Films byTexts by Ruben Demasure

Ruben Demasure (1986) is a teaching assistant in film studies at the University of Antwerp and the coordinator of Art Cinema OFFoff in Ghent. He’s part of Sabzian and a collaborator of Cinea and its online magazine Photogénie. He's an alumnus of the film critic programmes at the Rotterdam and Berlin film festival, and has published in Cinema Scope and on MUBI Notebook among other outlets.  

Article NL
21.10.2020

De gerestaureerde versie van Chantal Akermans Jeanne Dielman, 23, quai du Commerce, 1080 Bruxelles (1975) liet me toe een detail op te merken dat me nog niet eerder was opgevallen. Door het beeld te bevriezen herkende ik het omslag van het boek dat Jeannes zoon Sylvain aan het lezen is. Het boek is meer dan een gewoon rekwisiet want de jongen gaat volledig op in het werk en grijpt elke gelegenheid aan om verder te lezen. Wat moeten we aanvangen met de haast onzichtbare, verborgen, mysterieuze aanwezigheid van dit object of verhaal in de film? Het zou te ver gaan om het boek te beschouwen als een mise en abyme van de film, maar het kan in deze tekst wel dienen als een sleutel om te onderzoeken in welk picturaal universum Sylvian en zijn moeder precies vastzitten.

Article NL
26.02.2020

De broers Jean-Pierre en Luc Dardenne maken films waarin personages met ethische dilemma’s geconfronteerd worden. In hun eerdere films voerden zij steeds personages op die vanuit hun kwetsbare positie in de samenleving tot actie worden gedreven. Nu hebben ze een film gemaakt waarin het precaire niet in de eerste plaats materieel is, maar waarin de keuze voor een radicaal idee het uitgangspunt vormt. Le jeune Ahmed gaat over een jongen die zich heeft laten meevoeren door zijn geloof.

Article NL
10.04.2019

Die “beschaafde, als automatische mens”, Monsieur Hulot, zette zijn eerste stappen in Jacques Tati’s film Les vacances de Monsieur Hulot uit 1953. Weinig geweten is dat vooraleer Hulot opnieuw opduikt in Mon oncle (1958), hij ook verscheen in een gelijknamige boekversie van zijn filmdebuut. Nochtans verrast de naam van de auteur van deze grotendeels vergeten of miskende novellisatie: een jonge Jean-Claude Carrière, de scenarist van films van Jean-Luc Godard en Nagisa Oshima, maar vooral van het late werk van Luis Buñuel en Philippe Garrel. 

Article NL
10.05.2017

Door de omvang van de speelduur, de beschouwingen en de shotlengtes wordt meestal in monumentale bewoordingen gesproken over Sátántangó. Maar schuilt de duivel niet in de details? Wat volgt is een mijmering aan de hand van drie elementen in de kamer van het personage van de dokter: het raam, een muurprent en een standbeeldje. Sátántangó als een Voyage autour de ma chambre of een kamerspel.

Article NL
5.10.2016

Mij heeft in deze film van Chris Marker altijd een ander gezicht gemarkeerd: de karakterkop in de rolkraag die de tijdreisexperimenten leidt. Deze beeldendokter wordt gespeeld door Jacques Ledoux. De legendarische Ledoux, te weinig herinnerd in eigen land, was veertig jaar lang conservator van het Brusselse filmarchief, nu CINEMATEK.

Article NL
3.08.2016

Mijn verhaal is een persoonlijke pelgrimage en filmviering. Een grand tour langs filmhistorisch en bouwkundig erfgoed in de stad waar 120 jaar geleden het concept van de publieke filmvertoning ontstond. Art et essai: een essay in acht scènes.

Article NL
31.03.2014

Als Courtisane een ruimte is om te reizen of te verdwalen, dan waren dat de laatste editie op het scherm opvallend vaak erg barre, onherbergzame landschappen die doorkruist, verkend of bevolkt werden. Alsof het hertekenen van de paden voor de voorgestelde cartografie en het zoeken van onze plaats en de plaats van cinema de kern- en overgangseditie, die 2013 was, weerspiegelde. Gestript van competitie, met een nieuwe titel en een nieuwe festivalcoördinator (of beter: teruggekeerde mede-grondlegger) was het back to basics. Cousins indachtig, “film festivals should be naked in front of the innovative, divine, political, honest facts of life.”

Article NL
24.03.2014

Hoewel hij de films van Angelopoulos er niet expliciet bij vermeldt, wijst András Bálint Kovács er in zijn standaardwerk Screening Modernism (2007) op dat een theatrale stijl een dominant aspect vormt van het laatmodernisme in de cinema – sommige auteurs zoals Andrew Horton gewagen zelfs van Angelopoulos als ‘de laatste modernist’. Een terugkerend motief doorheen O thiasos is precies de connectie tussen de toneelopvoeringen van Golfo door het theatergezelschap en hun trektocht doorheen de harde realiteit van de nationale geschiedenis. Deze connectie is er een van reciprociteit. Enerzijds roepen de reële gebeurtenissen op het politieke strijdtoneel de visuele setting van het theater op. Anderzijds breekt de realiteit voortdurend in in de theateropvoeringen en -repetities van de spelersgroep. Interessant is na te gaan hoe dit idee vorm krijgt, opdat een beeld op die manier zou werken.