NL
“Wanneer ik films maak heb ik de indruk te leven met andere mensen, gesprekken met hen te voeren, zelfs zonder hen te zien, zonder met hen te praten. Er is een wisselwerking tussen mijn film en datgene wat het publiek erin ziet, erover zegt. Dat is voor mij het beste voorbeeld van communicerende vaten.”
André Delvaux
“Onze ambities waren inderdaad niet gering. De Vlaamse Televisie had André Delvaux de opdracht toevertrouwd om ter gelegenheid van het Boutsjaar 1975 een herdenkingsfilm te maken. De opdracht werd niet zonder aarzelen geaccepteerd. Het was voor Delvaux van meet af duidelijk, dat pas in het afwijken van de traditionele documentaire, een kans lag om de schilder Dieric Bouts op een zinvolle manier te benaderen en tegelijk een filmische prestatie te leveren die niet alleen voor de kijker, maar ook voor de makers een reële betekenis zou hebben.
[…]
Voor die het hebben meegemaakt, zal de herinnering aan de reconstructie van ‘Het Laatste Avondmaal’ wel het onvergetelijkst blijven. In een van de zalen van het Jubelpark te Brussel is een decor opgetrokken: precies de gotische ruimte zoals die staat geschilderd op Bouts’ Avondmaal. Een groep acteurs zit rond de bijna vierkante tafel geschaard. En ineens wordt het probleem van Delvaux’ mise-en-scène identiek aan het probleem van Bouts in verband met het perspectief. Of omgekeerd. Hoe kunnen die vijftien personages in èèn beeld samengebracht worden, zó samengebracht dat geen enkele figuur door een andere gehinderd wordt? Blijft de camera op normale ooghoogte en begint hij bij voorbeeld de linkse helft van de ruimte af te tasten, dan schuift de figuur van Judas onvermijdelijk als een scherm binnen het blikveld. Rukken we meer naar het midden op, dan zijn het Judas en Filippus die het gezicht op de achtergrond verbergen. Steeds zal, bij verder evolueren rond de tafel, het oog op een obstakel stuiten en een of meerdere personages zullen verborgen blijven. Pas wanneer de camera in de hoogte gaat [ongeveer 2.50 m boven de grond] ontdek je dat alle personages zichtbaar worden. Dan ook besef je waar precies het vluchtpunt ligt, nl. veel hoger dan het normale gezichtspunt. Wanneer nu de camera ook nog naar het spiegelmidden van de kamer evolueert, dan zit, aldus merken we, de figuur van Christus in het geometrische middenpunt. Breedte- en hoogte-as snijden elkaar juist op de plaats waar zich de hand bevindt. Dit is mijn lichaam. Niet Judas maar de eucharistie staat hier centraal.”
Ivo Michiels