt een vergelijking met de cinema voor de hand.
Het opvallendste verschil heeft te maken met de grootte van het beeld. Dat het tv-scherm klein is, heeft vooral met het toeval te maken en hoeft mijns inziens geen doorslaggevende rol te spelen op het vlak dat ons hier interesseert. De “kleine omvang” van het scherm is bovendien een omstreden gegeven en is in ieder geval grotendeels afhankelijk van de gezichtshoek van de kijker. Ik geef toe dat een groot scherm vanuit de verte niet exact gelijk is aan een van dichtbij waargenomen klein scherm, gezien onder dezelfde hoek, maar dat neemt niet weg dat we een filmbeeld niet ervaren als de gereduceerde versie van het overeenkomstige tafereel: ons brein stelt alles automatisch bij. Belangrijker dan de afmetingen van het televisiebeeld zijn wellicht de gebreken die onlosmakelijk met de techniek verbonden zijn. Doordat het beeld uit puntjes bestaat, wordt de kijker onherroepelijk een bijziende die niet eens van dichterbij kan gaan kijken want in dat geval zal hij het beeld nog slechter zien. Het lijkt a priori duidelijk dat deze onvolmaaktheid ambigu is.
Een bepaalde mate van verhulling is inderdaad een bekende wet van de erotiek en op dit vlak kan een wazig beeld bewust of bij toeval van pas komen. Maar het kan evengoed nadelig uitpakken als men werkelijk gedwongen is verstoppertje te spelen, bijvoorbeeld in Amerikaanse films waar het erotische effect juist gebaseerd is op controle van de censuurregels van de Motion Picture Production Code. De exacte plaats van een decolleté, het belang, de intensiteit en de invalshoek van een schaduw, al gaat het maar om een paar centimeters, maken vaak het hele verschil. Wat zou daarvan overblijven op een vaag beeld met slechte contrasten? Op televisie kan de suggestieve kracht bijgevolg enkel een gevolg zijn van het gebrek aan scherpte van het getoonde beeld, en niet zozeer van de precisie van wat verborgen wordt.
Maar ook op dit vlak zijn volgens mij de technische aspecten van secundair belang. Niet door de plastische verschillen van de beelden te bestuderen zullen we een significant resultaat boeken, wel door hun psychologische gegevens en hun sociale impact te analyseren.
Laten we ons om te beginnen buigen over wat specifiek is voor de televisie: de live uitzending. Het lijdt inderdaad geen twijfel dat de specifieke aantrekkingskracht van de televisie voortkomt uit het besef dat het bestaande object en onze perceptie ervan samenvallen: het enige wat cinema ons niet kan bieden. Er is geen reden waarom dit besef niet zou bijdragen tot de erotische ontroering. Het is bijvoorbeeld duidelijk dat onze emotie bij het zien van een naakte vrouw op het filmscherm anders is dan de reflectie van diezelfde reële vrouw weergegeven via een spel van spiegels. Wat, dit terzijde gezegd, mooi aantoont dat een toneelstuk niet zozeer op de reële aanwezigheid van de acteur berust, dan wel op zijn integratie in het spel. Dagelijks bezorgt de televisie ons rechtstreekse vertoningen die geen toneel zijn. De Amerikaanse tv-kijkers die het geluk hadden net niet te knipperen op het moment dat het schouderbandje van een jurk per ongeluk loskwam, zodat ze tijdens een live uitzending onverwacht een close-up van een borst te zien kregen, maakten in ieder geval een uniek erotisch tv-moment mee: het blote-borst-moment tussen twee cameraperspectieven in. Dergelijke vertoningen zijn schaars en je kunt er niet echt op rekenen. Volgens mij schuilt in de rechtstreekse aanwezigheid van mensen op het scherm alleen al een emotionele factor die er gewoon om vraagt een erotisch tintje te krijgen, tenminste als het onderwerp er zich toe leent.

