screening
FILM
Un pays plus beau qu’avant
,
,
67’

A film about Congo, made in Brussels. The wanderings of a retail trader, Jean-Simon, sketch the contours of a microcosmic informal economy in the Congolese community. The financial urgency of everyday life is permeated by the political situation in Congo: a larger, more abstract urgency, which the diaspora experiences from a distance. The film finds itself somewhere in between these two imperatives, between here and somewhere else, the past and the present, small money and big money.

 

Een film over Congo, gemaakt in Brussel. De omzwervingen van een kleinhandelaar, Jean-Simon, schetsen de contouren van een microkosmos van informele economie binnen de Congolese gemeenschap. Deze dagelijkse financiële urgentie is doordrongen van de politieke situatie in Congo: een grotere, abstractere urgentie, die de diaspora vanop afstand ervaart. De film bevindt zich ergens tussen deze twee imperatieven, tussen hier en elders, het verleden en het heden, het kleine en het grote geld.

 

Un film sur le Congo réalisé à Bruxelles. Les errances d’un détaillant, Jean-Simon, permettent de dresser les contours d’un microcosme de l’économie informelle au sein de la communauté congolaise. À l’urgence financière quotidienne se mêle la situation politique du Congo : une urgence plus grande encore, plus abstraite, que la diaspora observe à distance. Le film oscille entre ces deux impératifs, entre l’ici et l’ailleurs, le passé et le présent, les petits et les gros sous.

 

« Aujourd’hui, les Congolais de la diaspora, hantés par l’autrefois, tentent de construire une identité plus forte que leur déracinement malgré les divergences qui les animent. Le son d’un saxophone mélancolique surgit dans la nuit sombre, sur les pavés noircis, des hommes marchent silencieusement avec le portrait de Lumumba. Et puis, toujours ces mêmes errances. Encore, comme seules nécessités pour comprendre d’où l’on vient. Le réalisateur revient ensuite sur les vans de marchandises de la Gare du Midi à l’aide de plans plus expérimentaux ou des ralentis, l’arrêt sur image et les accélérés se nouent aux images d’archives et aux discours de Patrice Lumumba. Un montage riche, qui oppose avec violence les pierres précieuses et ressources africaines utilisées par les blancs. Car ce n’est ni l’Europe, ni les Etats-Unis, encore moins la Chine, qui bâtiront une République démocratique du Congo, plus beau qu’avant. Mais ce sont bien ces visages-là, ces visages perdus dans la diaspora. »

Cinergie1

 

Hannes Verhoustraete: Belangrijk is om steeds het perspectief van waaruit de “vertelling” gebeurt duidelijk te houden. De weigering om te fixeren hangt inderdaad ook vast aan een idee van montage. Zoals ik eerder zei, had de film anders gemonteerd kunnen worden. Anders gezegd, je spreekt niet als een expert met een vogelperspectief maar vanuit het midden, vanuit het onmiddellijke. Hoewel er van alles recht voor je neus gebeurt, tijdens het maken, probeer je toch om een stelling te bouwen, om verbindingen te maken. Er zijn altijd praktische problemen. Er komt letterlijk en figuurlijk van alles tussen. Ik vind het belangrijk om in dat middenin, dat onmiddellijke, een open houding te vinden, zowel als filmmaker als als journalist of als geschiedschrijver.

Gerard-Jan Claes: Adrian Martin citeert in [een] artikel [Robert] Kramer uit een interview met Cahiers du Cinéma: “Whenever I start something, I always feel like I’m at a point of departure.” Dat zou ook voor jouw cinema kunnen gelden. Je bent steeds “aan het vertrekken”, altijd een “nieuw begin”.

Ik denk dat het doelmatige in bepaalde teksten of films de mogelijkheid tot reflectie uitschakelt. Ik wil aanzetten tot een gesprek, tot engagement met mijn eigen tijd. Als je alles inzet op die finaliteit, zet je alles vroegtijdig vast en maak je engagement a priori onmogelijk. Dan lijkt alles in de filmvorm, alles wat je aan het doen ben, net te anticiperen op die finaliteit, waardoor je een product aan het maken bent. Een film is vandaag een product. Maar er is wel een verschil als je van in het begin in de constructie van de filmvorm op die finaliteit en op het effect van de vorm anticipeert. Op dit moment is er veel dat enorm geformat is, op voorhand bedacht, zowel in klassieke als nieuwe media. Er is ook veel cinema die daar tegenin gaat maar dat zijn films die moeilijker een publiek vinden.

