Seuls. Singular Moments in Belgian Film History

Ruben Demasure, 2021
ARTICLE
05.05.2021
NL

Met Le chantier des gosses (1970) verwezenlijkte autodidact Jean Harlez (1924) zijn grote droom om een langspeelfilm te maken in de Brusselse Marollenwijk. Met kinderen uit de buurt en een zelfgebouwde camera improviseerde Harlez er het verhaal van een stel straatjongens die hun stuk braakliggend speelterrein verdedigen tegen de landmeters en ondernemers die er een sociale woontoren komen neerpoten. Hoe deze “eerste Belgische neorealistische film” tot stand kwam en uiteindelijk ontvangen werd, leest als een even spectaculaire als schrijnende strijd. 

Over La fugue de Suzanne (Jean-Marie Buchet, 1974)

Nina de Vroome, 2020
ARTICLE
08.01.2020
NL

“In La fugue de Suzanne worden we deelgenoot van een amoureuze escapade. Maar waar je een spannende intrige zou verwachten, wordt de narratieve lijn juist heel dun gesponnen. De film bestaat uit een dozijn scènes, of tableaus, waarin nauwelijks iets gebeurt. Er wordt één toon aangeslagen, die vervolgens steeds opnieuw wordt gespeeld tot er een absurdistische realiteit ontstaat.”

Ernst Moerman, 1937
Ingeleid door Elias Grootaers
MANIFESTO
14.11.2018
NL FR

De ogen die een film zien zijn niet gelijk aan de ogen die verstrooid een gedicht doorlezen; ze zijn oplettender, wakkerder, gevoeliger. Er gaapt een diepe kloof tussen een gedicht van Salvador Dalí en een schilderij van Salvador Dalí; wanneer hij schildert, heeft Dalí altijd gelijk. De kracht van het beeld dringt ons de aanwezigheid van de poëzie onmiddellijk op; het beeld overtuigt lauwhartigen, brengt aanhangers op de been, trekt nieuwsgierigen aan: iedereen wil zien en dat betekent vaak ook nieuwe volgelingen.

Ernst Moerman, 1937
Introduit par Elias Grootaers
MANIFESTO
14.11.2018
NL FR

Les yeux qui voient un film ne sont pas les mêmes que ceux qui parcourent distraitement un poème ; ils sont plus attentifs, plus éveillés, plus sensibles. Un abîme existe entre un poème de Salvador Dalí et une peinture de Salvador Dalí ; quand il peint, Dalí a toujours raison. La vertu de l’image impose immédiatement la présence de la poésie ; elle convainc les tièdes, rallie les partisans, elle attire les curieux : tout le monde veut voir, et voilà souvent de nouveaux adeptes.

‘Armstrong’, ‘Het einde van de wereld’, ‘Duizend jaar in het leven van een vogel’ en ‘Weekend’

Ernst Moerman, 2018
Ingeleid en samengesteld door Elias Grootaers
COMPILATION
14.11.2018
NL FR

De dood is een vogeldief.
En het is door haar dat ik nu weet,
Dat ik een vogel was.

« Armstrong », « La fin du monde », « Mille ans de la vie d’un oiseau » et « Week-end »

Ernst Moerman, 2018
Introduit et compilé par Elias Grootaers
COMPILATION
14.11.2018
NL FR

La mort est une voleuse d’oiseaux.
Et c’est par elle que je sais maintenant,
Que j’étais un oiseau.

Charles Dekeukeleire, 1932
Ingeleid door Elias Grootaers
MANIFESTO
06.12.2017
NL FR EN

Gedurende die eerste periode wou hij de fysicus van de fotogenie zijn, gedurende de tweede werd hij er de chemicus van. Voor die proefnemingen mocht de regisseur het groot publiek gerust links laten liggen. Ook werd de film hoe langer hoe ontoegankelijker voor de menigte, verstaanbaar en genietbaar alleen voor een kleine kring van ingewijden. Toen die proeven hem echter een grondige kennis van de techniek hadden bezorgd, keerde de regisseur vanzelf weer terug naar de natuur, naar de mens. Hij kwam weer op straat. Niet de straat van het studio boeide hem, de straat van karton, maar de echte straat waar het leven in duizend vormen krioelt, waar het kan opgevangen en rechtstreeks gefilmd worden.