De filmwereld telt heel wat mooie vrouwen, maar de tijd van de bathing beauties of meer algemeen de aanwezigheid van prikkelende scènes ligt allang achter ons en vormt niet meer dan een stijlfiguur op het scherm, een gewoon decoratief element. Ik weet niet of dit gevoel door gewenning zal verdwijnen, maar ik heb vastgesteld dat er altijd iets ontroerends en zelfs verontrustends optreedt wanneer een mooie meid op televisie in beeld komt.
Zo is het me in de variété-uitzendingen van André Gillois en Jean Nohain opgevallen dat er meestal een langbenige brunette discreet in een hoekje klaarstaat om in te springen: om de prijs aan winnaars van een warm-of-koud-spelletje te overhandigen of om iets onbeduidends maar elegants te doen. Nooit zal de cameraman haar rechtstreeks in beeld brengen, slechts toevallig verschijnt ze kort, maar het vergaat deze charmante persoon zoals de witte kip die in een uithoek van het scherm oversteekt in een documentaire over de tseetseevlieg en die, tot grote ergernis van de missionarissen, meer de aandacht van de autochtone Bantoevolkeren trekt dan alle preventieve maatregelen (cf. voor meer informatie La revue de filmologie). In de heerlijk onvolmaakte producties van Jean Nohain en André Gillois vormt haar ietwat ongepaste aanwezigheid een zinnebeeld van de toevallig verpersoonlijkte, door God (of door de duivel) gewilde gratie. Ik ben er helaas van overtuigd dat we dat minder en minder zullen zien. Voortaan letten de missionarissen-filmologen op witte kippen en misschien zal dit artikel de aandacht van de variétéprogrammamakers Nohain en Gillois vestigen op een storend element waar ze niet aan hadden gedacht. Maar een onverwachte gebeurtenis zal altijd frequenter zijn in een rechtstreekse tv-uitzending en je zult dus vaker geconfronteerd worden met de onnodige, onverwachte en wat misplaatste aanwezigheid van een charmante persoon in het gezichtsveld van de camera dan met een losgekomen schouderbandje.
Maar mijn voorbeeld is weinig overtuigend omdat het eigenlijke voorwerp ervan liefelijk of uiteraard aantrekkelijk is. Ik moet kunnen aantonen dat, zoals in de schilderkunst, erotiek louter door de beeldkwaliteit tot stand kan komen (en niet door de schoonheid van het model). Zou ik het extreme voorbeeld van de kroning van de koningin van Engeland durven aanhalen? Wees maar gerust, ik zal niet beweren dat die gebeurtenis aanzette tot onreine gedachten, maar in het sprookje van de prinses, zoals we dat onder meer kennen uit de volksverhalen, schuilt gesublimeerde erotiek (wat uitstekend aan bod komt in Roman Holiday). De televisie heeft er toen voor gezorgd dat we gedurende een paar uur in de intimiteit van een koningin mochten doorbrengen, ik bedoel wel degelijk in haar intimiteit, om te beginnen omdat de gebeurtenis door de televisie in miljoenen aparte beelden werd opgesplitst, maar vooral omdat de hele duur ervan werd uitgezonden. Ondanks de onvolmaakte beelden konden onze indiscrete ogen de toenemende vermoeidheid aflezen van Elizabeths gezicht. We beleefden een uniek moment toen haar gezicht, onder de enorme kroon die haar haar verhulde, opeens ging lijken op dat van de overleden koning. Alsof het koningschap haar gezicht vervormde.

Bijgevolg lijdt het geen twijfel dat het “live-aspect” een bepalende factor is voor het erotische potentieel van televisie, waarbij het adjectief zoals gezegd in zijn breedste betekenis moet worden opgevat. Maar de “aanwezigheid” van het voorwerp betreft voorlopig enkel de vorm, of eigenlijk de drager van het gevoel, mij rest alleen nog de inhoud ervan te bepalen; en hier komt onvermijdelijk sociologie bij kijken.
