Article NL
25.09.2019
Het dode leven

Ari Asters Midsommar

Midsommar (Ari Aster, 2019)

Een kleine waarschuwing voor hen die Midsommar (Ari Aster, 2019) met nog niet gezien hebben: onderstaande tekst verklapt het einde van de film.

Na zijn geprezen debuut Hereditary (2018) maakt de Amerikaanse filmmaker Ari Aster met Midsommar dit jaar weer een veelbesproken horrorfilm. Zijn tweede langspeler is vooral opmerkelijk door de afwijzing van klassieke, gijzelende horrortechnieken en de trouw aan een eigen logica, door de regisseur zelf omschreven als “hiding in plain sight”. Toch blijft het doel van deze logica ambigu. Geïnspireerd door de film The Wicker Man (Robin Hardy, 1973) gebruikt Aster het folkloristische subgenre als een kader voor zijn versie van een breakup movie. Als kijker weet je zo van bij het begin waar het geheel naartoe gaat maar niet welke emotionele weg je daarvoor moet afleggen. Aster zelf hoopt dat de toeschouwer de cinemazaal verward verlaat. Als we achteraf van deze verwarring wijzer willen worden, blijft de vraag waaruit de horror van Midsommar dan precies bestaat. Welke angst veruiterlijkt de film en met welke middelen probeert Aster die angst op de kijker over te brengen?

De verhaallijn van Midsommar is schokkend maar opvallend lineair. De jonge Amerikaanse psychologiestudente Dani woont samen met haar vriend Christian, een antropologiestudent. In een van de eerste scènes vertelt deze laatste aan zijn universiteitsvrienden hoe hij al lang uit hun passieloze relatie wil. Zijn vrienden overtuigen hem om er een punt achter te zetten en samen met hen naar Zweden af te reizen, waar ze in het geboortedorp van hun medestudent Pelle een vermaard midzomerfestival zullen bijwonen. De plannen zijn nog maar net besproken wanneer Christian door Dani wordt opgebeld. De volgende scène toont ons een schreeuwende Dani in Christians armen. Ze heeft net vernomen dat haar bipolaire zus haar ouders heeft omgebracht en vervolgens zelfmoord heeft gepleegd. Christian had Dani eerder nog “gerustgesteld” over een onrustwekkend chatbericht van haar zus, omdat het volgens hem deel zou uitmaakten van haar voortdurende schreeuw om aandacht. De dood van haar familieleden wordt door Aster aan de hand van een tracking shot op een uitermate afstotelijke en directe manier in beeld gebracht. De jonge zus heeft de slaapkamer van haar ouders zorgvuldig afgeplakt om die vervolgens via een slangensysteem te vullen met de uitlaatgassen van de auto’s in de garage. Zelf ligt ze dood voor haar bureau, een van de slangen met plakband aan haar mondholte bevestigd. Op de openstaande computer valt nog een bericht naar Dani te lezen: “I can’t take it anymore, I’m taking mom and dad with me, goodbye.” De lichamen die door brandweermannen worden weggedragen en die zich ver van de nog levende Dani in een andere stad bevinden, verbeelden op schrijnende wijze haar hulpeloze eenzaamheid. Ondanks de omvang van de gruwel blijft Dani genadeloos afgesneden van de schokkende gebeurtenissen. Haar emotioneel inadequate vriend, die voor het drama nog van plan was om het uit te maken, maakt het hele drama des te pijnlijker. Hij is niet bij machte om haar te steunen.

Dit eerste deel klinkt door in de rest van de film, terwijl het er op een visueel niveau sterk mee contrasteert. De scènes in de Verenigde Staten zijn donker, kil en luguber. Ze dienen als voorafschaduwing van een groter en nog komend onheil, hoewel de sfeer in de rurale commune volkomen tegengesteld is. De studenten reizen naar deze afgelegen plek in Zweden tijdens midzomer, een periode met maar enkele uren duisternis per dag. Waar in andere horrorfilms de nacht vaak een premisse is om een vertrouwde wereld te laten ontsporen en de dag meestal een moment is om te bekomen van de nachtmerrie, is deze zonnige veiligheid bij Midsommar niet verzekerd. In het helderste daglicht voltrekt zich de grootste gruwel. De studenten worden welkom geheten in het dorp en de festiviteiten beginnen. Ze worden overweldigd door de ogenschijnlijk idyllische en harmonieuze manier van samenleven. De heidense commune leeft kennelijk nog steeds volgens een oeroud geloof en volgt gebruiken waarbij de eenheid met de natuur en solidariteit binnen de gemeenschap centraal staan.

