← Part of the Collection: Harun Farocki

Nicht löschbares Feuer

Nicht löschbares Feuer (Harun Farocki, 1969)

Deze film van Harun Farocki uit 1969 duurt 20 minuten. Het is een film die als door een chemisch proces gecondenseerd is tot een beperkte speelduur, maar niet aan inhoud heeft ingeboet. In de film zien we de filmmaker die aan een tafel zit. Hij beschrijft een getuigenis van een slachtoffer van napalm. Hoe de vlammen hem van alle kanten met een ondraaglijke hitte omringden. Beide armen, het gezicht en de benen werden verbrand. Het slachtoffer ontwaakte enige dagen later in een ziekenhuis. “Hoe kan ik”, vraagt de nog jonge Farocki zich af, “een beeld tonen van de verwondingen veroorzaakt door napalm? Wanneer ik een beeld laat zien van een slachtoffer, zal u uw ogen sluiten. Eerst zal u uw ogen voor de beelden sluiten. Dan zal u uw ogen voor de herinnering daaraan sluiten. Dan zal u uw ogen voor de feiten sluiten. Dan zal u uw ogen voor de context sluiten. Wanneer ik een beeld laat zien van iemand die verwond is door napalm, zal ik uw gevoel verwonden. Wanneer ik uw gevoel verwond, lijkt het alsof u zelf getroffen bent door napalm. We kunnen alleen een zwakke voorstelling geven van hoe napalm werkt.” Hij pakt een brandende sigaret en drukt haar uit op zijn arm.

Een andere stem klinkt. Hij legt op wetenschappelijke wijze uit hoe brandbaar napalm is en wat de effecten zijn op bindweefsel. Het lijkt alsof er een chemicus aan het woord is. De afstand tot het beeld van een slachtoffer van napalm wordt vergroot, maar de afstand tot de context van het beeld van een slachtoffer van napalm wordt verkleind. Wat dan volgt is een reconstructie. Niet van het branden zelf, het vuile, stinkende, dodelijke, maar een reconstructie van de ontwikkeling van dit vuur. Napalm is, net als nucleaire wapens, gecreëerd met het doel groot leed te minimaliseren door de werking van het wapen te maximaliseren. Immers, wanneer het wapen niet in verhouding staat tot de kracht van de tegenstander, zal de tegenstander het nut van een aanval als nihil beschouwen. Het is de eenvoudige wetmatigheid van het kanon tegenover de vuist. Het kanon doet de knokels van de vuist teniet. De vuist gaat niet tot de aanval over. Maar de werkelijkheid bewijst dat het kanon zelden ongebruikt blijft. De verwoesting in Noord-Vietnam ten gevolge van 8 miljoen ton bommen, waarvan een aanzienlijk deel napalm bevatte, staat in schril contrast met het aantal gewapende milities in de getroffen bewoonde gebieden. Net zoals het gebruik van de herbicide ‘agent orange’, dat de schuilplaatsen van het Vietnamese Nationale Bevrijdingsfront moest zichtbaar maken, nog tot op de dag van vandaag ernstige afwijkingen bij de geboorte veroorzaakt.

Wetenschappers worden aan het werk gezet. Ze dragen over hun schoon pak een smetteloos witte jas. Het onderzoeksapparaat dat ten dienste staat van de industrie, wordt ingezet voor de ontwikkeling van een nieuwe chemische stof die in wezen niet verschilt van andere industriële producten. De productieroutine kan ingezet worden voor zowel schadelijke als nuttige producten. Welke van de twee wordt opgenomen in het proces hangt volledig af van het beslissingsorgaan dat zich boven het onderzoeks- en productieniveau bevindt. Zo wordt in de film van Claude Lanzmann, Shoah (1985), duidelijk dat het Duitse spoorwegbedrijf routineus samenwerkte met het nazistische bewind. Er werd netjes betaald voor de doodstransporten en bovendien werd er een groepskorting aangeboden door de spoorwegmaatschappij, evenals een reductie voor kinderen onder de tien en ouderen boven de vijfenzestig. Hierbij moet opgemerkt worden dat de Duitse spoorwegmaatschappij een overheidsbedrijf was, waarin talloze werknemers ieder hun eigen taak ten uitvoer brachten.