De techniek en economische context van de televisie zorgen ervoor dat het medium per definitie gedoemd is om in gezinskring te worden bekeken. Optimaal wordt het beeld bekeken door het normale aantal gezinsleden, met andere woorden twee tot vijf of zes kijkers. Doordat de kijkers uiteraard ergens de programma’s bepalen, ontstaat op dat vlak een virtuele censuur. Gewaagde tv-scènes blijven bijgevolg beperkt tot wat ook min of meer aanvaardbaar zou zijn in door de bioscoop vertoonde familiefilms. Eerlijkheidshalve voeg ik eraan toe dat de Franse tv-programma’s “voor volwassenen” aanbiedt, waarbij de kinderen verzocht worden naar bed te gaan, maar omdat ze daartoe onmogelijk gedwongen kunnen worden, betreft het hier uiteraard intellectuele licenties, die nauwelijks de programmering beïnvloeden.
Maar laten we ons daarom niet voorstellen dat het familiale karakter van televisie alleen de onderwerpen beperkt: ad usum Delphini [gecensureerd voor algemeen gebruik]. Het is uiteindelijk niet zozeer wegens de kinderen dat virtuele censuur wordt toegepast, maar eerder in functie van de getrouwde ouders: hiermee bedoel ik de psychosociale eigenschappen van het echtpaar. Er is geen beter voorbeeld dan dat van de presentatrice.
Mochten we het over cinema hebben, en niet over televisie, dan zou de ideale omroepster lijken op de variétépresentatrice: een knappe, charmante en zwierige meid in een strak topje. We zouden natuurlijk doeltreffendere formules kunnen bedenken zoals in de “Witte tanden”-reclamespots voor tandpasta bijvoorbeeld, maar in het hoofd van de televisiekijker geldt de tv-presentatrice binnen de kortste keren als een persoon uit zijn privékring: iemand van wie het dagelijkse bezoek door het hele gezin en in de eerste plaats door de vrouw des huizes wordt aanvaard. Dit houdt in dat de mannelijke kijker geen last van zijn geweten mag krijgen als hij het fijn vindt dat de presentatrice elke middag en avond in zijn eetkamer verschijnt, zo niet zou er in het gezin snel een gevoel van onbehagen of ongemak ontstaan. Met andere woorden: de presentatrice moet de sympathie van de man winnen zonder antipathie van de vrouw op te wekken.

Deze psychologische vereiste sluit automatisch bepaalde types vrouwen uit, die ik tegen-echtelijk zou noemen, wat nu juist geldt voor het merendeel van de ideale tv-gezichten. De presentatrice hoort knap en elegant te zijn, maar mag in géén geval de kijker aanzetten tot denkbeeldig overspel. De Franse televisie heeft wat dat betreft twee ideale presentatrices: Jacqueline Joubert en Catherine Langeais.
Over de eerste zou ik zeggen dat zowel haar fysieke eigenschappen als haar karakter – voor zover dat zichtbaar is – haar typeren als ideale echtgenote. Ze is knap, energiek, ontegensprekelijk elegant maar niet provocerend, en ze straalt een zeker gezag uit en een zelfzekerheid die van haar een goede huisvrouw maken, die het werk buitenshuis kan combineren met het huishouden, die mooie kinderen op de wereld kan zetten en desondanks niet aan vrouwelijkheid inboet. Waarschijnlijk schuilt in dat ideaal een zeker gevaar, want het kan vrouwen irriteren die denken dat hun man hen met haar vergelijkt. Ik heb inderdaad vastgesteld dat Jacqueline Joubert niet bij alle vrouwen even populair was. Maar meestal identificeert de tv-kijkster zich met dit ideale getrouwde vrouwbeeld en is ze er niet jaloers op. Ze beschouwt zichzelf onbewust als de Jacqueline Joubert van haar man, en tegelijkertijd heeft ze geen bezwaar tegen de aanwezigheid van de echte Joubert, omdat ze net dat type vrouw is waarmee je trouwt en van wie het transparante liefdesleven alleen maar ethisch kan zijn. Als de man niettemin bijbedoelingen heeft, is hij er sowieso aan voor de moeite. Voor de duidelijkheid: Jacqueline Joubert is wel degelijk met Georges de Caunes getrouwd – alle kijkers waren daarvan op de hoogte (en bijna iedereen had het gezien). Sindsdien doet ze haar best om ons op de hoogte te houden van haar gezinsleven. Ze drijft het lang niet zo ver als de hoofdrolspelers in de befaamde Amerikaanse uitzending I Love Lucy, die naar verluidt dagelijks verslag uitbrengen van hun huwelijksleven, maar het is een discretere beschrijving, afgestemd op het Franse temperament en de wil van de presentatrice. De illusie heeft ervoor gezorgd dat Jacqueline Joubert inmiddels bevriend is met het hele gezin, een vriendin die getrouwd is met Georges en een zoon heeft die Patrick heet; ze komt op bezoek wanneer het gezin samen voor de tv zit en ze verblijdt iedereen met haar aangename, discrete en voorbeeldige aanwezigheid.
