← Part of the Collection: Danièle Huillet & Jean-Marie Straub

Passage: Karel Pletinck

Die Antigone des Sophokles nach der Hölderlinschen Übertragung für die Bühne bearbeitet von Brecht 1948 (Danièle Huillet & Jean-Marie Straub, 1992)

“... als de boom sterft, dan kunnen we de film niet maken, want de boom, dat was ook Antigone. Steeds opnieuw belden we naar Segesta en vroegen aan de oude man daar hoe het met de boom ging, en ze dachten dat we gek waren. Godzijdank herstelde de boom. Hij heeft weinig grond, alles is rots daar en de boom is een wonder.”

Danièle Huillet1

Tijdens een seminarie in 1993 spraken Danièle Huillet en Jean-Marie Straub over de film die ze een paar jaar eerder hadden gemaakt, Die Antigone des Sophokles / nach der Hölderlinschen Übertragung / für die Bühne bearbeitet von Brecht / 1948 (Suhrkamp Verlag), kortweg Antigone. De aanzienlijk lange titel wordt opgebroken in verzen die uitdrukking geven aan de temporele gelaagdheid van het werk: de film is een adaptatie van Sophocles’ in 441 v.C. geschreven tragedie, door Hölderlin vertaald in de nasleep van de Franse Revolutie (ca. 1800-1803) en herwerkt door Brecht vlak na de Tweede Wereldoorlog. In 1991 brachten Straub en Huillet het stuk op scène in Berlijn, waarna ze het in het antieke theater van Segesta op Sicilië verfilmden. Antigone werd door Straub opgedragen “aan de honderdduizend, of meer, dat weten we niet eens, Irakezen die wij vermoord hebben”,2  een verwijzing naar de slachtoffers van de eerste Golfoorlog.

Deze gelaagdheid expliciteren mag pedant lijken, en bovendien is nota ervan geenszins vereist om het kleurenpalet van de kostuums, de ritmische verklanking van de verzen en de nauwgezette montage te waarderen. Wezenlijk is desondanks dat deze gelaagdheid in het werk vervat ligt. De film besluit met een citaat van Brecht uit 1952: “Het geheugen van de mensheid voor geleden leed is verbazingwekkend kort.”3 De in de materialiteit van Antigone geïncarneerde temporele lagen, elk op hun beurt aan oorlog en oorlog refererend, beogen deze herinneringsarmoede tegen te gaan.

In het licht van het politieke engagement van deze filmmakers, die de Mauerfall beantwoordden met een Griekse tragedie, struikel ik zowel over de naïviteit als de radicaliteit van Huillets woorden: “... als de boom sterft, dan kunnen we de film niet maken.” Net ervoor stelt ze dat de film in eerste instantie niet door Brechts tekst maar door het Siciliaanse landschap werd geïnspireerd. Dan perkt ze het verder in en verbindt het lot van het kunstwerk aan het lot van één enkele boom. Dat ontmoetingen kunst voortbrengen is niet uitzonderlijk, wel dat een morele wet aan dat toeval wordt onttrokken: contingentie brengt een ethische imperatief voort waaraan de kunstenaar niet kan ontsnappen, “want de boom, dat was ook Antigone”. Straub en Huillet namen deze imperatief serieus, een imperatief die absurd mag lijken (waarom niet zelf een boom planten waar nodig?) maar tezelfdertijd volkomen logisch is: als het hoofdpersonage (niet de acteur!) sterft voor de opnames dan laat de film zich niet meer verwerkelijken.

Veel meer dan hun politieke programma is het de logische absurditeit van hun esthetische visie die mij een kompas biedt waarmee ik door het landschap van de kunst navigeer. De vermeende starheid van deze visie is het gevolg van een onwerkelijk aandoende morele wet – onwerkelijk aangezien het compromis de harde realiteit van het werkelijke is, in contrast waarmee hun even poëtische als ethische imperatief onwerkelijk voorkomt. Voor hen is het onbereikbare van de kunst echter geenszins de uitdrukking van een uitzonderlijk creatief vermogen, eerder de meedogende onderwerping aan het andere. Dat is de uitzonderlijke les, de parabel, die ik aan Danièle Huillets anekdote onttrek.

  • 1“… wenn der Baum stirbt, dann können wir den Film nicht machen, denn der Baum, das war auch Antigone. Wir haben immer wieder in Segesta angerufen und den alten Mann da unten gefragt, wie geht es dem Baum, und die dachten, wir spinnen. Der Baum hat sich Gottseidank erholt. Er hat wenig Erdreich, da ist alles Fels und der Baum ist ein Wunder.” Für eine lebendige Wissenschaft des Politischen, hg. Thomas Greven, Oliver Jarasch, Suhrkamp, 1999.
  • 2“aux cent mille, ou plus, on ne sait même pas, morts irakiens que nous avons tués”
  • 3“Das Gedächtnis der Menschheit für erduldete Leiden ist erstaunlich kurz.”
PASSAGE
10.01.2024
NL FR EN
In Passage, Sabzian invites film critics, authors, filmmakers and spectators to send a text or fragment on cinema that left a lasting impression.
Pour Passage, Sabzian demande à des critiques de cinéma, auteurs, cinéastes et spectateurs un texte ou un fragment qui les a marqués.
In Passage vraagt Sabzian filmcritici, auteurs, filmmakers en toeschouwers naar een tekst of een fragment dat ooit een blijvende indruk op hen achterliet.
The Prisma section is a series of short reflections on cinema. A Prisma always has the same length – exactly 2000 characters – and is accompanied by one image. It is a short-distance exercise, a miniature text in which one detail or element is refracted into the spectrum of a larger idea or observation.
La rubrique Prisma est une série de courtes réflexions sur le cinéma. Tous les Prisma ont la même longueur – exactement 2000 caractères – et sont accompagnés d'une seule image. Exercices à courte distance, les Prisma consistent en un texte miniature dans lequel un détail ou élément se détache du spectre d'une penséée ou observation plus large.
De Prisma-rubriek is een reeks korte reflecties over cinema. Een Prisma heeft altijd dezelfde lengte – precies 2000 tekens – en wordt begeleid door één beeld. Een Prisma is een oefening op de korte afstand, een miniatuurtekst waarin één detail of element in het spectrum van een grotere gedachte of observatie breekt.