← Part of the Issue: André Bazin, televisiecriticus

De dieren hebben het woord

Beschouwingen over het commentaar op televisie

VERTAALD DOOR TRANSLATED BY TRADUIT PAR Michèle Laurent

(1) Dimanche à Pekin (Chris Marker, 1956)

Het leven van de dieren is een onuitputtelijk onderwerp en een rijke inspiratiebron voor televisiemakers, iets wat Frédéric Rossif, Frans regisseur en maker van dierendocumentaires, met geïmproviseerde middelen heeft bewezen. Daarom zie ik de uitzending Caméra en Afrique [Camera in Afrika] hoopvol tegemoet. Tijdens de vakantie zal ze ons op een aangename, leerrijke en zomerse manier een poosje weten te entertainen. De auteurs, Armand Denis en zijn vrouw, hebben al heel wat jachtfilms op hun actief, waarvan de bekendste François le Rhinocéros [François de neushoorn] is. Ik weet niet goed in welke mate het filmpje dat ik onlangs heb gezien voor de televisie was bestemd, zoals ik evenmin kan zeggen dat alleen de montage speciaal voor de kijkbuis werd gerealiseerd. Maar de overvloed aan close-ups wijst er in mijn ogen op dat hier rekening werd gehouden met het optische effect op televisie.

In de filmwereld is men klaar met smalltalk

Ik zal bijgevolg niet de beelden bekritiseren, maar eens te meer het commentaar. Ik heb hier al te vaak geprotesteerd tegen de manier waarop Claude Darget La vie des animaux [Het leven van de dieren] becommentarieert, omdat ik hem niet onrechtstreeks wilde ophemelen ten koste van radiomaker Stéphane Pizella. Ik denk inderdaad niet dat Darget beter de juiste toon weet te treffen. Wel levert hij een relatief discreet, beschrijvend en vagelijk verklarend, maar juist om die redenen een meestal nutteloos commentaar. Soms klinkt hij bijna melig, bijvoorbeeld wanneer hij zich erover verwondert dat kleine krokodillen geen water vrezen of dat mevrouw Denis zo aardig is geweest die weer los te laten (ze zou ze anders hebben doodgeslagen of zo?).

U vindt wellicht dat ik zwaar til aan een heel bijkomstig aspect van een uitzending die het vooral van de beelden moet hebben. Misschien ben ik overgevoelig als het dieren betreft, maar ik geloof dat mijn ergernis doorgaans gerechtvaardigd wordt door de kwestie van het tv-commentaar. Voor de oorlog zag je in de bioscoop maar zelden documentaires met een degelijk commentaar, en de tekst en toon van de uitleg bij de bereiding van een kom spaghetti of de doortocht van de Colorado Canyon waren zo idioot dat cabaretiers er inspiratie uit putten. De voorbije tien jaar is er, moet ik toegeven, heel wat veranderd en je ziet vandaag de dag regelmatig documentaires waarvan de geluidsband geen enkel woord bevat. Soms, denk maar aan Dimanche à Pékin, de korte documentaire uit 1956 waarin Chris Marker ons meeneemt op een ontdekkingstocht door Peking, is de tekst even belangrijk als het beeld, maar bestaat er een noodzakelijke en strakke dialoog tussen beide. Hoe dan ook is men in de filmwereld klaar met de smalltalk van de praatzieke, oppervlakkige speaker wiens commentaar slechts een zoveelste pleonasme vormt bij het beeld.

Gaan we de gebreken die eindelijk uit de filmkunst verbannen werden, voortaan op televisie terugvinden? En zal men op televisie, als men niet weet wat vroeger in de film gebeurde, opnieuw dezelfde fouten maken?

Is improvisatie onvermijdelijk?

Ongetwijfeld verschillen de problemen bij een tv- of een filmcommentaar heel erg van elkaar en hebben ze in de eerste plaats met het specifieke medium te maken. Een filmcommentaar kan net zo complex zijn als een beeldmontage. Het wordt gemaakt door een schrijver die nadenkt en voldoende tijd neemt. Bij het medium televisie is improvisatie haast altijd onafwendbaar. Overigens kunnen we ons terecht afvragen of dit niet voor een stuk uit luiheid gebeurt en of men niet meer tijd zou kunnen besteden aan de voorbereiding van de uitzendingen. Ik stel hier met andere woorden de werkmethode ter discussie.