Ernst Moerman, 1933
ARTICLE
14.04.2021
FR

Tout le surréalisme est au service de Fantômas.
C’est le seul être au monde avec qui
J’aurais aimé me faire photographier à la foire.

Paul De Swaef, 1956
CONVERSATION
05.05.2021
FR

En 1956, Paul De Swaef passe sur le tournage du film Le chantier des gosses de Jean Harlez pour le journal dominical belge Germinal, film qui sera finalement présenté en première à Bruxelles en 1970.

Boris Lehman, 1980
ARTICLE
02.12.2020
NL FR

Brussel-transit is ontegenzeglijk een autobiografisch verhaal. Niet helemaal documentair, noch helemaal fictief, niet helemaal het heden, noch helemaal een reconstructie neemt de film zowat al die vormen aan, maar ook iets ondefinieerbaars en ongrijpbaars dat met de herinnering te maken heeft. 

Boris Lehman, 1980
ARTICLE
02.12.2020
NL FR

Bruxelles-transit relève sans conteste du récit autobiographique. Ni tout à fait documentaire ni tout à fait fiction, ni tout à fait présent, ni tout à fait reconstitué, il prend corps d'un peu tout cela, mais aussi de quelque chose d'indéfinissable et d'impalpable qui tient du souvenir.

Jan Decorte over Hedda Gabler

Frank Zaagsma, 1979
CONVERSATION
20.11.2019
NL

“Ik hou dus niet zo van het spectaculaire. Omdat ik denk dat men altijd zo clichématig naar de dingen kijkt dat het zinloos wordt, elke betekenis moet verliezen. En ik vind het geen punt, wanneer een actrice niet echt sterft, om dan ook te tonen dat ze niet echt dood is. Ik denk niet dat je één moment volledig in de personages gelooft. Ze spelen een schijn en dat vind ik iets wat heel belangrijk is om te tonen. Ik vind het niet belangrijk of ze ademt of niet. Maar het is ook niet zo dat ik haar vraag om expres hevig te ademen. Dat laat ik aan het toeval over.”

ou esthétique et politique dans le cinéma des frères Dardenne

Marie-Aude Baronian, 2008
ARTICLE
28.02.2018
NL FR

La « camera à la nuque » filme à la mesure de l'obsession et du désir des personnages ; elle est envahissante, elle poursuit et elle sonde. C’est la caméra fictionnelle qui oriente et cherche à faire révéler le politique d'une réalité à la fois lointaine et proche de notre monde sociopolitique et qui, par ce biais, souligne la réalité de notre position de sujet historique situé et toujours déjà en relation avec l'Autre.

Henri Storck, 1951
ARTICLE
14.04.2021
NL FR

“De mijnwerkers komen uit de mijnschacht tevoorschijn. Ze gaan de straat op, hun gezichten zwart, leerkartonnen helmen op hun hoofd, brandende lampen in hun handen, in dichte rijen die de hele breedte van de straat innemen. Ze naderen met rasse schreden, neuriën een zacht en krachtig gefluisterd lied, voorafgegaan door een zwarte stofwolk.”

Henri Storck, 1951
ARTICLE
14.04.2021
NL FR

« Les ouvriers mineurs remontent de la fosse. Ils s'avancent dans la rue, le visage noir, le casque de cuir bouilli sur la tête, la lampe allumée à la main, en rangs serrés qui prennent toute la largeur de la rue. Ils s'avancent sur un rythme implacable, en chantonnant une chanson murmurée, douce et puissante, précédés d'un nuage de poussière noire. »

Een interview met Marcel Broodthaers

Trépied, 1968
Ingeleid door Elias Grootaers
CONVERSATION
21.11.2018
NL

Voordat ik op uw vraag antwoord, wil ik graag even zeggen dat ik geen cineast ben. Voor mij is film een verlengstuk van de taal. Mijn keuze viel eerst op poëzie, daarna op beeldende kunst en ten slotte op film, waarin verschillende kunstelementen zijn verenigd: het schrijven – poëzie –, het object – beeldende kunst – en het beeld – film. De grote moeilijkheid zit hem natuurlijk in het harmonisch samenbrengen van die elementen.