Een eerste kantelpunt doet zich voor wanneer de oudste leden van het dorp ritueel zelfmoord plegen door in het bijzijn van iedereen ongehinderd van een rots te springen. Aster verhevigt het aanzicht van de twee verbrijzelde lichamen door het beeld van Dani’s dode zus, inclusief opgezwollen gezicht en uitpuilende ogen, als een soort derde offer in dubbeldruk aan het beeld toe te voegen. Hoewel een ander gastkoppel meteen besluit om weg te gaan, vindt de groep antropologiestudenten dat ze, hoe aangedaan ook, niet meteen bekrompen moeten oordelen over de gebruiken van een andere cultuur. Deze gebeurtenis is slechts het begin van een reeks rites die steeds verontrustendere proporties aanneemt. Daarbij worden de personages niet alleen “gegijzeld” omdat ze zich ver van de bewoonde wereld bevinden, ze kunnen zich ook niet even “terugtrekken”. De voortdurende zichtbaarheid spreekt ook uit de openbare levenswijze van de commune, zonder scheiding tussen privé en publiek. Telkens wanneer Dani van slag is door wat er gebeurt, wordt ze meteen “opgevangen” door de dorpsbewoners, terwijl haar vriend Christian er verdwaasd bij loopt. Wanneer een van de studenten wordt beschuldigd van het stelen van religieuze geschriften en daarna plots verdwijnt, maakt Christian zonder aarzelen van de gelegenheid gebruik om zich te distantiëren van zijn vriend zodat hij zelf op goede voet blijft met de commune en hen kan blijven “bestuderen” voor zijn thesis. Als de dag het bewustzijn symboliseert, dan zijn de personages inderdaad “bij bewustzijn”. Ze raken verstrikt in de gruwel van de commune, niet omdat ze bezeten of betoverd worden door een bovennatuurlijke kracht, maar omdat ze te veel met zichzelf bezig zijn; ze zijn onverschillig, gewetenloos en opportunistisch.

De studentenpersonages neigen naar het stereotiepe: de karakterloze vriend, de door seks geobsedeerde idioot, de overmoedige boekenwurm. De dorpsbewoners daarentegen zijn ontdaan van duidelijke karaktertrekken. Aster geeft de personages langs beide “kanten” weinig innerlijke bewegingsruimte. Hij zet ze vast; de mogelijkheid tot bevrijdende keuzes wordt uitgesloten. De mensen in zijn wereld gedragen zich niet alleen figuurlijk als poppen. Ook uiterlijk lijken Asters personages van “plastic”: ze zien eruit alsof ze opgezet zijn. Het is niet verbazingwekkend dat Christian aan zijn einde komt door volledig verlamd in een dode beer te worden verpakt, of dat het gezicht van een van de studenten gevild wordt om vervolgens als masker te worden gebruikt. Als hoofdpersonage voelt Dani tussen deze twee polen het meest integer. Enkel zij weet zich op het einde te “bevrijden” van de emotionele onderdanigheid tegenover haar vriend en de last van het trauma – al is “bevrijden” hier een twijfelachtige verwoording. Ze wordt door de sekte doelbewust gebruikt als onderdeel van hun festiviteiten en tot Meikoningin gekroond. Daar lijkt ze uiteindelijk vrede mee te nemen.

