Films byTexts by Henri Storck

Henri Storck (1907-1999) was a Belgian filmmaker and a pioneer in documentary filmmaking. He is best known for his documentaries Misère au Borinage (1933), a pamphlet against capitalism made with Dutch filmmaker Joris Ivens, and his Virgilian eclogue in Symphonies Paysanne (1944). Storck made numerous films on art, which played a major role in his life and work, his contemporaries being Belgian artists such as Léon Spilliaert, James Ensor, Paul Delvaux and Constant Permeke. His films on art include Le monde de Paul Delvaux (1946), Rubens (1948), and Herman Teirlinck (1953). The connection to his birthplace is reflected in films such as Images d’Ostende (1928), a beautiful ode to the beauties of Storck’s hometown and its beach. In 1964, he formed the International Association of Documentary Filmmakers, together with Gian Vittorio Baldi and John Grierson. He was one of the principal founders of the Royal Film Archive (now CINEMATEK) in Brussels.

Article NL FR
28.11.2018
Henri Storck 1962
Ingeleid en vertaald door

Je zou daarom kunnen zeggen dat zijn kunst de samenleving is, maar dan bekeken vanuit een bepaald temperament, want daaraan ontbrak het de Heusch niet. Dat temperament stelt hem in staat om uit te barsten in een soort van bijtende, ja zelfs burleske geestdrift waarvan bepaalde trekken zich al lieten opmerken in zijn vroegere films. Je hebt goede ogen nodig om de films van de Heusch te bekijken.

Article NL FR
28.11.2018

On pourrait dire alors que son art serait la société vue à travers un tempérament, de Heusch n’en manque pas. Ce tempérament peut l’amener à faire exploser une sorte de verve caustique, voire burlesque, dont certains traits dans ses films antérieurs laissaient apercevoir le bout de l’oreille. Il faudra de bons yeux pour voir les films de de Heusch.

Article NL
29.11.2017

Met de behendigheid van een aap speelde hij virtuoze slagpartijen met de naast zijn piano opgestelde objecten: neppistolen voor de revolverschoten van de passiemoord, castagnetten voor de hoeven van de paarden, voor de klank van de golven: loodkorrels die over een canvas streken, met emmers water en sponzen bootste hij de klank van regendruppels na. Hoog in mijn kleine kamer aan de andere kant van de straat kon ik de klanken van de piano horen, waaruit ik dan kon opmaken om welk genre film het ging: een komische farce, een burgerlijk drama, een sentimentele komedie, of zelfs een geweldige storm op zee, of de galop van losgeslagen paarden.