Patrick Leboutte, Dominique Païni, 1990
CONVERSATION
10.03.2021
FR EN

“There’s something crazy about editing. The little I learned about film technique and the manipulation of forms comes from editing really. Because I had to edit everything myself; I couldn’t afford an editor – and I didn’t want one anyway. I was too – what word do they use nowadays? – “invested”. Funny word.”

Patrick Leboutte, Dominique Païni, 1990
CONVERSATION
10.03.2021
FR EN

Le montage a quelque chose de fou. Ce que j’ai un peu appris de la technique de cinéma et de la manipulation des formes me vient réellement du montage. Parce que j’ai dû tout monter moi-même ; et n’avais pas de quoi m’offrir un monteur – du reste, je n’en avais pas envie. J’étais trop - comment dit-on maintenant ? – investi. Drôle de mot.

Boris Lehman, 1990
ARTICLE
10.03.2021
FR EN

“Nothing can fix the finite which lies between the two infinities that enclose and flee from it.” This formula by Pascal may very well apply to the films of Edmond Bernhard, the most brilliant filmmaker Belgium has ever known. His entire oeuvre essentially consists of five short films made between 1954 and 1972, less than two hours of screening time in total: Lumière des hommes (1954), Waterloo (1957), Belœil, ou Promenade au château de Belœil (1958), Dimanche (1963) and Échecs (1972).

Boris Lehman, 1990
ARTICLE
10.03.2021
FR EN

« Rien ne peut fixer le fini entre les infinis qui l'enferment et le fuient. » Cette formule de Pascal peut fort bien s'appliquer aux films d'Edmond Bernhard, le plus génial cinéaste que la Belgique ait connu. Son œuvre entière tient essentiellement en cinq courts métrages réalisés entre 1954 et 1972, qui totalisent moins de deux heures de projection : Lumière des hommes (1954), Waterloo ( 1957), Belœil, ou Promenade au château de Belœil (1958), Dimanche (1963) et Échecs (1972).

Boris Lehman, 1999
ARTICLE
02.12.2020
NL FR

Bruxelles-transit is grotendeels autobiografisch en begint als een quasi-documentaire film waarin de acteurs (of actants) niet meer dan silhouetten zijn die in het zwart-witte (meer zwarte dan witte) stationslandschap zijn geplaatst, de plaats of non-plaats bij uitstek van de oorsprong van reizen en ballingschap, van de hier zo symbolische transit uit het verhaal van Samy’s ouders, die uit Polen kwamen met een visum voor Costa Rica. 

Boris Lehman, 1999
ARTICLE
02.12.2020
NL FR

Largement autobiographique, Bruxelles-transit commence comme un film quasi documentaire, où les acteurs (ou actants) ne sont que des silhouettes placées dans le paysage noir et blanc (plus noir que blanc) de la gare, lieu ou non-lieu par excellence de l’origine du voyage et de l'exil, du transit ô combien symbolique ici de l'histoire des parents de Samy venus de Pologne avec un visa pour le Costa Rica. 

Henri Storck, 1962
Ingeleid door Elias Grootaers
ARTICLE
28.11.2018
NL FR

Je zou daarom kunnen zeggen dat zijn kunst de samenleving is, maar dan bekeken vanuit een bepaald temperament, want daaraan ontbrak het de Heusch niet. Dat temperament stelt hem in staat om uit te barsten in een soort van bijtende, ja zelfs burleske geestdrift waarvan bepaalde trekken zich al lieten opmerken in zijn vroegere films. Je hebt goede ogen nodig om de films van de Heusch te bekijken.

Henri Storck, 1962
Introduit par Elias Grootaers
ARTICLE
28.11.2018
NL FR

On pourrait dire alors que son art serait la société vue à travers un tempérament, de Heusch n’en manque pas. Ce tempérament peut l’amener à faire exploser une sorte de verve caustique, voire burlesque, dont certains traits dans ses films antérieurs laissaient apercevoir le bout de l’oreille. Il faudra de bons yeux pour voir les films de de Heusch.