De heidense cultus wordt vooral visueel in stelling gebracht. De witte gewaden, de houten huizen, de oude wandschilderingen: aan alles geeft de camera zorgvuldig aandacht. Alles is hier puur, harmonieus, zonder storende elementen. De vormelijke overdaad oogt soms wat burlesk. De absurditeit en het ridicule karakter van bepaalde scènes – met de rituele paring tussen Christian en een dorpsmeisje als hoogtepunt – houden de kijker op afstand (moet er gelachen of gehuild worden?), net zoals de cameravoering. Shots zijn vaak frontaal en wijd, de camera durft lange shots en rijders te maken. Aster gaf aan dat hij het belangrijk vond om de gemeenschap waarachtig weer te geven, zodat de kijker er zich net als Dani zou kunnen “thuis voelen”. Terwijl we rationeel inderdaad begrijpen dat de leden van de gemeenschap zichzelf niet als “kwaadaardig” ervaren maar handelen vanuit hun geloofsovertuigingen en waardesysteem, verliezen ze door het uitdrukkelijk formalisme hun potentiële geborgenheid voor de kijker.

Pas naar het einde van de film, wanneer het koppel steeds meer hallucinerende drankjes krijgt toegediend, verdwijnt de relatieve nuchterheid. De effecten daarvan krijg je ook als kijker te zien: de werkelijkheid is nog mooier, kleurijker, verhevigd. De natuur barst uit haar voegen. Asters keuze voor psychedelica om op te bouwen naar een filmisch hoogtepunt is niet toevallig: de zins- en geestesverruiming vervaagt de morele grenzen van de personages, die steeds meer deel uitmaken van de natuurlijke omgeving. De ergste nachtmerrie is er een die zelfs niet meer als een nachtmerrie mag aanvoelen.

Aster lijkt te zeggen dat er geen horror is die ons kan redden van de “menselijke” horror. In Midsommar komt er geen begoocheling of bovennatuurlijkheid aan te pas. Er is geen gruwelijke werkelijkheid achter degene die we te zien krijgen. De horror vindt plaats op klaarlichte dag, komt niet voort uit iets ongekends of duisters, maar uit iets dat we dachten te kennen. De vervreemding van het vertrouwde, waarvoor hij in Hereditary de familie en in Midsommar de romantische relatie als “toneel” gebruikt, vormt het middelpunt van zijn films. De ultieme horror is het “dode leven”: een leven waarin de mogelijkheid om een werkelijke verbinding met iemand aan te gaan, of het nu een geliefde is of een andere cultuur, volkomen uitgesloten is, een leven waarin onverschilligheid en eigenbelang regeren. In het allerlaatste shot, waarin Christian door Dani’s beschikking als Meikoningin in berenpak geofferd wordt, zien we een glimlach op haar gezicht. Die lijkt aan te geven dat ze op deze wraakzuchtige wijze haar verdriet eindelijk een plaats heeft kunnen geven. Het voelt geenszins als een geruststelling.

Dat Dani haar verdriet voordien nooit openlijk kon beleven, het steeds moest inperken om de buitenwereld niet te verstoren, dat Christian haar enkel kon steunen vanuit een bepaald moreel automatisme maar net daarom koud en artificieel bleef en dat haar uiteindelijke verwerking enkel via dergelijke extremiteiten mogelijk was, versterkt de opvatting dat er in de Westerse samenleving van vandaag geen collectieve structuren bestaan die diep traumatische ervaringen kunnen opvangen en herbergen. Iedereen is op zichzelf is aangewezen. De beslissing van de studenten om naar een afgelegen en vermoedelijk “hippieachtig” festival in Zweden af te reizen getuigt van een verlangen naar geborgenheid, naar een grotere ervaring als deel van een gemeenschap of de natuur. Jonge mensen hebben voortdurend het gevoel dat ze nooit zijn waar ze zouden “moeten” zijn, nooit doen wat ze zouden “moeten” doen. Christian zegt in het begin tegen zijn vrienden: “Yeah, but what if I, like, regret it after a while and see that she’s actually really great?” Hij wil of kan niet kiezen, hij is niet in staat om zijn vriendin naar waarde te schatten en haar écht te zien voor wie ze is. Dat de commune in haar aanvaarding van de natuur uiteindelijk onvoorwaardelijk en wreed blijkt, maakt deze crisis op choquerende wijze voelbaar. Het zijn net die gedachtes die in deze insulaire tijd zo zwaar wegen en die ons achterlaten in een staat van verstomde vervreemding.