Hoe in Nicht löschbares Feuer de chemische industrie wordt voorgesteld ligt dan ook volledig in lijn met het apparaat van de spoorwegen, dat zichzelf ziet als apolitiek. De chemicus spreekt: “Een chemielaboratorium is als een bouwpakket. Men kan er de hele wereld mee opbouwen.” De directeur van het chemiebedrijf zegt: “De industrie is als een bouwpakket. We laten ieder aan een afzonderlijk onderdeel werken. Bouwstenen. Vervolgens kan de klant de bouwstenen samenstellen. Om geheimhoudingsredenen is dat beter.”

De verantwoordelijkheid voor datgene wat de arbeider maakt, wordt hem afgenomen. Hij werkt niet langer aan een eindproduct, aan iets wat hij begrijpt, maar zijn arbeid is het vervaardigen van een onderdeel, dat zonder het geheel onbevattelijk is. Niet alleen voor de productie van napalm, maar ook voor andere wapens en herbiciden. Het productieproces wordt onzichtbaar en daardoor wordt de verantwoordelijkheid voor het geproduceerde onzichtbaar. Productie is opgedeeld in kleine stukjes, die allemaal onherkenbaar zijn. Iedere arbeider werkt aan een klein onderdeeltje van het product, dat pas herkenbaar wordt op het moment waarop alle stukjes in elkaar gezet worden. Hun handelingen worden alleen omgezet in loon, niets anders.

Geef acht, leg aan, richt, vuur. Handelingen spatten uiteen. De militair is ook maar een arbeider in de grote industrie. Ook de soldaat staat aan een lopende band. De piloten in Dr. Strangelove (1964) van Stanley Kubrick voeren hun gecodeerd protocol uit, alsof het de gebruiksaanwijzing van een stofzuiger betreft. Ze vliegen door Rusland met een atoombom in het ruim van hun vliegtuig. Ze volgen een eenvoudige procedure. Die procedure is puur technisch en bestaat uit het overhalen van een aantal schakelaars, het draaien aan een wieltje en het indrukken van een aantal knopjes. Techniek staat los van moraal. De militair volbrengt de orders van degenen boven hem. De beslissingen van generaals, adviseurs, aandeelhouders, directeurs en politici worden elders genomen. De uitgebrande stad is een eenvoudig eindproduct. Het eindproduct van een gefragmenteerde fabriek.

Een groepje wetenschappers kijkt naar de televisie. Farocki houdt zich aan een strakke beeldvoering, waarin de acteurs zich bewegen met traagheid en precisie alsof ze in een instructievideo spelen. Zoals de film een betoog is, helder, beheerst, ontdaan van spontaniteit, zo zijn ook de acteurs binnen het kader. De wetenschappers zitten stil voor de televisie en zien beelden van de verwoestingen van het Amerikaanse leger in Vietnam. Ze kijken en vragen zich af waarom ze deze beelden moeten bekijken. “Wat hebben wij hiermee te maken?” vraagt iemand zich hardop af. Het kijken naar de televisie is ver verwijderd van wat zij ontwikkelen. De gevolgen van hun onderzoek zien zij niet gereflecteerd in de werkelijkheid van het beeld. De televisie maakt van de werkelijkheid een schaduw, richt zich niet tot de toeschouwer, maar spuwt blind beelden uit. Men kan niet verder weg zijn van een oorlog dan die oorlog te zien op een televisiescherm. Het kijken schept afstand, want de uit-knop is steeds binnen handbereik. De pijn is van een ander. Een ander volk, een andere ideologie, een andere oorlog.