Hoewel Catherine Langeais een heel ander geval is, wordt ook haar tegenwoordigheid algemeen aanvaard. Misschien is Catherine wat minder knap dan Jacqueline Joubert, maar ze is hoe dan ook elegant en haar charme schuilt vooral in het feit dat haar schoonheid intelligentie uitstraalt. Ze heeft iets van een blauwkous, waardoor ze uitermate geschikt is om ‘intellectuele’ uitzendingen als bridgen en schaken te presenteren. Ze is het prototype van de intelligente vrouw, dus niet meteen de ideale echtgenote voor de doorsnee Franse tv-kijker, maar wel om andere redenen iemand die welkom is bij de kijkers thuis. Bij vrouwen roept ze een genuanceerde bewondering op en bij mannen dwingt ze respect af. Bovendien weet ze op een tactvolle, fijne en kordate manier een man op zijn plaats te zetten. Het is hoe dan ook duidelijk dat ze geen verboden gevoelens, geen wrok, geen jaloezie opwekt. In tegenstelling tot Jacqueline Joubert weten we niets over haar privéleven1 , maar die discretie is de logica zelve en past ook bij haar personage.
Ik verontschuldig me alvast voor wat ik over Jacqueline Caurat zal zeggen, en zou willen dat de lezer, en eventueel zijzelf, niet uit het oog zouden verliezen dat ik het hier alleen heb over een projectie op een beeldbuis en de psychische verschijnselen die dat fenomeen met zich meebrengt: elke overeenkomst van mijn persoonlijke gevoelens met wat ik als recensent denk te mogen schrijven berust louter op toeval. Dit gezegd zijnde vind ik Jacqueline Caurat, in tegenstelling tot haar collega’s, een verwarrende persoonlijkheid. Wellicht werd ze gekozen vanwege haar professionele kwaliteiten en haar charme. Maar misschien werd de aard van die charme niet voldoende zorgvuldig geanalyseerd. Jacqueline Caurat zou je inderdaad kunnen bestempelen als een pittige brunette. Haar ontegensprekelijk sensuele glimlach wordt geaccentueerd door een heel flatteus schoonheidsvlekje. Ik zeg niet dat haar houding vrijpostig is, integendeel, haar lichte verlegenheid zou ons zelfs voor haar innemen. Maar ik vraag me af of het niet juist die verlegenheid is waardoor de kijker op het soort ideeën wordt gebracht die Jacqueline Joubert en Catherine Langeais weten te ontmoedigen, weliswaar ieder op hun eigen manier.