Hannes Verhoustraete in gesprek met Gerard-Jan Claes2

Sat 23 Mar 2019, 19:00
Cinema Vendôme, Brussels
PART OF Millenium Festival
  • Première
FILM
Un pays plus beau qu’avant
,
,
67’

A film about Congo, made in Brussels. The wanderings of a retail trader, Jean-Simon, sketch the contours of a microcosmic informal economy in the Congolese community. The financial urgency of everyday life is permeated by the political situation in Congo: a larger, more abstract urgency, which the diaspora experiences from a distance. The film finds itself somewhere in between these two imperatives, between here and somewhere else, the past and the present, small money and big money.

 

Een film over Congo, gemaakt in Brussel. De omzwervingen van een kleinhandelaar, Jean-Simon, schetsen de contouren van een microkosmos van informele economie binnen de Congolese gemeenschap. Deze dagelijkse financiële urgentie is doordrongen van de politieke situatie in Congo: een grotere, abstractere urgentie, die de diaspora vanop afstand ervaart. De film bevindt zich ergens tussen deze twee imperatieven, tussen hier en elders, het verleden en het heden, het kleine en het grote geld.

 

Un film sur le Congo réalisé à Bruxelles. Les errances d’un détaillant, Jean-Simon, permettent de dresser les contours d’un microcosme de l’économie informelle au sein de la communauté congolaise. À l’urgence financière quotidienne se mêle la situation politique du Congo : une urgence plus grande encore, plus abstraite, que la diaspora observe à distance. Le film oscille entre ces deux impératifs, entre l’ici et l’ailleurs, le passé et le présent, les petits et les gros sous.

 

« Aujourd’hui, les Congolais de la diaspora, hantés par l’autrefois, tentent de construire une identité plus forte que leur déracinement malgré les divergences qui les animent. Le son d’un saxophone mélancolique surgit dans la nuit sombre, sur les pavés noircis, des hommes marchent silencieusement avec le portrait de Lumumba. Et puis, toujours ces mêmes errances. Encore, comme seules nécessités pour comprendre d’où l’on vient. Le réalisateur revient ensuite sur les vans de marchandises de la Gare du Midi à l’aide de plans plus expérimentaux ou des ralentis, l’arrêt sur image et les accélérés se nouent aux images d’archives et aux discours de Patrice Lumumba. Un montage riche, qui oppose avec violence les pierres précieuses et ressources africaines utilisées par les blancs. Car ce n’est ni l’Europe, ni les Etats-Unis, encore moins la Chine, qui bâtiront une République démocratique du Congo, plus beau qu’avant. Mais ce sont bien ces visages-là, ces visages perdus dans la diaspora. »

Cinergie1

 

Hannes Verhoustraete: Belangrijk is om steeds het perspectief van waaruit de “vertelling” gebeurt duidelijk te houden. De weigering om te fixeren hangt inderdaad ook vast aan een idee van montage. Zoals ik eerder zei, had de film anders gemonteerd kunnen worden. Anders gezegd, je spreekt niet als een expert met een vogelperspectief maar vanuit het midden, vanuit het onmiddellijke. Hoewel er van alles recht voor je neus gebeurt, tijdens het maken, probeer je toch om een stelling te bouwen, om verbindingen te maken. Er zijn altijd praktische problemen. Er komt letterlijk en figuurlijk van alles tussen. Ik vind het belangrijk om in dat middenin, dat onmiddellijke, een open houding te vinden, zowel als filmmaker als als journalist of als geschiedschrijver.

Gerard-Jan Claes: Adrian Martin citeert in [een] artikel [Robert] Kramer uit een interview met Cahiers du Cinéma: “Whenever I start something, I always feel like I’m at a point of departure.” Dat zou ook voor jouw cinema kunnen gelden. Je bent steeds “aan het vertrekken”, altijd een “nieuw begin”.

Ik denk dat het doelmatige in bepaalde teksten of films de mogelijkheid tot reflectie uitschakelt. Ik wil aanzetten tot een gesprek, tot engagement met mijn eigen tijd. Als je alles inzet op die finaliteit, zet je alles vroegtijdig vast en maak je engagement a priori onmogelijk. Dan lijkt alles in de filmvorm, alles wat je aan het doen ben, net te anticiperen op die finaliteit, waardoor je een product aan het maken bent. Een film is vandaag een product. Maar er is wel een verschil als je van in het begin in de constructie van de filmvorm op die finaliteit en op het effect van de vorm anticipeert. Op dit moment is er veel dat enorm geformat is, op voorhand bedacht, zowel in klassieke als nieuwe media. Er is ook veel cinema die daar tegenin gaat maar dat zijn films die moeilijker een publiek vinden.

Hannes Verhoustraete in gesprek met Gerard-Jan Claes2