Gevoeligheid van de filmstrook

Het oog van de Mens, “in de huidige staat van de Wetenschap,” is nauwelijks gevoeliger dan zijn hart.
Deze constatering zou deprimerend zijn, als we niet nog enige hoop hadden in de cinematografische filmstrook [pellicule].
Het bijvoeglijk naamwoord “hypersensitief” dat aan de nieuwste commerciële emulsie wordt toegekend, hoeft niet fataal te zijn. Zonder twijfel geeft het precedent van de term “supervisie,” dat uiteindelijk het O.K. van O.K.’s1
van de Mise-en-scène bekrachtigde, ons reden tot bezorgdheid. Nochtans, indien onze collega’s met winkels en koopwaar zich uit eigenbelang kunnen vergissen – zoals de toeschouwer uit luiheid, mysticisme of een voorliefde voor zelfmoord – over de deugden van een oppervlakkig etiket zonder toekomst, dan kunnen jullie, belangeloze laboratoriageleerden, gericht op experimentele feiten en vrij van vooropgezette namen, niet langer worden misleid sinds die dag waarop een van jullie gewaardeerde collega’s, die het haar van zijn hond wilde krullen, hem tevergeefs een poedel noemde.
En precies deze ware weldoeners van de Cinema smeken wij om hulp.
S.O.S.!
Jullie, die nog niet weten dat Cinema een grote Kunst is, dat Cinema het Leven is, dat Cinema een belangrijke Zaak is.
Toch vergeet ik niet dat jullie de eerste dierbare epileptische beelden aan de C.I.N.E.M.A.T.O.G.R.A.F.I.E. hebben overgelaten, en dat jullie stoïcijns – zoals pappa en mamma – ons van slow motion en andere trucs hebben beroofd, alleen om ons beter tegen “pure Cinema” te beschermen. Hebt u, nog maar gisteren, bij de komst van het honderd procent, de voorzorg genomen de tenoren, de ministers en de anderen te schrappen?2
Ik weet ook dat jullie kleur zonder aniline zal zijn, jullie reliëf niet zonder platheid, en jullie televisie, vervagend, zich zal voegen naar de Macht.3
… Maar aangezien we van de hoop van Cinema niets meer te hopen hebben!
Houden we ons nog steeds niet aan het vergelijken van theater en cinema; een of andere schilder aan te halen bij bewegende beelden; over muziek – en musici! – te spreken als enige geluidsoplossing; het cinematografische veld te onderzoeken door het raster van een of andere literaire pagina, alsof het om een doorzichtige kaart betrof?
We beweren al te lang dat de cinema jong is, om zelf geen grijsaards te zijn geworden.
En op die leeftijd verdient men zijn brood alleen nog via de loterij.
Wie waagt een gok? Tegen de cineasten.
Voor de onbekende holbewoners van de proefbuis.
Beiden zijn natuurlijk onze gelijken.
Ik druk me inderdaad slecht uit. Wie waagt een gok?
Tegen de mensen van de Cinematograaf.
Voor de Materie, onthuld en opgedrongen door het Toeval in aanwezigheid van de menselijke katalysator, zoals men gewoonlijk zegt.
Laten we hier, zoals al in alle andere domeinen, onze Superioriteit tegenover de Dingen, tegenover de Machine opgeven.
Laten we ophouden te beweren dat de ene Regisseur, de ene Ster, de ene Productiedirecteur eindelijk zal – eindelijk, wat??? – terwijl de Kritiek, steeds makkelijker, de onafhankelijke en publicitaire pagina’s zo kostbaar maakt.
Laten we ons zo snel mogelijk bij de hulpkrachten voegen, en als de harde tijden ons dwingen ons brood te verdienen, laten we toch gekwalificeerde technici blijven.
Gekwalificeerde technici, maar op de manier van die zwarten4
die, onbewust en tegen hun wil, deelnemen aan het mooiste avontuur, als lastdragers.
Belast met het brengen van opname- en geluidsapparatuur naar natuurlijke locaties voor spontane gebeurtenissen, zou het moeilijkste van onze taak voortaan zijn, zegt men, om ze iets later niet te vergeten op te halen, terwijl ons aperitief in het café op de hoek al onze intelligentie, onze wilskracht, talenten en smaak zou opeisen.