Een pancarte verschijnt: “Hoe men dit kan veranderen.” De geschetste problematiek kent een oplossing. Wederom treedt de gelijkenis met een instructievideo op. Deze filmische strategie maakt het mogelijk om de film te zien als een exposé van een vraagstuk en vervolgens een uitnodiging tot handelen. Deze film richt zich resoluut tot ons. Een man komt in beeld gestapt: “Ik ben arbeider en ik werk in een stofzuigerfabriek. Mijn vrouw kan een stofzuiger goed gebruiken. Daarom neem ik iedere dag een onderdeel mee. Thuis wil ik de stofzuiger in elkaar zetten. Maar hoe ik het ook probeer, het wordt iedere keer een machinegeweer.” Dan dezelfde man, opnieuw: “Ik ben student en werk in een stofzuigerfabriek. Ik geloof echter dat de fabriek machinegeweren produceert. Dit bewijs kunnen wij goed gebruiken. Daarom neem ik iedere dag een onderdeel mee. Thuis wil ik het machinegeweer in elkaar zetten. Maar hoe ik het ook probeer, het wordt iedere keer een stofzuiger.” Nogmaals dezelfde man: “Ik ben ingenieur en werk in een elektroconcern. De arbeiders geloven dat wij stofzuigers produceren. De studenten geloven dat wij machinegeweren produceren.” Hij neemt een stofzuiger op. “Deze stofzuiger kan een dodelijk wapen worden.” Hij neemt een machinegeweer op. “Dit machinegeweer kan een nuttig huishoudapparaat worden. Wat wij produceren, hangt af van de arbeiders, de studenten en de ingenieurs.”

Ontleden, om vervolgens de toeschouwer de onderdelen in elkaar te laten zetten. Dat is wat Farocki doet als filmmaker. In iedere film maakt hij de samenhang tussen de verschillende onderdelen zichtbaar en zorgt dat alle elementen opnieuw bij elkaar komen. Hij geeft de verantwoordelijkheid voor de beelden terug aan de toeschouwer. Ons geeft hij de stofzuiger en het machinegeweer in handen. Zolang wij onze ogen niet sluiten.

Beeld uit Nicht löschbares Feuer (Harun Farocki, 1969)

ARTICLE
19.04.2013
NL
In Passage, Sabzian invites film critics, authors, filmmakers and spectators to send a text or fragment on cinema that left a lasting impression.
Pour Passage, Sabzian demande à des critiques de cinéma, auteurs, cinéastes et spectateurs un texte ou un fragment qui les a marqués.
In Passage vraagt Sabzian filmcritici, auteurs, filmmakers en toeschouwers naar een tekst of een fragment dat ooit een blijvende indruk op hen achterliet.
The Prisma section is a series of short reflections on cinema. A Prisma always has the same length – exactly 2000 characters – and is accompanied by one image. It is a short-distance exercise, a miniature text in which one detail or element is refracted into the spectrum of a larger idea or observation.
La rubrique Prisma est une série de courtes réflexions sur le cinéma. Tous les Prisma ont la même longueur – exactement 2000 caractères – et sont accompagnés d'une seule image. Exercices à courte distance, les Prisma consistent en un texte miniature dans lequel un détail ou élément se détache du spectre d'une penséée ou observation plus large.
De Prisma-rubriek is een reeks korte reflecties over cinema. Een Prisma heeft altijd dezelfde lengte – precies 2000 tekens – en wordt begeleid door één beeld. Een Prisma is een oefening op de korte afstand, een miniatuurtekst waarin één detail of element in het spectrum van een grotere gedachte of observatie breekt.
Jacques Tati once said, “I want the film to start the moment you leave the cinema.” A film fixes itself in your movements and your way of looking at things. After a Chaplin film, you catch yourself doing clumsy jumps, after a Rohmer it’s always summer, and the ghost of Akerman undeniably haunts the kitchen. In this feature, a Sabzian editor takes a film outside and discovers cross-connections between cinema and life.
Jacques Tati once said, “I want the film to start the moment you leave the cinema.” A film fixes itself in your movements and your way of looking at things. After a Chaplin film, you catch yourself doing clumsy jumps, after a Rohmer it’s always summer, and the ghost of Akerman undeniably haunts the kitchen. In this feature, a Sabzian editor takes a film outside and discovers cross-connections between cinema and life.
Jacques Tati zei ooit: “Ik wil dat de film begint op het moment dat je de cinemazaal verlaat.” Een film zet zich vast in je bewegingen en je manier van kijken. Na een film van Chaplin betrap je jezelf op klungelige sprongen, na een Rohmer is het altijd zomer en de geest van Chantal Akerman waart onomstotelijk rond in de keuken. In deze rubriek neemt een Sabzian-redactielid een film mee naar buiten en ontwaart kruisverbindingen tussen cinema en leven.