Deel 2

Luc Dardenne, 2005
Samengesteld door Nina de Vroome, Quinten Wyns
COMPILATION
28.02.2018
NL FR
1 2

Twee lichamen gescheiden door iets wat wij niet weten. Gebaren, bewegingen, blikken die onophoudelijk de afstand meten die hen scheidt en tegelijkertijd de kracht van het geheim dat hen nader tot elkaar brengt. Dat is wat we moeten proberen te meten met onze camera.

Partie 2

Luc Dardenne, 2005
COMPILATION
28.02.2018
NL FR
1 2

Deux corps séparés par quelque chose qu’on ignore. Des gestes, des mots, des regards qui ne cessent de mesurer la distance qui les sépare en même temps que la puissance du secret qui les rapproche. C’est cela qu’il faudra tenter de mesurer avec notre caméra.

Deel 1

Luc Dardenne, 2005
Samengesteld door Nina de Vroome, Quinten Wyns
COMPILATION
21.02.2018
NL FR
1 2

Naar buiten gaan. Gewoon naar buiten gaan. Iets tegenkomen, iemand, een materie, een oppervlak, een vreemd, onbekend lichaam, eender wat, maar uit mezelf treden, geraakt, ontroerd worden. Ik ben het beu om binnen te zitten.

Partie 1

Luc Dardenne, 2005
COMPILATION
21.02.2018
NL FR
1 2

Sortir. Simplement sortir. Rencontrer quelque chose, quelqu’un, une matière, une surface, un corps étranger, inconnu, je ne sais quoi mais sortir de moi-même, être atteint, touché. Je n’en peux plus d’être à l’intérieur.

Boris Lehman, 2011
Samengesteld door Nina de Vroome
COMPILATION
06.03.2019
NL FR

“Ik verberg mijn films voor de ogen van iedereen, ongetwijfeld als een soort van grap. Mijn films zijn niet erg zichtbaar, ik doe er niet vrijwillig afstand van, ik transporteer en projecteer ze bijna altijd zelf. Je moet mij bezoeken om mijn films te zien. Vandaar de verwarring die ik gaande houd, tussen mij en mijn films.”

Boris Lehman, 2011
Compilé par Nina de Vroome
COMPILATION
06.03.2019
NL FR

« Sans doute par dérision, je cache mes films aux yeux de tous. Mes films ne sont pas trop visibles, je ne m’en sépare pas volontiers, je les transporte et les projette presque toujours moi-même. Il faut me voir pour voir mes films. D’où cette confusion, entretenue par moi, entre mes films et moi. »

Jan Peeters, 2011
CONVERSATION
22.11.2017
NL FR

We maken dikwijls films op basis van films die we gezien hebben toen we jong waren, zoals we beginnen te schrijven omdat we enthousiast zijn over romans of dichters die we hebben gelezen. Als adolescent was ik geïnteresseerd in twee zeer verschillende soorten cinema: in zeer agressieve, revolutionaire, bloederige, seksuele films die de uitdrukking waren van een zekere verscheurdheid of moeilijkheid van het leven en tegelijkertijd, op hetzelfde moment, in films die juist vertelden over de aanvaarding van de condition humaine. Ik denk bijvoorbeeld aan de films van Ozu, die misschien wel een van de grootste meesters is in het vertellen over de dagelijkse aanvaarding van de menselijke conditie. In de films die ik heb gemaakt, heb ik dus behoorlijk regelmatig deze twee ingrediënten – die niet samengaan – gemengd.