Misschien valt hieruit af te leiden dat de filmkunst in feite heel wat socialer is dan meestal wordt beweerd of, om precies te zijn, dat het individualisme ervan dialectisch verbonden is met zijn op de massa gerichte aard. In de bioscoopzaal heb ik het gevoel dat de actrice mijn droom belichaamt omdat ze zonder onderscheid ook de droom incarneert van de paar honderd mensen naast me die hetzelfde dromen. Maar ook al weet ik dat het beeld van de presentatrice die me elke dag aanspreekt, terwijl ze me recht in de ogen kijkt, op honderdduizenden tv-schermen vermenigvuldigd wordt, zoals de facetten van een enorm vliegenoog, toch ben ik ervan overtuigd dat ik dat haar op mijn beurt aankijk. Voor haar ogen staat alleen een metalen doos, een machine die haar rechtstreeks aan mijn blik toevertrouwt. Deze buitengewone kracht, die me een zekere controle over haar geeft, heeft van nature iets ongepasts, iets wat niet verdraagt dat de persoon die op die manier aan ons wordt overgeleverd, tot onze verbeelding spreekt, uit provocatie of, wat op hetzelfde neerkomt, uit passiviteit.2

Het is inderdaad gemakkelijk om de illusoire wederkerigheid van het televisiebeeld te ondergaan. Het is me wel vaker overkomen dat ik op straat of tijdens een receptie iemand aansprak die ik dacht te kennen of dat ik op het nippertje een misplaatste handdruk kon tegenhouden, terwijl het mensen waren die ik nooit had gezien behalve op tv. Dit type mentale illusie is eigen aan de rechtstreekse tv en komt niet voor in de cinema. Ik ben niet zo goed met gezichten zodat ik me als ik iemand meen te herkennen me vaak heb afgevraagd of het een collega betrof of iemand uit het leger; tegenwoordig moet ik daar mensen van televisie aan toevoegen.
Tijd voor een conclusie. Het voorbeeld van de presentatrices toont hoezeer erotiek op televisie beknot wordt door de psychologie van de rechtstreekse confrontatie en de sociologie van het kijken in gezinsverband. Maar dienaangaande weten we dat elke begrenzing ambigu is en compensatie genereert. Omdat televisie noodgedwongen zedig is, haalt ze uit die zedigheid zelf de beginselen van haar seksuologie.
P.S. Vanuit de psychologie van de televisie zouden we kunnen dromen van een van de sociologie bevrijde televisie. Op erotisch gebied zou die uiteraard mijlenver vooruitlopen op de meest gespecialiseerde film. Maar voorlopig is clandestiene televisie nog verre toekomstmuziek.
Ik doe slechts een suggestie om deze absurde hypothese te staven. Soms zien we “intermezzo’s” op televisie. In deze enkele minuten durende filmpjes gebeurt in feite niets: je ziet een brandend vuur, vissen in een aquarium, een windmolen, een pottenbakker met zijn handen vol klei voor een draaischijf enz. Dergelijke stukjes moeten ons vermaken tussen twee programma’s in, als het tweede wat op zich laat wachten. We zouden in die zin een striptease-act kunnen bedenken, voldoende ingewikkeld om de tijd van het langste intermezzo te overschrijden. Bij het begin van de geplande uitzending zou op een onvoorzien moment het nummer onderbroken worden, maar sowieso steeds te vroeg. Toch zullen we op een goede dag een extra beeld zien. Misschien ooit wel…

- 1Ik verneem bij het nakijken van de drukproef van mijn artikel dat Catherine Langeais gaat trouwen met haar collega Pierre Sabbagh. Ik hoop bijgevolg dat ze, om mijn stelling niet te ontkrachten, net zo discreet zal zijn over haar huwelijk als over haar verloving.
- 2In de pers wordt gewag gemaakt van de lijdensweg van een Engelse presentatrice die dreigbrieven kreeg van een kijker. De anonieme correspondent stuurde haar doodsbedreigingen en eiste haar ontslag. Al wie genoeg ervaring heeft met televisie zal het met mij eens zijn dat – rekening houdend met de reacties van Jack de Rippers landgenoten – zoiets niet onwaarschijnlijk is. Als het gedrag van de kijker in kwestie werd uitgelokt door het uiterlijk van de jonge vrouw, kan ik me best voorstellen dat hij tot zulke onaanvaardbaar handelingen in staat was. Ik druk er nogmaals op dat deze specifieke reactie op de rechtstreekse televisie ondenkbaar is bij de cinema.
Beelden uit Will Success Spoil Rock Hunter? (Frank Tashlin, 1957)
Deze tekst verscheen oorspronkelijk als ‘Pour contribuer à une érotologie de la télévision’ in Cahiers du Cinéma, 42 (december 1954), en meer recent in Hervé Joubert-Laurencin, red., André Bazin. Écrits complets (Parijs: Macula, 2018).
Met dank aan Yan Le Borgne.
© Éditions Macula, 2018

