19 december 2025
The Secret Agent (Kleber Mendonça Filho, 2025)
In The Secret Agent, de laatste film van de Braziliaan Kleber Mendonça Filho, verlaat het hoofdpersonage tijdens een vertoning de bioscoop en stapt vrijwel naadloos een straatfeest binnen. Marcelo, die onder de schuilnaam Armando leeft, is een dissidente professor in het dictatoriaal bestuurde Brazilië van de jaren zeventig. Op de vlucht voor een geplande huurmoord kiest hij de bioscoop als schuilplaats om zich te verschansen en zijn volgende zetten te overdenken. Mendonça Filho’s keuze voor de bioscoop is meer dan een opvallend detail.
Bij het verlaten van de bioscoop zien we geen foyer, geen drempel, geen enkele heroriëntatie. Het licht van het scherm maakt plaats voor dat van de stad. Het contrast is behoorlijk groot met de Studio Skoop in Gent, de bioscoop waar ik op een koude decemberavond de film bekijk. De grote, klassieke foyer van Skoop, al van ver zichtbaar, voelt als een poort naar de filmzaal, met een klein ticketlocket dat je officieel lijkt te ontvangen. In The Secret Agent smelten bioscoop en wereld daarentegen via één deur voor even samen, alsof film en stadsleven tot één continuüm behoren.
De scène krijgt pas echt gewicht wanneer je The Secret Agent situeert binnen Mendonça Filho’s relatie tot Recife, de Braziliaanse stad waar hij opgroeide, woont en die het decor vormt van bijna al zijn films. Veel elementen en personages kennen we al uit eerder werk, vooral uit Retratos Fantasmas [Pictures of Ghosts] (2023), zijn liefdesverklaring aan Recife en haar filmzalen. Daar zien we opnieuw de São Luiz, een van de laatste grand cinémas in het stadscentrum, met de kenmerkende achterdeur. Gebouwd in 1952 op de plek van een koloniale Britse kerk, is de zaal geen neutrale projectieruimte maar een stedelijk knooppunt, een “tempel”, zoals Mendonça Filho haar noemt. Andere bioscopen in Recife zijn intussen opnieuw kerk geworden of herbestemd tot commerciële ruimtes, maar de São Luiz blijft voorlopig bestaan.
Ook de bioscoop waar ik zelf plaats neem, dreigt vandaag te verdwijnen. Sinds de opening in 1970 was de Studio Skoop meer dan een filmzaal: een ontmoetingsplek, met een filmcafé, optredens en een nauwe band met het Gentse uitgaansleven. In 1982 leek de zaal al eens de deuren te moeten sluiten. Dat ze vandaag opnieuw op dat punt belandt, toont hoe precair zulke plekken zijn geworden. In Retratos Fantasmas noemt Mendonça Filho de São Luiz een “publieke bioscoop”, een term die verraadt dat sommige zalen privater zijn dan andere. Precies dat staat op het spel in de overnamestrijd rond Studio Skoop. Het Gentse stadsbestuur liet alvast verstaan dat het niet de taak is van een stad om een filmzaal uit te baten. Waarom eigenlijk niet?
Zoals de scène in The Secret Agent toont, stopt het stadsleven niet aan de deur van de bioscoop en neem je omgekeerd de film ook weer mee de straat op. In wat misschien de bekendste tekst over het verlaten van de filmzaal is, beschrijft Roland Barthes dat moment als het ontwaken van een “slapende kat” uit hypnose, waarin hij “het oudste der machten waar[neemt]: de genezing.”1 Ook Mendonça Filho benadrukt, wanneer hij het in een gesprek met Cahiers du Cinéma naar aanleiding van The Secret Agent heeft over het belang van die “exit” als een carnavaleske overgang: “Mijn films geven de indruk dat ze zichzelf ontmaskeren. Die overschrijding, in Retratos Fantasmas, komt overeen met de drempel van de bioscoop: je stapt de zaal uit en je voelt de warme lucht van de straat, de stank van urine of de riolen, de sigarettenrook, en je keert terug naar de realiteit. Het is een sensatie die ik vaak heb ervaren tijdens carnaval.”2
Retratos Fantasmas toont mooi hoe Mendonça Filho zijn cinema in de stad wil laten aarden. Die ontstond binnenshuis, met een reeks zelfgeproduceerde films. Pas geleidelijk richt hij de lens op Recife. Vertrouwde gezichten en plekken duiken op in zijn vroege werk en keren later terug in zijn fictiefilms: dezelfde eettafel, dezelfde deuren, zelfs de hond van de buren die als een geest blijft rondspoken in zijn cinema. Cinefilie wordt zo evenzeer een liefde voor ruimtes als voor films. Retratos Fantasmas zoekt naar sporen in het inmiddels vervallen stadscentrum, ooit bezaaid met filmaffiches en getekend door een iconografie die cinema zichtbaar maakte in het straatbeeld. De wens voor een publieke bioscoop, of het nu in Recife of Gent is, houdt daarom ook in dat cinema de ruimte krijgt om in het stadsleven aanwezig te zijn.
Aan het einde van Retratos Fantasmas toont Mendonça Filho op bijna klungelige wijze hoe fictie en werkelijkheid in elkaar grijpen. In een van de laatste scènes stapt hij in een taxi. De chauffeur beweert soms onzichtbaar te worden, en even later gebeurt dat ook. Het spookt plots echt in de taxicabine. De cinema flikt een goedkoop kunstje, en Mendonça Filho kan alleen maar gniffelen. The Secret Agent eindigt bijna als een spiegelbeeld: in een bloedbank die ooit een bioscoop was. De vroegere magische ruimte is herleid tot een klinische omgeving. Geen toeschouwers die vals bloed zien vloeien, zoals in Jaws (de film die als rode draad door The Secret Agent loopt), maar mensen die hun eigen bloed afstaan. De magie van de cinema heeft plaatsgemaakt voor een functionele realiteit. Het roept de vraag op hoe bioscopen opnieuw “bewoonbare plaatsen” kunnen worden.
- 1
Roland Barthes, “En sortant du cinéma”, Communications 23 (1975): 104.
- 2
Charlotte Garson, “Une archive à ciel ouvert. Entretien avec Kleber Mendonça Filho”, Cahiers du cinéma 826 (December 2025), 34.
Beeld uit The Secret Agent (Kleber Mendonça Filho, 2025)