Jan Peeters, 2011
CONVERSATION
22.11.2017
NL FR

On fait souvent des films à partir des films qu’on a vus quand on était jeunes, de même qu’on se met à écrire parce qu’on a été passionné par des romans ou des poètes qu’on a lus. Adolescent, j’ai été passionné par deux types de cinéma très différents l’un de l’autre : à la fois par des films très agressifs, révolutionnaires, sanglants, sexuels, qui exprimaient une déchirure, une difficulté de vivre, et en même temps, au même moment, par des films qui racontaient, au contraire, l’acceptation de la condition humaine. Je pense par exemple au cinéma de Ozu, qui est peut-être par définition un des grands maîtres qui raconte au quotidien l’acceptation de la condition d’homme. Et donc, dans les films que j’ai faits, j’ai assez régulièrement mélangé ces deux ingrédients qui ne vont pas ensemble.

Marcel Broodthaers, 1969
Ingeleid door Elias Grootaers
MANIFESTO
21.11.2018
NL FR

Maar je moet al in een technologische wereld geboren zijn om dat soort van medium succesvol te gebruiken. En zie mij hier, gruwelijk verscheurd tussen iets onbeweeglijks dat al geschreven is en de komische beweging die 24 beelden per seconde tot leven wekt.

Marcel Broodthaers, 1969
Introduit par Elias Grootaers
MANIFESTO
21.11.2018
NL FR

Encore faut-il être bien né dans un monde technologique pour utiliser ce genre de moyen avec succès. Et me voici cruellement partagé entre quelque chose d’immobile qui a déjà été écrit et le mouvement comique qui anime 24 images par seconde.

Luc de Heusch, 1992
Ingeleid door Elias Grootaers
ARTICLE
28.11.2018
NL FR

Toen de eerste toeschouwers van de cinematograaf van de gebroeders Lumière in 1895 een trein het station van Lyon zagen binnenrijden, werd de cinema geboren onder het teken van het reële. Toen diezelfde toeschouwers Repas de bébé [1895] bijwoonden, had je kunnen denken dat de roeping van de cinema sociologisch van aard was. In werkelijkheid was de cinema voorbestemd om een buitengewone droommachine te worden, door het fotografische beeld onlosmakelijk verbonden aan de realiteit, terwijl de schilderkunst, die tot dan een figuratieve kunst was geweest, zich er steeds vastberadener van bevrijdde.

Luc de Heusch, 1992
Introduit par Elias Grootaers
ARTICLE
28.11.2018
NL FR

Lorsqu’en 1895, les premiers spectateurs du cinématographe Lumière virent un train entrer en gare de Lyon, le cinéma était né sous le signe du réel. Lorsque ces mêmes spectateurs assistèrent au Repas de bébé [1895], l’on pouvait aussi croire que sa vocation était d’ordre sociologique. En fait il était voué à devenir une formidable machine à rêves, indissolublement liée par l’image photographique à la réalité, alors que la peinture, qui jusqu’alors avait été un art figuratif, s’en affranchissait de plus en plus résolument.

Esthetiek en politiek in de films van de broers Dardenne

Marie-Aude Baronian, 2007
ARTICLE
28.02.2018
NL FR

La caméra à la nuque betekent filmen in de modus van de obsessie en het verlangen van de personages; het is overweldigend, het achtervolgt je, het peilt je. Het is de fictionele camera die richting geeft en die het politieke wil laten zien van een werkelijkheid die tegelijk dichtbij en veraf staat van onze eigen sociopolitieke wereld. Via deze omweg wordt de werkelijkheid getoond van onze plek als historisch en gesitueerd subject, die altijd al in relatie met de Ander staat. 

De films die ik gemaakt heb en die niet bestaan

Boris Lehman, 1993
ARTICLE
13.03.2019
NL FR EN

“Als ik niet film, dan zie ik niets, onthoud ik niets, bomen noch gezichten. Als ik ze film, kan ik ze vergeten. Mijn film is mijn geheugen, een catalogus van feiten en gebaren, een (zeer onvolledige) inventaris van mijn leven.”