Zo luidde mijn gedachte op die al te donkere avond van 2 september 1932, in Parijs, voor Bullier,5
waar Maxime Gorki,6
Willy Munizemberg,7
Marcel Cachin,8
Schwernik9
en Henri Barbusse,10
onder anderen, verslag moesten uitbrengen van hun mandaat als afgevaardigden op het Wereldcongres tegen de Oorlog,11
enkele dagen eerder gehouden in Amsterdam onder het voorzitterschap van Romain Rolland.12
Ongeveer 25.000 mensen, waarvan slechts 7.000 de zaal konden betreden.
Op straat wachtte een menigte nieuwsgierigen en activisten, kalm, een beetje triest, stil, onder de bescherming van politieagenten.
En om 21.00 uur, een officieel fluitsignaal: de charge!
De ruiters, op getrainde paarden en de weg aftastend met hun sabel, de speciale brigade, waar Frankrijk zijn atleten verbergt. De mobiele garde, paradoxaal genoeg met helm. De knuppels, geen aubergines maar hout, waarmee men zich verwarmt, op schedels die onmiddellijk openspringen. Vuisten op de neus, die breekt; op het oog dat aan de oogzenuw bungelt, meen ik, zoals het zakhorloge van onze vaders aan een kettinkje. De freudiaanse trap in de onderbuik van vrouwen en mannen. “Doorlopen!”
21:15 uur.
“Rust! Tel tot vier!” Er werden geen doden gemeld onder de “demonstranten”; geen gewonden onder de agenten van onze Politie.
Zwakke gaslampen verlichten deze scène van Stedelijkheid!
Wanneer, nu het aan mensen ontbreekt, zal de cinematografische filmstrook eindelijk ophouden ongevoelig te zijn voor dergelijke taferelen?
- 1O.K.: Amerikaanse uitdrukking die op exclusieve wijze door Franse filmmakers wordt gebruikt, en die betekent: O.K. [noot van Jean Vigo]
- 2Waarschijnlijk doelt dit op de komst van de geluidsfilm, na de periode van de stille film en de overgangsvormen zoals halve talkies of films met muziek zonder gesproken dialogen. Vigo verwijst daarbij ironisch naar al die figuren die in wezen door hun stem bestaan en die door de cinema zouden worden geëlimineerd. [noot van de vertaler]
- 3“Aniline” verwijst naar een synthetische kleurstof, historisch verbonden met vroege kleurprocessen, zoals de handgekleurde film. Vigo doelt op een kleur die zogenaamd natuurlijk is, maar tegelijk ontdaan van expressiviteit en “gevaar”. Verder verwijst hij hier vermoedelijk ook naar de eerste experimenten met 3D en televisie. [noot van de vertaler]
- 4Vigo gebrukt noirs hier als archetypisch, koloniaal beeld uit zijn tijd, om de rol van technici als essentieel maar onzichtbaar te benadrukken. [noot van de vertaler]
- 5De Bullier (voluit Bal Bullier) was een beroemde danszaal en ontmoetingsplek in Parijs, in de wijk Montparnasse. [noot van de vertaler]
- 6Maxime Gorki (1868–1936) was een Russische schrijver, toneelschrijver en politiek denker. [noot van de vertaler]
- 7Willi Münzenberg (1889–1940) was een Duitse communistische propagandist, organisator en uitgever, een van de invloedrijkste figuren van het internationale communistische netwerk in het interbellum. [noot van de vertaler]
- 8Marcel Cachin (1869–1958) was een Franse socialistische en later communistische politicus, en een sleutelfiguur van het Franse communisme. [noot van de vertaler]
- 9Nikolaj Sjvernik (1888–1970) was een Sovjet-politicus en vakbondsleider, nauwe medewerker van Stalin en lang actief in de vakbondsbeweging en de Communistische Internationale. [noot van de vertaler]
- 10Henri Barbusse (1873-1935) was een Franse schrijver, pacifist, auteur van Le Feu (1916), actief in communistische en pacifistische bewegingen. Het betreft een sterk links en pacifistisch gezelschap, verbonden met de internationale anti-oorlogsbeweging. [noot van de vertaler]
- 11In 1932 organiseerde de Sovjet-Unie het “Wereldstrijdcongres tegen den Imperialistischen Oorlog” in Amsterdam. Het evenement moest een vuist maken tegen “oorlog en imperialisme”.
- 12Romain Rolland (1866-1944) was een Franse schrijver, pacifist en Nobelprijswinnaar. [noot van de vertaler]
Beeld uit À propos de Nice (Jean Vigo, 1930)
Geschreven in september 1932 in Nice op verzoek van Henri Storck en gepubliceerd in Brussel in het Belgische tijdschrift Sésame op 1 december van datzelfde jaar.