Maar of het tv-commentaar nu geïmproviseerd, deels geïmproviseerd of voorbereid is, het moet aan een aantal eisen voldoen. Als het erom gaat een documentairefilm toe te lichten, kan de commentator een voorbeeld nemen aan de soberheid die de filmkunst mettertijd heeft verworven. Het commentaar moet voorts competent en efficiënt zijn. Zo kan men bijvoorbeeld beter de naam van de dieren vermelden in plaats van enthousiast over hun vacht of hun gedaante te praten, wat iedereen gewoon kan zien. Maar al met al verkies ik het totale gebrek aan zoölogische kennis van Claude Darget, die La vie des animaux becommentarieert als een worstelwedstrijd, nog boven de basiskennis van Stéphane Pizella, die ons vrijwel niets bijbrengt wat we nog niet wisten.

Het ideale streefdoel

Aangezien de televisie minder goed omschreven wordt dan de filmkunst, kunnen we hooguit enig pleonasme aanvaarden en moeten we de commentator soms dankbaar zijn als hij ons helpt te ontwaren wat we zien. In dit opzicht wordt het ideale commentaar gevormd door de soundtrack van de tv-uitzending Le magazine des explorateurs [Rubriek der ontdekkingsreizigers]. De levendigheid en nonchalance van de improvisatie mogen nooit ten koste gaan van de precisie, de deskundigheid en de relevantie. Hoewel de commentator hier ook de auteur van de film is, mag deze uitzonderlijke combinatie ons niet uit het oog laten verliezen welk stilistisch ideaal door het tv-commentaar moet worden nagestreefd.

Beeld uit Dimanche à Pekin (Chris Marker, 1956)

 

Deze tekst verscheen oorspronkelijk als ‘La Parole est aux animaux: Reflexions sur le commentaire à la T.V.’ in Radio-Cinéma-Télévision, 392 (21 juli 1957), en meer recent in Hervé Joubert-Laurencin, red., André Bazin. Écrits complets (Parijs: Éditions Macula, 2018).

Met dank aan Yan Le Borgne.

© Éditions Macula, 2018

ARTICLE
10.09.2025
NL FR EN
In Passage, Sabzian invites film critics, authors, filmmakers and spectators to send a text or fragment on cinema that left a lasting impression.
Pour Passage, Sabzian demande à des critiques de cinéma, auteurs, cinéastes et spectateurs un texte ou un fragment qui les a marqués.
In Passage vraagt Sabzian filmcritici, auteurs, filmmakers en toeschouwers naar een tekst of een fragment dat ooit een blijvende indruk op hen achterliet.
The Prisma section is a series of short reflections on cinema. A Prisma always has the same length – exactly 2000 characters – and is accompanied by one image. It is a short-distance exercise, a miniature text in which one detail or element is refracted into the spectrum of a larger idea or observation.
La rubrique Prisma est une série de courtes réflexions sur le cinéma. Tous les Prisma ont la même longueur – exactement 2000 caractères – et sont accompagnés d'une seule image. Exercices à courte distance, les Prisma consistent en un texte miniature dans lequel un détail ou élément se détache du spectre d'une penséée ou observation plus large.
De Prisma-rubriek is een reeks korte reflecties over cinema. Een Prisma heeft altijd dezelfde lengte – precies 2000 tekens – en wordt begeleid door één beeld. Een Prisma is een oefening op de korte afstand, een miniatuurtekst waarin één detail of element in het spectrum van een grotere gedachte of observatie breekt.
Jacques Tati once said, “I want the film to start the moment you leave the cinema.” A film fixes itself in your movements and your way of looking at things. After a Chaplin film, you catch yourself doing clumsy jumps, after a Rohmer it’s always summer, and the ghost of Akerman undeniably haunts the kitchen. In this feature, a Sabzian editor takes a film outside and discovers cross-connections between cinema and life.
Jacques Tati once said, “I want the film to start the moment you leave the cinema.” A film fixes itself in your movements and your way of looking at things. After a Chaplin film, you catch yourself doing clumsy jumps, after a Rohmer it’s always summer, and the ghost of Akerman undeniably haunts the kitchen. In this feature, a Sabzian editor takes a film outside and discovers cross-connections between cinema and life.
Jacques Tati zei ooit: “Ik wil dat de film begint op het moment dat je de cinemazaal verlaat.” Een film zet zich vast in je bewegingen en je manier van kijken. Na een film van Chaplin betrap je jezelf op klungelige sprongen, na een Rohmer is het altijd zomer en de geest van Chantal Akerman waart onomstotelijk rond in de keuken. In deze rubriek neemt een Sabzian-redactielid een film mee naar buiten en ontwaart kruisverbindingen tussen cinema en leven.