Les films que j’ai faits et qui n’existent pas

Boris Lehman, 1993
ARTICLE
13.03.2019
NL FR EN

« Si je ne filme pas, je ne vois rien, je ne retiens rien, ni les arbres, ni les visages. Si je les filme, je peux les oublier, mon film est ma mémoire, un catalogue de faits et gestes, un inventaire (très incomplet) de ma vie. »

Marcelle Dumont, 1970
ARTICLE
05.05.2021
NL FR

Het is voor mij niet eenvoudig om me de lange geschiedenis van Le chantier des gosses voor de geest te halen. Ze vloeit dikwijls over in de mijne, de onze, aangezien ik de vrouw ben van Jean Harlez. In 1956 vatte Jean het plan op om met eigen middelen een langspeelfictiefilm te draaien in een volkswijk. Hij wou gebruik maken van de (omgeving van de) Marollen als decor en de wijkbewoners als acteurs om het verhaal te vertellen van een groep kinderen die een braakliggend terrein uitkiezen als ontmoetings- en speelplaats.

Marcelle Dumont, 1970
ARTICLE
05.05.2021
NL FR

Il n’est pas simple pour moi d'évoquer la longue histoire du Chantier des gosses. Elle se confond parfois avec la mienne, avec la nôtre, puisque je suis la femme de Jean Harlez. En 1956, Jean avait conçu I ambition de tourner avec ses propres fonds un long métrage de fiction dans un quartier populaire. Il voulait développer en utilisant les Marolles et leurs environs comme décor et leurs habitants comme acteurs, l’histoire d’une bande d’enfants qui se choisissent un terrain vague comme lieu de réunion et de jeux.

Henri Storck, 1995
ARTICLE
10.03.2021
NL EN

With nimble-fingered virtuosity, he operated an array of objects arranged around his piano: fake pistols for crime-of-passion gunshots, castanets to imitate the sound of horses’ hooves, grains of lead sliding over a canvas for the sound of waves, buckets of water and sponges for the sound of raindrops. From high up in my little room across the street, I could hear the sounds of the piano, which allowed me to understand what kind of film it was: a farce, a bourgeois drama, a romantic comedy, or even a violent storm at sea or bolting horses at a gallop.

Boris Lehman, 1995
ARTICLE
27.02.2019
NL FR EN

“Mijn films zijn als fabels, met de realiteit als decor. Ze ontlenen hun eenvoudige vorm aan het intieme dagboek en ze zijn autobiografisch, aangezien ze erg vaak spreken over een zoektocht naar identiteit en een onderzoek naar afstamming en ik er erg vaak in opduik als onderwerp en als personage.”

Boris Lehman, 1995
ARTICLE
27.02.2019
NL FR EN

« Mes films sont comme des fables, avec pour décor le réel. Ils empruntent la forme simple du journal intime et ils sont autobiographiques, puisqu'ils parlent très souvent de quête d'identité et de recherche d'origine, et que j'y apparais très souvent comme sujet, et comme personnage. »

Henri Storck, 1995
Vertaald door Hannes Verhoustraete
ARTICLE
29.11.2017
NL EN

Met de behendigheid van een aap speelde hij virtuoze slagpartijen met de naast zijn piano opgestelde objecten: neppistolen voor de revolverschoten van de passiemoord, castagnetten voor de hoeven van de paarden, voor de klank van de golven: loodkorrels die over een canvas streken, met emmers water en sponzen bootste hij de klank van regendruppels na. Hoog in mijn kleine kamer aan de andere kant van de straat kon ik de klanken van de piano horen, waaruit ik dan kon opmaken om welk genre film het ging: een komische farce, een burgerlijk drama, een sentimentele komedie, of zelfs een geweldige storm op zee, of de galop van losgeslagen paarden.

Olivier Smolders, 1991
ARTICLE
14.04.2021
NL FR

De surrealisten van het eerste uur, nog vaag vervuld van een dadaïstische geestesgesteldheid, zetten alle zeilen bij en mengden vrolijk disciplines door elkaar om het publiek te verbluffen. Terwijl hun geschriften, theater, muziek en schilderkunst al gauw floreerden, bleef het gebruik van film lange tijd een moeizamere kwestie, in België nog meer dan elders.

Olivier Smolders, 1991
ARTICLE
14.04.2021
NL FR

Les surréalistes de la première heure, encore confusément habités par l’état d’esprit dadaïste, faisaient feu de tout bois et mélangeaient allègrement les disciplines pour stupéfier les spectateurs. Si l’écriture, le théâtre, la musique ou la peinture trouvèrent vite les moyens de s’épanouir, l’utilisation du cinéma resta longtemps plus laborieuse, en Belgique plus encore qu’ailleurs.

