← Part of the Collection:

Adolescentie als stilleven

Nature morte is een televisiespel door Jan Decorte geregisseerd en geschreven. Het werd woensdag (14.1) door BRT uitgezonden.

De hele tijd door moest ik denken aan De Metsiers van Hugo Claus en toen ik nog een heel jong adolescent was. Er is een gelijkaardige politiek in de provocatie zowel in het verhaal als in het televisiespel. Er is dezelfde inkapseling van de hele context en de verhaal-wereld in het bewustzijn van één enkele persoon. Het zijn de obsessies van de zoon (José Aerts gespeeld door Leo Dewals) die de verhoudingen in het gezin bepalen en er hun zin aan geven.

Moeder, dochter en late vriend zijn zetstukken voor zijn emotierijke verbeelding; het zijn net nog geen marionetten, maar ze ontwikkelen zich binnen zijn problematiek. Leo Dewals zittend aan zijn schrijftafel – een prachtige beeldcompositie! – is er een god, niet schepper van zijn personages, maar toch hun zingever. Hij oordeelt, commentarieert, insinueert en scheidt het goede van het kwade.

Jan Decorte heeft daarmee een typisch jong debuut afgeleverd. Zijn hoofdfiguur, zijn ik-personage voert opdrachten uit in naam van de maker. Een situatie die je op televisie zelden tegenkomt – de censuur der vaders blijkt er efficiënter dan elders te zijn. Maar in literatuur en film zie je dat geregeld. Ik noemde al De Metsiers, maar ik denk ook aan de jonge Italiaanse film: aan de debuten van een Bellochio bijvoorbeeld of een Sampieri. Wat een festijn van afrekeningen met de familie en het familiale geven zij! Decorte zit dus in goed gezelschap. 

Niet dat deze problematiek me na De Metsiers nog ooit zo heeft gepakt. Voor wie de krachten der sympathie sterker zijn dan die der zelfaffirmatie, heeft aan deze late adolescentenverhalen echt niet voldoende. Wat niet wegneemt dat Nature morte iets nieuws is. Alleen, kon je zien? En daarom moet ik naar de presentatie van het programma door Luc Appermont. 

Het meisje van de TV, een blij (d.w.z. er werd veel gelachen op de geluidsband door het spookpubliek en in het beeld door saai – mooie televisiegezichten) een blij Amerikaans feuilleton dus, hadden we op het scherm net zien verdwijnen. Presentator Appermont haakt daarop in met een zinnetje en met een twinkeling van Mary Tyler Moore's charme's nog in de ogen. Maar op het moment zelf dat hij zijn overgang maakt om over het volgende programma Nature morte te praten, verandert zijn gelaatsuitdrukking, wijzigt zich de kwaliteit van zijn stem, verdwijnt die imitatie van de American smile in zijn ogen en zien we (enkele octaven lager) de Vlaamse Ernst in een statig debiet, met rouwgezicht en doffe blik. In enkele seconden tijds een volledige transformatie. Even slikken, gulp, en weg is de feuilletonpresentator en daar verschijnt de cultuuraankondiger. Gedaan televisiepret! Hier wordt het ernstig!

Aandachtige televisiekijkers wisten meteen dat ze moesten overschakelen als ze nog een rustige avond wilden. Zelfkwellers werden uitgenodigd te blijven. Zo functioneerde het gelaat van Appermont welsprekender dan een decorwisseling op het grootste Broadway-theater! Zou hij zo professioneel geworden zijn dat hij er geen pauze voor nodig heeft en het zonder storende geluiden van verschuivende decors kan? Zo zien we maar dat zelfs die korte presentatie een programma is met mise-en-scène, regie, tekst en boodschap. Presentaties zouden hun eigen generiekje moeten krijgen. Men zou ze op video-recorders moeten verzamelen.

Terug naar Nature morte, dat aldus ingeleid gewoon niet meer fris en wakker bekeken kon worden. Hoeft het gesignaleerd dat de inhoud van Appermonts presentatie zich neutraal bij de vlakte van het verhaal hield, zodat de ernstigheid van het televisiespel alleen nog maar onderstreept werd? Het spel werd gestroomlijnd en gestandaardiseerd tot de toelaatbare afmetingen van het televisie-formaat.

Gelukkig had Appermont erop gewezen dat er iets met het decor aan de hand was. Zo konden we zien dat het (behalve het behangpapier in de woonkamer) erg mooi 1950-stijl was. Haar, kledij, en meubelen waren met zorg gekozen (al klopte de zus Laura niet helemaal). De camera koos rustig een klein aantal essentiële standpunten van waaruit het verhaal werd verteld. Geen gezwiep met zooms en travelings door een ruimte die er zo vaak als een veel-vaks-autosnelweg bijligt.

En dan de acteurs. Het is alsof voor het eerst Vlaamse acteurs zonder een kramp op het BRT-scherm verschenen. Er ging iets heel rustigs van hen uit. Ze liepen niet met een maagpijn te acteren, uit te beelden, in het leven. Ze hoefden hier niet te struikelen over onverzoenbare want tegenstrijdige opdrachten: een métier uit te oefenen en populair te doen, aan hun rol en aan de camera te denken, een personage te zijn i.p.v. een tekst te brengen.

Bij drie van de vier spelers lukte het allemaal erg goed. Slechts met Leo Dewals had ik als toeschouwer soms moeilijkheden. Maar die schrijf ik achteraf zelfs graag op de creditzijde als ik het akrobatisch-gewaagde van Decorte's keuze van deze acteur ging beseffen. Hij moet de rol van de zoon spelen maar is (als acteur) van de leeftijd van zijn moeder en vader. Het verhaal van Decorte vertelt dat de zoon op zoek is naar de geschiedenis van zijn vader. De acteurkeuze suggereert dat de vader fantaseert zijn eigen zoon te zijn op zoek naar zijn vaders (zijn eigen) identiteit. De vader die een adolescente zoon is geworden! De man die de amoureuze avonturen van zijn vrouw niet als echtgenoot maar als zoon probeert te dwarsbomen. Onder het adolescenten-spel schuiven acteurskeuze en regie een omkering van rollen en ontwaarding van alle verhoudingen en afspraken zoals in de romans en verhalen van Gombrowicz. Hierin zakken personages en toestanden geregeld door de barrière der leeftijdsgrens en tuimelen in het pathetische-belachelijke-ontluisterende universum van de jeugd en adolescentie.

Geen enkel eerbiedwaardig gedrag houdt nog stand, alles komt in een komisch en bespottelijk daglicht te staan. De adolescent is de naaktheid van de volwassene; het gedrag van de adolescent, de ontwaarding van dat der volwassenen.

Ik ben hiermee ver buiten mijn aanvankelijk programma voor deze pagina uitgelopen. Ik reserveer voor over vier weken alvast commentaar bij de nieuwe BB-kwis (N2) waarin Boudewijn eleganter dan ooit evolueert. Hij is onze Dick Cavett. Vergeet ondertussen op BRT niet Orlando Furioso (elke maandag). U kon er al drie afleveringen van zien; er blijven er nog twee van over. Voor fijnproevers.

Dit tekst verscheen oorspronkelijk in Spectator, nr. 4 (24 januari 1976).

Met dank aan Bart Meuleman.

 

Deze tekst verschijnt in het kader van de online première van Hedda Gabler (1978), Pierre (1977) en Witlod Gombrowicz: voorvallen, avonturen (1977) van Jan Decorte, vanavond om 19:30 op Avila. Meer informatie over het evenement vindt u hier.

ARTICLE
12.05.2021
NL
In Passage, Sabzian invites film critics, authors, filmmakers and spectators to send a text or fragment on cinema that left a lasting impression.
Pour Passage, Sabzian demande à des critiques de cinéma, auteurs, cinéastes et spectateurs un texte ou un fragment qui les a marqués.
In Passage vraagt Sabzian filmcritici, auteurs, filmmakers en toeschouwers naar een tekst of een fragment dat ooit een blijvende indruk op hen achterliet.
The Prisma section is a series of short reflections on cinema. A Prisma always has the same length – exactly 2000 characters – and is accompanied by one image. It is a short-distance exercise, a miniature text in which one detail or element is refracted into the spectrum of a larger idea or observation.
La rubrique Prisma est une série de courtes réflexions sur le cinéma. Tous les Prisma ont la même longueur – exactement 2000 caractères – et sont accompagnés d'une seule image. Exercices à courte distance, les Prisma consistent en un texte miniature dans lequel un détail ou élément se détache du spectre d'une penséée ou observation plus large.
De Prisma-rubriek is een reeks korte reflecties over cinema. Een Prisma heeft altijd dezelfde lengte – precies 2000 tekens – en wordt begeleid door één beeld. Een Prisma is een oefening op de korte afstand, een miniatuurtekst waarin één detail of element in het spectrum van een grotere gedachte of observatie breekt.