Luc de Heusch, 1991
Ingeleid door Elias Grootaers
ARTICLE
28.11.2018
NL FR

Laten we ons een ideale, utopische aanpak voorstellen: de onbeweeglijke camera van de gebroeders Lumière filmt met volle kracht, gedurende vele jaren, Cézanne die rustig een berg schildert, steeds weer dezelfde. Vandaag zou het resultaat ons even buitengewoon toeschijnen als een film van Michael Snow. Als we, bij gebrek aan middelen, wat minder hoog mikken, is het belangrijk dat de schilder en de filmmaker de risico’s delen.

Luc de Heusch, 1991
Introduit par Elias Grootaers
ARTICLE
28.11.2018
NL FR

Imaginons une approche idéale, utopique : la caméra immobile des frères Lumière filme à tour de bras, durant plusieurs années, Cézanne peignant calmement une montagne, toujours la même. Le résultat, aujourd’hui, nous paraîtrait aussi prodigieux qu’un film de Michael Snow. Si, faute de moyens, on ne vise pas si haut, il faut bien que le peintre et le cinéaste partagent les risques.

A Film by Chantal Akerman

Chantal Akerman, 1997
ARTICLE
10.03.2021
NL EN

The day I decided to think about the future of cinema, I told myself I wouldn’t live to see it. I asked myself if the future is always in front of us. So I looked ahead, then I turned around. 

Een film van Chantal Akerman

Chantal Akerman, 1997
Vertaald door Elias Grootaers
ARTICLE
29.11.2017
NL EN

De dag waarop ik heb beslist na te denken over de toekomst van de cinema, heb ik bij mezelf gedacht dat ik die niet zou meemaken. Ik heb me afgevraagd of de toekomst altijd voor ons ligt. Toen heb ik voor mij uit gekeken, vervolgens heb ik mij omgedraaid.

Dimanche par Edmond Bernhard, 1963

Marc-Emmanuel Mélon, 2013
ARTICLE
10.03.2021
FR

Film inclassable qu’aucune étiquette – ni « documentaire », ni « essai », ni « film expérimental » – ne suffit à désigner puisqu’il les recouvre toutes de son absolue singularité, Dimanche est un film unique et rare apparu de manière impromptue sur le terrain en jachère d’un cinéma belge qui ignorait encore, au début des années soixante, qu’il pouvait devenir « moderne ».

Jean-Marie Buchet, 1963
ARTICLE
03.03.2021
FR EN

Hatari! is an enormous film, one which is only saved from its monstrosity by the incredible intelligence of its director. It is a summation in which all the aspects of cinema are stirred together, amalgamated. The labyrinthine complexity of its construction is dizzying. Watching it can only put one off, or leave them wiped out.

Jean-Marie Buchet, 1963
ARTICLE
15.01.2020
FR EN

Hatari ! (Howard Hawks, 1962) est un film énorme, que seule l’incroyable intelligence de son réalisateur parvient à sauver de la monstruosité. C’est une somme où tous les aspects du cinéma sont brassés, amalgamés. La complexité labyrinthale de sa construction donne le vertige. Sa vision ne peut que rebuter ou laisser anéanti.

Isolde Vanhee, 2017
ARTICLE
20.11.2019
NL

We zien hoe Hedda zich verveelt, hoe ze (ertegen) vecht – ‘strijd’ is meteen ook de betekenis van de naam ‘Hedda’ –, maar we hebben het raden naar de werkelijke inzet van die strijd, naar de diepere gronden van haar verveling. Ibsen spint een fijnmazig web van verklaringen, herinneringen en intriges om haar heen, maar Decorte verweet Ibsen zijn ziekelijke drang tot intrige, schrapte enkele passages over het verleden van Hedda en vertikt het om haar gedrag te duiden. We zien haar praten, inwendig briesen, en uiteindelijk zwijgen. Enkel haar daden zijn onloochenbaar.